Gedicht: A.C.W. Staring – Het vroege kievitsei & Het hondengevecht

Tweehonderdvijftig jaar en twee weken geleden werd Anthony Christiaan Winand Staring geboren.

Het vroege kievitsei

Piet Smul trad in de schuit van Leiden op Den Haag,
En toefde bij het roer, terwijl een Maartse vlaag
Verkeerde in zonneschijn. Daar kwam een knaap gelopen:
“Een kievitsei, wie wil `t voor twee zesthalven kopen?”
” `t Is vroeg”, zei Smul. “ik neem `t-voor een zesthalf.” – “Zeg twee,
Meneer; ik geef u `t ei in `t mandje mee!” –
De koop lukt en de schuit wordt van de wal gestoten;
Met roept de knaap: “Meneer, haast was mij iets ontschoten:
Het vuur dient voor uw ei niet al te hard gestookt;
Ons grootje heeft het al verleden jaar gekookt.”

Het hondengevecht

Bereisde Roel zag op zijn tochten
Geweldig veel! Twee Bullebijters vochten,
Voor ’t wijnhuis, in een kleine Poolse stad,
Terwijl hij juist aan ’t venster zat:
‘Zulk vechten, mensen! – – Zij verslonden
Malkander letterlijk! Met iedre hap, ging oor
Of poot er àf – en glad als vet er dòòr!
Ons scheiden kwam te laat! wij vonden
Het restje: – op mijn eer,
De staarten, en niets meer.’

A.C.W. Staring (1767-1840)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Gedicht: A.C.W. Staring – Het vroege kievitsei & Het hondengevecht

  1. Uit mijn Rapiarium. Lezen met de pen (2017): A.W.Staring: “Alcest, wilt gij den zangberg op, zo rijdt een eigen paard, geen huurknol haalt de top!”

Laat een reactie achter