Straatmadrein

Door Jan Stroop

Op 3 januari heb ik op de Facebookpagina Kring Surinaams-Nederlands dit bericht geplaatst:

“In de Surinaamse kringen waar ik in verkeer gebruikt men de benaming ‘straatmandarijn’ voor iemand die maar op straat rondhangt in plaats van rustig thuis te zijn. Is dat woord algemener bekend?”

Daar kwamen nogal wat reacties op die allemaal te vinden zijn op genoemde facebookpagina. Ze komen aan de orde in wat nu volgt.

Volgens Marlies Koorndijk-Bonnier klonk ’t woord als ‘straatmadreen’.  Ook andere informanten kennen deze vorm of anders straatmadrijn. Ze gaven ook aan dat ’t woord een negatieve strekking heeft. Hedy de Miranda weet, schrijft ze, de complete oplossing: ‘Het woord is “straatmadrijn” Is een straatmadelief.’ Zo staat ’t op de Etymologiebank: http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/straatmadrijn.

Als dat juist is dan hebben we hier weer te maken met een woord met zo’n Surinaamse R uit een L. Vergelijk prezie uit place, pransum uit plantsoen, en vele meer. Maar om van madelief tot madrijn te komen moet er toch wel meer gebeurd zijn. Een korte ie moet ei worden en de f moet vervangen worden door een n. Al die veranderingen bij elkaar, dat lijkt me heel onwaarschijnlijk. Zo denkt ook Norval Smith (UvA), bekend specialist wat betreft de talen in Suriname. Hij gelooft evenmin in een evolutie van madelief naar madrijn.

Terzijde: de typische variant straatmandarijn, die ik vaak hoor, lijkt wel een zogenaamd familiewoord, een woordspelletje, want hij schijnt buiten de Chinees-Surinaamse familie die ik ken, niet voor te komen.

De etymologische verklaring madelief > madrijn, die de Etymologiebank geeft, is afkomstig uit ’t Woordenboek van het Surinaams-Nederlands van J. van Donselaar:  “straat’madrijn (de, -en), een meisje dat veel en graag op straat loopt, ’straatmadelief’. – Opm.: Het is niet een ’licht meisje’, een motjo*.”  De verklaring uit madelief is dus niet juist.

Verrassend genoeg staat de oplossing van ’t raadsel van de etymologie in ’t onmiddellijk erop volgende lemma in dat woordenboek: “Maderaan, (verouderend) immigrant uit Madeira.” Dat Van Donselaar niet op de gedachte gekomen is, verbaast me.

Maderaan moet wel de oorsprong zijn van ’t latere (straat)madrein, dacht ik meteen, en ik meldde dat op 9 januari op de Facebookpagina. Geen fonologische obstakels hier, maar nu moest nog de verbinding gevonden worden tussen een immigrant uit Madeira en een meisje dat (te) veel en graag op straat loopt.

Voor mijn suggestie <madrein is uit maderaan> heb ik steun gekregen dank zij een rondvraag die Pim de la Parra voor me gehouden heeft onder zijn kennissen in Paramaribo.  Ik kwam ook nog veel meer te weten.

Ronaldo da Silva schrijft: “Volgens overleveringen, was de uitdrukking bij onze familie in zwang aan het begin van de vorige eeuw. Bedoeld werd dan “Wij komen uit een fatsoenlijke familie, zijn geen straat maderenen”. Overgrootouders kwamen van Madeira.”

Ook Cynthia Mc Leod kan zich vinden in mijn veronderstelling en geeft een belangrijke historische toelichting: “omstreeks 1900 vertrok een schip uit Madeira met een aantal arme Madeiresen aan boord naar Brits Guyana, waar de mensen op suiker plantages zouden werken. De kapitein wist niet precies waar dat was en kwam in de Suriname rivier en meerde aan op de rede van Paramaribo. De mensen gingen aan wal en bleven. Ze gingen NIET werken op suikerplantages maar leurden langs de straat met allerlei fournituren in een bak: knoopjes, garen, naalden en spelden, elastiek, lint en ook geborduurde kleedjes. Een Madeirees, in Suriname Madren of Madrijn, was dus altijd op straat!! “

In Pims rondvraag kwam nog een andere interessante verklaring naar boven: afgeleid uit de persoonsnaam Magdalena. Die suggestie komt van Hein Eersel, die de volgende ontwikkeling schetst: magdalena>madelijn>maderijn>madrijn. Daar is fonologisch geen speld tussen te krijgen, maar er moet dan wel een Magdalena geweest zijn, die dat bepaalde gedrag  van altijd maar op straat zijn tentoonspreidde. Die is tot nu toe niet gevonden.

Tegen nog een paar suggesties, sarie marijs en madame, bestaan soortgelijke fonologische bezwaren als tegen madelief.  Iemand opperde nog ’t Spaanse madrina, wat de naam was voor een oudere prostituee. Daar verzet zich de betekenis tegen. Een madrina is een ‘moeder’, een straatmadrein is een jong meisje, dat graag met vriendinnetjes op straat rondhangt.

Gelet op de herkomst kunnen we ’t woord ook maar beter met een korte ei schrijven: straatmadrein.

Over Jan Stroop

Jan Stroop is gastonderzoeker bij de capaciteitsgroep Nederlandse taalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Van hem verschenen bij Athenaeum: Hun hebben de taal verkwanseld en Die taal, die weet wat . Dit is zijn website.
Dit bericht is geplaatst in column, lexikografie, taalkunde met de tags . Bookmark de permalink.