Anna Karenina als Nederlandse letterkunde

Door Marc van Oostendorp

Op school zou weer meer vertaald moeten worden, vindt de meestervertaler Hans Boland. Er is geen manier om je taalgevoel zo aan te scherpen. Mensen drukken zich steeds slordiger uit, en het “meest probate middel om dit proces te stoppen en mogelijkerwijs te verkeren, is vertaalonderricht.”

Hij heeft gelijk en hij laat het met verve zien. Naar aanleiding van zijn onlangs verschenen nieuwe vertaling van Anna Karenina heeft hij een boekje uitgebracht, Hij kan me de bout hachelen met zijn vorstendommetje, waarin hij de bewonderde roman bespreekt, en vooral zijn vertaling ervan. De titel is een voorbeeld van een vondst waar hij bijzonder trots op is (de Russische zin zegt ongeveer ‘Ik spuug op hem en zijn vorstendom’), want dat is een van de leuke dingen van dit boekje: dat Boland zo trots is op zijn vak.

Trots op de synoniemen die hij vindt:

Nadat hij Vasinka Veslovski in een aanval van infantiele jaloezie van het erf heeft gejaagd voelt Ljovin zich bij Reedijk ‘heel beschaamd’, bij Huisman ‘volkomen geblameerd’ en bij mij ‘voor paal gezet;’  (…) – als de sympathieke puber die hij is en blijft.

Trots op de plasticiteit van zijn taal:

Dolly voelt zich in haar sjofele jakje en met haar afgedankte koets in de woorden van Reedijk ‘ongemakkelijk vanwege zichzelf’ en in die van Huisman ‘niet zeker van zichzelf’. Bij mij voelt ze zich ‘een boerentrien’; door die plastische formulering komt Dolly’s gemoedstoestand veel directer dan wanneer hij verneemt dat ze zich ongemakkelijk en onzeker voelt.

Allemaal hetzelfde

Zoals uit deze voorbeelden blijkt, zet Boland zich vaak af tegen zijn voorgangers. Dat  heeft in ieder geval als voordeel dat je de dilemma’s meteen kunt begrijpen, ook als je geen Russisch kent.

Het boekje spat vooral van taalplezier. Al die kleine kwestietjes die je tegenkomt, al dat genot van nadenken waarom je beter kunt schrijven ‘Gelukkige gezinnen zijn allemaal hetzelfde’ in plaats van ‘Alle gelukkige gezinnen zijn hetzelfde’.

Feest

En daarmee is Hij kan me de bout hachelen volkomen overtuigend. Ja, vertalen is een prachtig vak! Ja, op school zouden de kinderen weer wat meer moeten vertalen! Ja, ook vertaalde werken horen natuurlijk ook bij de Nederlandse cultuur, en misschien ook wel bij de Nederlandse literatuur!

In een post scriptum laat Boland zien hoe hij in zijn vertaling ook wat verwijzingen naar Nederlandse poëzie vlecht. Als Tolstoj meldt dat ‘er geen vogeltje bewoog’, maakt de vertaler ervan ‘Geen vogel zwierf meer om‘, en gravin Lidia Ivanovna stelt aan Karenin voor met een kopje thee voor ons de avond te verpraten‘.

Het is allemaal een beetje ijdel, maar het is ook heerlijk, een feest van taalgevoel.

Hans Boland. Hij kan me de bout hachelen met zijn vorstendommetje. Over Anna Karenina en de kunst van het vertalen. Amsterdam: Pegasus, 2017. Bestelinformatie bij de uitgever.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, recensies met de tags , , . Bookmark de permalink.

3 reacties op Anna Karenina als Nederlandse letterkunde

  1. msvandermeulen schreef:

    Meer vertaling in het onderwijs, prima. Maar heeft Boland echt gelijk als hij zegt dat mensen zich steeds slordiger uitdrukken? Lijkt me een typisch ononderbouwde ‘vroeger was alles beter’ uitdrukking, die je ook al hoorde in de jaren ’50 en eerder.

    • Dat zou waar zijn wanneer het een bewering zou zijn over het gemiddelde niveau, maar het gaat hier om een soort hogereordeformuleringskunst. Nu zou je kunnen zeggen dat deze ook weerlegd wordt door de kritiek die Boland heeft op zijn eigen voorgangers, en ik denk dan ook dat de bewering niet moet worden geïnterpreteerd als een soort wetenschappelijke hypothese over taalgeschiedenis. Wel is naar mijn smaak waar dat er in de huidige tijd veel te weinig aandacht is voor het soort formuleringskunst waar Boland op doelt; en dat een belangrijk moment waarop mensen vroeger werden verleid tot dergelijke formuleringskunst de vertaalles was. En dat deze er nu nauwelijks nog is, behalve voor de scholier die klassieke talen in zijn pakket heeft.

  2. Willem van Doorn schreef:

    “En daarmee is Hij kan me de bout hachelen volkomen overtuigend.” Uit de gegeven voorbeelden zie ik meer “Ik heb schijt aan…” Ik vraag me af hoeveel mensen in de doelgroep (jeugd?) van de vertaling iets weten over bouten hachelen? Hoe vaak komt dié uitdrukking nog in het allerdaagse Nederlands voor?
    “Voor paal gezet”, is iets dat met derden gedaan wordt. Hij werd voor paal gezet. Je kan daardoor zeggen dat jij je dan voor paal (schut) gezet bent, maar dat jij dat zelf doet, gaat er bij mij niet in. Je kan zien hoe dat overkomt als je er “Ik voelde mij belachelijk” voor schrijft. Dat verandert denk ik de origínele betekenis van de gevoelens van het jochie.

Reacties zijn gesloten.