De verkiezingsprogramma’s over taal: ChristenUnie

Door Marc van Oostendorp

ChristenUnieD66 heeft in zijn verkiezingsprogramma, zo schreef ik vorige keer in deze reeks, alleen aandacht voor taal als instrument, en ziet Nederland daarbij als een tweetalig land met Nederlands en Engels. De ChristenUnie heeft een geheel andere visie. Ik wil niet zeggen dat hij diametraal tegenovergesteld is – de partijen zouden kunnen samenwerken en allebei hun idealen verwezenlijken –, maar het beeld van taal dat opdoemt uit dit programma is echt anders.

Het gaat het ChristenUnie niet zozeer om taal als instrument, maar vooral als teken van identiteit. Er worden dan ook veel meer talen genoemd: Papiaments, gebarentaal en Fries, allemaal talen die volgens de partij bescherming behoeven. Het Engels wordt anderzijds, maar een keer genoemd, en dan niet als taal waar vwo’ers natuurkunde in kunnen leren, maar als de taal die op de bovenwindse eilanden wordt gesproken. De ChristenUnie is voor zover ik kan zien de enige die zo precies probeert te benoemen welke talen er allemaal een min of meer officiële status moeten spelen:

De Nederlandse en Friese taal, evenals gebarentaal, worden grondwettelijk verankerd. Op gelijke wijze wordt in het Caribisch deel van Nederland recht gedaan aan de overige talen in het Koninkrijk, Papiaments en Engels.

Het Engels verankerd?

Het ‘verankeren’ van het Nederlands is al een heel oude wens van de ChristenUnie; zelfs de voorgangers van de partij (de RPF en vooral het GPV) waren er al mee bezig. Het lukt steeds niet omdat er tweederde meerderheid voor nodig is en dat wordt niet gehaald.

Een aantal jaar geleden leek het er even op dat een heel sterk verwaterde versie (die ongeveer zei dat de overheid zorg moest dragen dat het Nederlands in Nederland kon worden gebruikt) het misschien wel zou halen, maar toen viel de regering en werd er niet over gestemd. En na de verkiezingen was die meerderheid weg.

In sommige andere landen staat de landstaal wel in de grondwet, maar in Nederland is dat nooit nodig gevonden: het feit dat de grondwet én alle wetten zelf in het Nederlands zijn zou al voldoende garantie moeten geven. Overigens is ook in deze versie het voorstel een beetje onduidelijk; staat hier nu dat het Engels ook in onze grondwet moet worden ‘verankerd’?

Jammer

Sowieso kunnen critici erop wijzen dat het allemaal vooral symbolisch is, en dat je de grondwet niet vol moet stoppen met loze kreten.

De gebarentaal is ook een beetje geadopteerd door de ChristenUnie. Eerder dit jaar diende het CU-Kamerlid Carla Dik-Faber, samen met PvdA’er Roelof van Laar een wetsvoorstel in om meer rechten te geven aan dove mensen om hun taal te erkennen.

Mij lijkt dat gebarentaal eigenlijk inderdaad de meeste zorg verdient; degene die afhankelijk zijn van die taal hebben veel minder makkelijk toegang tot (gesproken) Nederlands dan bijvoorbeeld Friezen. Het is uit dat oogpunt jammer dat de ChristenUnie het hier laat bij die symbolische ‘verankering’ en niet probeert wat concreters voor de gebaarders te doen.

Identificatiemiddel

De ChristenUnie is het wél met D66 eens dat vluchtelingen Nederlandse les moeten krijgen. Vrijwel alle partijen vinden dat overigens; maar de ChristenUnie heeft hier ook een unieke invalshoek. Waar andere partijen denken dat de taal gaat bijdragen aan integratie, kent de ChristenUnie die functie toe aan taalles. Het gaat dus niet om het resultaat (dat je Nederlands kunt spreken), maar om het proces (dat je Nederlandse les volgt):

Vanaf het begin van de aankomst van vluchtelingen wordt ingezet op integratie en meedoen in de Nederlandse samenleving. Ze leren zo de Nederlandse samenleving kennen en krijgen ruimte voor hun bijdragen en inzet. Ontmoetingen tussen Nederlanders en nieuwkomers zijn waardevol, bijvoorbeeld via gemeenschappelijke maaltijden en taalbuddy-projecten.

Ook hier dus weer: taal wordt niet zozeer als instrument gezien, maar als een symbolisch identificatiemiddel.

Segers-Pechtold

Dat heeft ook tot gevolg dat de ChristenUnie het wegwerken van taalachterstanden minder serieus neemt dan sommige andere partijen. Laaggeletterden kunnen ook op een andere manier leren bijdragen aan de samenleving:

Scholen die zich richten op praktische vaardigheden worden onterecht gezien als ‘lager’. Maar excellent onderwijs gaat niet alleen om rekenen en taal. Jongeren met ‘gouden handjes’, zoals technici en andere vakmensen, zijn hard nodig op de arbeidsmarkt.

Waar de ene partij (D66) taal dus alleen als een functioneel instrument ziet, heeft de andere (ChristenUnie) eigenlijk niets met die functies en ziet taal vooral als een (heel belangrijk) symbool van ons land. Een toekomstige regering Segers-Pechtold zal er niet over vallen, maar het illustreert denk ik aardig hoe verschillend deze partijen ook anderszins zijn.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

4 reacties op De verkiezingsprogramma’s over taal: ChristenUnie

  1. wearldsproake schreef:

    Ik misse nog twee aandere sproaken in Nederlaand: Nedersaksies en Limbörgs…

    • Voor zover ik kan zien, worden deze door geen enkele politieke partij in het verkiezingsprogramma genoemd.

      • wearldsproake schreef:

        Ha’k wa wier dacht…

      • Lucas Seuren schreef:

        Mogelijk meer op lokaal niveau? De regio D66 Groningen heeft namelijk al een paar keer geprobeerd om Nedersaksisch/Nedersaksies erkend te krijgen. Ik kan me zo voorstellen dat er andere partijen zijn in Groningen en Limburg met dezelfde standpunten. Landelijke partijen hebben misschien vooral beleid voor talen die al erkend zijn.

Reacties zijn gesloten.