Dialectspelling

Door Leonie Cornips

Een nieuw jaar, een nieuw begin. Ik had 2017 uit willen roepen tot het jaar van het schrijven in dialect. De gedeputeerde vroeg mijn advies hoe te reageren op Motie 779 die door statenlid Kirkels in de vergadering van de Provinciale Staten van juli 2016 ingebracht is. Deze motie stelt dat ‘de Limburger zich in het algemeen geremd voelt zich in het geschreven Limburgs uit te drukken door een voor hem lastig te hanteren spellingsvoorschrift met een gróót aantal en een véélvuldig toegepaste dichtheid aan leestekens’. Motie 779 vraagt aan het College van Gedeputeerde Staten om ‘te bevorderen dat het geschreven Limburgs op eenvoudige manier bruikbaar wordt voor alle Limburgers die zich het Limburgs machtig achten’.
De gedeputeerde heb ik schriftelijk laten weten dat het schrijven in dialect in Limburg een tweedeling laat zien tussen geïnformeerde ouderen en jongeren. De ouderen schrijven en ondersteunen de Veldeke 2003-spelling. Zij hebben toegang tot en schrijven vooral in conventionele gedrukte media zoals (carnavals)kranten, woordenboeken, dichtbundels, columns, liedjes en tijdschriften. Voor deze schrijvers is de dichtheid van diakritische tekens uit de Veldeke 2003-spelling zoals ë, ò, é, äö, oë, oeë, àè, ieë, ieè, eë, ië, aeë, èë, èw, àèë, àèw, aoë geen probleem of het wordt niet als probleem gevoeld. Zij ontlenen aan deze spelling autoriteit en treden op als experts hoe te spellen. Ieder serieus schrijfproduct wordt door hen gecorrigeerd. Cultivering van het dialect is voor deze schrijvers een belangrijke drijfveer.
De jongeren daarentegen schrijven veel in hun dialect op digitale media – Whatsapp, Snapchat, Twitter en Facebook – en hebben voor zichzelf een alternatieve ruimte gecreëerd waarin zij ‘zichzelf’ kunnen zijn en schrijven en spellen in hun dialect zoals zij dat willen zonder correctie van anderen: of omdat zij geen weet hebben van Veldeke 2003 of deze bewust negeren of omdat de diakritische tekens de snelheid van het schrijven afremmen. Jongeren willen digitaal experimenteren, vernieuwen en vrij zijn in schrijven, in inhoud en in combinaties van teksten met beelden. Dit experimenteren sluit aan bij de internationale trend: sociale media zijn een vrijplaats om in een minderheidstaal te schrijven.
Ik heb de gedeputeerde dan ook geadviseerd het experimenteergedrag van de jongeren te legitimeren door iedereen in 2017 op te roepen in dialect te schrijven zoals hij/zij wil. Ook voor degenen die hun spelvaardigheden willen uitbouwen volgens de Veldeke 2003-spelling. In het dialectschrijfjaar 2017 is er geen sprake van goed of fout spellen; het wordt voor iedereen een plezier om in dialect te (durven) schrijven. Niemand hoeft iemand in 2017 een moedertaalanalfabeet te noemen.
Mijn voorstel aan de gedeputeerde is om op basis van hoe iedereen in 2017 schrijft een spellingsfrequentie-meting te laten uitvoeren door taaltechnologen. Een top vijf van hoe mensen bij u in de straat, buurt, dorp, stad, regio woorden in hun dialect spellen. Tijdens het schrijven is in het tekstverwerkingsprogramma deze top vijf te zien en te gebruiken. Een klik met de muis en het gekozen woord staat er. In een latere fase zijn hieruit spellingscheckers, woordenboeken en dialectcorpora te ontwikkelen. Samen met de nieuwe directeur van het Meertens Instituut Antal van den Bosch – hij is taaltechnoloog – kunnen we dit voorstel professioneel uitvoeren in ongeveer anderhalf jaar. De gedeputeerde heeft het voorstel afgewezen. Hij schrijft: “Het heeft (…) niet mijn voorkeur om de Limburgse spelling aan te passen.” Maar dit voorstel past NIET de Limburgse spelling aan! Het voorstel geeft juist meer armslag hoe te spellen voor iedereen. Met deze innovatie – democratisch spellen – zou Limburg aan de Europese top staan van het digitaal ondersteunen van minderheidstalen. Een nieuw jaar dus maar geen nieuw digitaal begin.

Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.

Één reactie op Dialectspelling

  1. Tonny van den Boom schreef:

    Dialect is een spreektaal en geen schrijftaal. Teveel verschillende klanken waardoor teveel lees en andere tekens nodig zijn waardoor het onleesbaar wordt.
    Het lokale dialect (stad of dorp)wordt ook steeds meer een streekdialect.

Reacties zijn gesloten.