Jan Campert literatuurprijzen 2016: ‘whites only’?

Door Claire Schut

Afgelopen zondag was in het Haagse Spuitheater het Schrijversfeest, de jaarlijkse bezegeling van het Writers Unlimited Winternachten literatuurfestival en een feestelijk programma rond de uitreiking van de Jan Campert-prijzen. Het was geweldig, genieten. Volgend jaar ga ik weer. Waarom dan toch dat knagende gevoel van teleurstelling?

Aan het entertainment lag het niet. Het was gevarieerd, boeiend, persoonlijk, ontroerend, veel vrolijke noten en gezichten. In een prikkelende inleiding gaf de Nederlands-Surinaamse schrijfster Karin Amatmoekrim (De man van veel, Het gym) haar visie op de ‘Staat van de Nederlandse Letteren’. Haar analyse van de status quo in de Nederlandse literatuurwereld eindigde met een oproep aan schrijvers en intellectuelen om in onze samenleving vol tweedeling en uitsluiting niet langer afzijdig en a-politiek te blijven maar vooral stelling te nemen. De jonge Vlaamse dichteres Charlotte Van den Broeck las enkele van haar gedichten voor. Het publiek mocht met applaus en hoefgetrappel aangeven dat van de drie genomineerde middelbare scholieren de Nederlands-Poolse Paula Golunksa de eerste Jonge Campert-prijs in ontvangst mocht nemen.

Toen sprong de Haagse wethouder van cultuur, Joris Wijsmuller, op het podium om de literatuurprijzen uit te reiken. Er volgden juryrapporten, lofzangen, dankwoorden, bloemen. Jan Baeke kreeg de Jan Campert-prijs voor zijn dichtbundel Seizoensroddel. Videokunstenaar Alfred Marseille loofde hem in de vorm van een korte film. Anton Valens kreeg voor zijn roman Het compostcirculatieplan de F. Bordewijk-prijs 2016 uitgereikt. Cabaretière Katinka Polderman zong hem toe. Kees ’t Hart kreeg voor Het gelukkige schrijven de J. Greshoff-prijs 2016. Benno Tempel, directeur van Gemeentemuseum Den Haag, hield een lofrede. Tot slot kreeg Atte Jongstra voor zijn hele oeuvre de Constantijn Huygens-prijs 2016 uitgereikt. Trompettist Eric Vloeimans sprak hem muzikaal toe, gevolgd door een lofrede van Max Pam.

Kortom, een geanimeerd Schrijversfeest aan het slot van een geëngageerd literatuurfestival. Waarom dan toch dat knagende gevoel van teleurstelling en gemiste kansen?

Bij het ‘fotomomentje’ viel het kwartje. Nadat de Nederlands-Marokkaanse presentatrice Hassnae Bouazza zich in de coulissen had teruggetrokken om plaats te maken voor laureaten, organisatoren, wethouder en fotograaf, was het ineens glashelder. Er stonden op het podium uitsluitend blanke mannen van Nederlands-Nederlandse huize. Het publiek: van hetzelfde blanke laken een pak. Als er twintig mensen met een allochtone achtergrond waren, was het veel. Waar Winternachten 2017 met zijn internationale programmering (thema’s, schrijvers) ook veel bezoekers uit allochtone hoek had getrokken, bleek de Jan Campert prijsuitreiking een vrij exclusief blank feestje. Dat kan niet echt verwonderen. De bestuurs- en juryleden van de Jan Campert stichting zijn Nederlands en blank. Ook de twee nieuwe bestuurs- en juryleden die net zijn benoemd, zijn blank en van Nederlands-Vlaamse origine. Dat zie je terug in de lange lijst van laureaten: een enkele uitzondering daargelaten zijn alle schrijvers en dichters die de Remco Campert stichting ooit heeft gelauwerd blank en van oer-Hollandse of Vlaamse huize.

Het bevestigde de status quo in de Nederlandse literatuurwereld zoals Karin Amatmoekrim die in haar inleiding had geschetst. En het stond in schril contrast met de stellingname die zij had bepleit. Heel jammer, een gemiste kans.

Wat zou het na alle wake-up calls over tweedeling, racisme en uitsluiting en na alle pleidooien voor wederzijdse integratie een prachtig signaal zijn geweest als – juist op dit internationale literatuurfestival en in deze wereld van intellectuelen – er tenminste één literatuurprijs aan een schrijver van allochtone roots zou zijn toegekend. Of (stel dat een prijs kwalitatief er dit jaar niet in zat) als de Jan Campert stichting ter aanvulling van zijn roomwitte team tenminste één jurylid uit allochtone hoek zou hebben gekozen.

Dat zou een statement zijn geweest! En niet alleen dat. Een lichtend voorbeeld, een vuist tegen het populisme, een hart onder de riem. Een daad die verbindt en blinde vlekken kan voorkomen. En wie weet, trekt het een nieuw publiek naar het Schrijversfeest.

Vooruit, niet gekniesd. Het is misschien nog niet te laat. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ik zie uit naar het volgende Winternachten festival en de Jan Campert prijsuitreiking op het Schrijversfeest 2017.

Dit stuk verscheen eerder op Republiek Allochtonië.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , . Bookmark de permalink.