Gedicht: Jan Veth – Zelfgevoel

Zelfgevoel

Ik vier alleen mijn ziele-sabbathsrust,
Kalm in mijn kamer binnen blinde muren,
In ’t gemelijk genot van ledige uren,
Waarin mijn wrevel langzaam wordt gesust.

Zoo zit ‘k eerst lijdzaam en maar vaag bewust
Een ganschen middag voor mij uit te turen,
En proef mijn luiheid, ‘dat zij lang moog duren,
Bij korte teugen met verfijnden lust.

Maar als een trotsch man onder dwaze menschen,
Zoo ben ik dan in ’t eind met mijn gedachten,
Ik zie hen aan met koelen, hoogen blik.

En rondom daag ik mijn verdoolde wenschen
Voor mijn gezicht, waar zij het vonnis wachten
Van mijn omhooggestreden, richtend Ik.

Jan Veth (1864-1925)

 

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags . Bookmark de permalink.