Woordenlijstje taal van Rutte

Door Siemon Reker

Dit is een woordenlijstje voor het verstaan van hedendaagse politiek, althans van de minister-president. Voor de meeste woorden geldt dat er een speciaal stukje of terloops over is geschreven op mijn eigen blog. Een Ruttiaanse reeks.

RUTTIAANSE REEKS

    • aangelegen punt = iets belangrijks voor de kleine christelijke partijen
    • aan snee = agendapunt
    • aanslaan = reageren
    • accommoderen = comfort bieden (zie aldaar)
    • adresseren = aanpakken van een probleem
    • ambitie = voornemen
    • apocalyptisch = vervelend
    • bekreunen = gebruiken we voor van alles, niemand kent het oorspronkelijke woord nog
    • bevallen van = met iets komen (bv. voorstel of commissie), een wat vreemde manier van zeggen waar ik de aandacht even mee heb afgeleid
    • casuïstiek, geen – = exacte feiten waar ik niet op wil reageren
    • choreografie = kwestieuze aanpak door Van Brummen (Teeven-onderzoek) (en ik zet u nu even op ‘t verkeerde been)
    • comfort bieden = accommoderen = hoe kunnen we u overhalen om met iets in te stemmen
    • criticaster = vroeger een vervelende, vittende persoon, nu iedereen met een kritische vraag
    • cruciaal = daar hebt u een punt
    • derhalve = dus, uitsluitend ter inleiding van een advies m.b.t. motie

  • dossier = onderwerp, punt
  • draagvlak = meerderheid van stemmen
  • duwen = politiek bedrijven een bepaalde kant op, stap voor stap, step by step, Schritt für Schritt zou mijn Duitse collega zeggen
  • eleveren = ik wilde het even mooi zeggen maar kon releveren niet zo snel vinden
  • ellende = voor sommigen ‘sociaal iets verschrikkelijks’, voor mij ‘een hoofdpijndossier’
  • epitheta = commentaar van een tegenstander waar ik niet op inga
  • etcetera = etcetera etcetera = gebruik ik altijd in plaats van enzovoort
  • exegeseren, niet– = ik ga er niet verder op in
  • focus = een van de dingen waar we oog voor hebben
  • fratsen = dingen die niet goed zijn als wíj, maar nog veel erger als anderen hetzelfde doen
  • geachte afgevaardigde X = X, ik ben niet uw politieke vriend zo hoort de goede verstaander
  • gedoe = vervelend onderwerp waarover ik mijn irritatie laat blijken
  • griezel = IS-strijder
  • it goes without saying = I do speak English as well, you know
  • jargon = bah
  • kalenderfixatie, geen – = een datum noemen we niet
  • ketelmuziek = hoorbaar gebrachte argumenten van de andere kant, vooral vakbeweging
  • knokken en vechten = respectievelijk vechten door ons vs. vechten door de tegenstander
  • kond doen = meedelen op een manier waar ik de aandacht even mee wil afleiden
  • landen, landingsrechten hebben = op instemming kunnen rekenen
  • luchtwapen = luchtmacht die we liever een gecamoufleerde naam geven
  • meneer X = manier van zeggen om op afstand te gaan van X
  • ommekomst = vroeger: verstreken termijn, nu: ontvangen advies; in het taalgebruik van Balkenende: terugkeer uit
  • onconditioneel = onvoorwaardelijk, maar het klinkt even sterker
  • onthecht, gewoon héel erg onthecht = hyper-gespannen
  • oogharen = lichaamsdeel dat het mogelijk maakt om weinig precies of vaag te zijn
  • oprecht = een woord dat de luisteraar beter kan negeren, net als absoluut, echt, helemaal (zie volstrekt)
  • prioriteit = iets om óok rekening mee te houden (net als met top-, eerste -, hoogste -, absolute – en alle prioriteiten)
  • reflectie, reflecteren = bezwaar, bezwaren onder woorden brengen
  • respecteren = onzin wat u daar zegt maar u moet het zelf weten
  • robuust = onderstreping van wat direct volgt (groei, begrotingssystematiek, economie)
  • robuust, – gesprek, dialoog en robuuste discussie = slaande ruzie
  • ruffurendum, rulluvant, ruzzultaat = referendum, relevant, resultaat uit de mond van VVD
  • semantiek = gezanik over de precieze inhoud, bah
  • teugen = tegen, d.w.z. tegen iets waar wíj juist voor zijn
  • thans = ‘momenteel’ d.w.z. als het een politicus betreft (spottende ondertoon)
  • theoretisch = bah
  • uitrollen = beginnen
  • van de afdeling, ik ben niet – (kortweg ik ben niet van) = zo steek ik (niet) in elkaar
  • verantwoordelijkheid nemen = iets doen wat met even veel recht gelaten zou kunnen worden
  • volstrekt overbodig = overbodig (vergelijk absoluut, echt, helemaal, oprecht)
  • winstwaarschuwing = waarschuwing die met een afleidende knipoog gegeven wordt
  • wirtschaften = ich rede auch ein wenig Deutsch, sagte ich doch schon
  • zijdens = hetzelfde als ‘van de kant van’ maar ik leid uw aandacht graag even af

Dit verscheen eerder op het weblog van Siemon Reker.

Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.

Één reactie op Woordenlijstje taal van Rutte

  1. Ton van de Laar schreef:

    In een van mijn blogs (tekstenvanton.nl/blog) heb ik het werkwoord ‘rutten’ geïntroduceerd. Het betekent: met een brede glimlach problemen op iemand anders bordje schuiven.

Reacties zijn gesloten.