Negatie / ontkenning

Verwarwoordenboek Vervolg (13)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

negatie / ontkenning

De woorden overlappen in betekenis, maar negatie heeft nog andere betekenissen.

negatie ontkenning, maar ook ‘tegengesteldheid’ en ‘doen alsof iets niet bestaat’
Onze taal kent diverse mogelijkheden om een negatie of ontkenning uit te drukken: niet, niets, geen, noch; areligieus, decoderen, diskwalificatie, enz.

ontkenning zeggen dat iets niet waar is
De DNA-test bewees uiteindelijk dat hij gelijk had met de ontkenning van zijn vaderschap.

Negatie wordt ook gebruikt in de betekenis van het werkwoord negeren ‘doen alsof iets niet bestaat’: Het opheffen van het schoolvak Latijn zou een negatie van onze klassieke beschaving zijn. En negatief betekent naast ‘tegengesteldheid’ (de omgekeerde waarde) zoals in een (foto)negatief, ook ‘kleiner dan nul’, negatieve getallen, en ‘afwijzend’ zoals in een negatief reisadvies.

Min maal min is plus, zo leerden wij op school. Maar aan ontkenningen kun je zien dat taal geen rekenen is. Het klopt wel bij ‘niet onwaarschijnlijk’. Maar in Ik zou daar never nooit op vakantie gaan versterkt ‘never’ de volgende negatie. En door iets te ontkennen, kun je juist ook iets oproepen. Wat kan iemand ‘wel niet’ denken wanneer een ander uitroept: Ik ben echt geen ijdeltuit hoor!

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , . Bookmark de permalink.

4 reacties op Negatie / ontkenning

  1. Lijn Schutte schreef:

    Het gebruiksverschil tussen ‘alleen’ en ‘maar’ is verreweg de meeste van mijn nt2-leerde niet duidelijk.
    Waarom zeggen we niet:” Ik heb alleen één handschoen.” En wel “Ik wil alleen even mijn tas pakken.” (En dan ben ik weer weg.)

    • A. Krooswijk schreef:

      In ‘ik wil alleen even mijn tas pakken’ betekent ‘alleen’: slechts/alleen maar, en het is een bepaling bij het werkwoord (pakken? of willen?).
      In: ‘alleen één handschoen’ (fout) staat het voor een telwoord, het is een bepaling bij het telwoord, en dan zeggen we niet ‘alleen’, maar: slechts/maar. De reden weet ik niet, maar het maakt kennelijk uit, waar het woord een bepaling van is.’ Alleen’ in de betekenis ‘slechts’ kan ook voor een zelfst. nw. of persoonlijk vnw. of eigennaam (alleen dit/mijn/het/een boek; alleen mijn moeder; alleen zij; alleen Marijke); ook voor een bijw. bepaling (alleen vandaag; alleen in Frankrijk; alleen in het Frans). Ik denk, dat het alleen maar voor een telwoord (als bepaling van dat telwoord) niet kan: fout is: ik spreek alleen 3 talen, er zijn er alleen 5000.

      Een zin die nadere uitleg nodig heeft c.q. een uitzondering lijkt, maar het volgens mij niet is: Ik wil alleen één boek meenemen.
      Volgens mij kun je dit zeggen, MITS ‘alleen’ een bepaling is bij het werkwoord (meenemen? of willen?), en niet een bepaling bij ‘één’: ik wil alleen iets meenemen, en wel een BEPAALD boek (niet een willekeurig boek, ik weet welk boek ik wil meenemen, en de gesprekspartner niet). Hier is ‘één’ niet zozeer een telwoord, als wel ‘één’ als een soort bepaald lidwoord gebruikt ‘een’ (bepaald in de zin van: aan de spreker bekende identiteit, niet aan de gesprekspartner.
      Ik heb geen Nederlands gestudeerd, wel een andere taal, en ik ben taalgevoelig, maar juist van de eigen taal beseft iemand vaak niet het waarom van een bepaald gebruik, omdat je er gewoonlijk niet over nadenkt. Ik heb dan ook geen enkele pretentie dat mijn uitleg zou kloppen, maar dit is wat er aan idee bij mij opkomt, als ik erover nadenk.

      • Lijn Schutte schreef:

        Beste A,

        Zeer bedankt voor dit uitgebreide en verhelderende antwoord. Ik ga een lijstje met voorbeelden aanleggen van ons gebruik van alleen en maar.
        Daar zal ik je analyse van de bepaling waar het betrekking op heeft, ter vergelijking eens bij houden. Mijn gevoel zegt dat het hout snijdt. Iets met een spijker en kop.

        Hartelijks,
        Lijn

  2. Jan Renkema schreef:

    Dank! Mooie uitleg over een verwarpaar voor nt2-leerders.

Reacties zijn gesloten.