Gedicht: Robert Anker – Terwijl hij

Robert Anker is gister overleden.

 

Terwijl hij
en na zijn werk
van 7 tot 6 bij een baas
zaagsel in zijn haar
moest hij een uur op de fiets
maandag tot en met vrijdag
zes jaar lang

Dat Joyce toen al
en Kafka stierf
Musil schreef het centrum uit de wereld
Dat Proust de nieuwe eeuw begon
met de herinnering

Dacht hij aan de toekomst
langs de geurende berm
de sneeuw in januari
de schemering in de herfst
of dacht hij
op weg naar de avondschool
door de innige dorpen
de dampende velden aan niets
of aan de tekenles
of aan het meisje voor het lage huis
met het witte konijn op haar arm

Terwijl hij dat allemaal deed
volbracht hij zichzelf

Masturbeerde hij ’s nachts
Sliep hij dan alleen in een kamer

Niemand die het nog weet

Hij fietste door het avondrood
en dacht aan de toekomst
of dacht aan het meisje
en niets daarvan dat hij zich later nog
herinnerde

Robert Anker (1946-2017)
uit: In het vertrek (1996)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags . Bookmark de permalink.

Één reactie op Gedicht: Robert Anker – Terwijl hij

Reacties zijn gesloten.