Van Jason ende Hercules: een onbekende editie

Door Piet Franssen

Tot mijn grote verrassing dook dit jaar een nieuwe, nog onbekende Jan van Doesborch-editie op: Van Jason ende Hercules. Willem Kuiper meldde me dat veilinghuis The Romantic Agony in Brussel twee onbekende postincunabelen uit de nalatenschap van Prof. Dr. W.L. Braekman had aangeboden en dat de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience in Antwerpen de boeken had aangekocht. [1] Vervolgens was conservator Steven van Impe, MA van de bibliotheek zo vriendelijk mij toegang te verschaffen tot de banden voordat zij naar de restaurateur gaan. Willem Kuiper heeft op 12 juni in Neerlandistiek.nl al iets geschreven over de Galien Rethore; ik richt mij nu op de andere band. Met deze editie krijgen we mogelijk meer inzicht in de relatie tussen Jan van Doesborch en Willem Vorsterman, want op de titelpagina staat onderaan: “C Dese boecken vintmen te coop bi willem vorsterman.” Hieronder richt ik mij op de datering van de editie en de vraag rond de samenwerking. Daarvoor is het nodig te beginnen bij de al bekende editie van Van Jason ende Hercules, door Braekman A genoemd.

In 1521 drukt Van Doesborch twee teksten die hij als eenheid presenteert. De eerste is de geschiedenis van Jason en de tweede is de geschiedenis van Hercules. Wat zo bijzonder is van zijn werkwijze is het feit dat de titelpagina van Van Jason ende Hercules de twee teksten aan elkaar koppelt, zodat het lijkt alsof ze samen gekocht moeten worden. De titelpagina zegt namelijk:

Van Jason ende Hercules. Die wonderlike vreemde historien. Hoe dat die edel vrome Jason ghewan dat gulden vlies. Ende van noch veel wonderlike avontueren die Jason met die schone Medea hadde. Ende voert van de alder stercsten Hercules / die wonderlike feyten van wapenen in orloghen dede / doe hi Troyen twee reysen destrueerde Ende hoe hi vacht tegens vreemde wonderlike beesten die hi al verwan. Ende tis genuechlick ende wonderlick om te horen lesen.

Vervolgens zien we vier houtsneden, waarvan er twee verwijzen naar avonturen van Jason en twee naar de avonturen van Hercules. Wat verder opvalt, is dat Die historie van den stercken Hercules ook een eigen titelpagina heeft en dus ook los verkocht kon worden, net als de Destructie van Troyen. Bovendien kennen de edities hun eigen datum: voor de Jason-tekst is dat 8 november 1521 en voor de Hercules-tekst 12 december 1521. Aan het slot van het tweede deel, Die historie van den stercken Hercules wordt dan ook nog verwezen naar Die destructie van Troyen als derde deel van deze trilogie. Hierin wordt beschreven hoe Hercules, Troje voor de derde keer verwoest. [2]

Editie B

Nu naar de nieuw ontdekte editie, door Braekman B genoemd. Die bestaat uit het titelblad en de proloog van Van Jason ende Hercules (A1recto en A1verso dus) plus de tekst van Die historie van den stercken Hercules waarvan het laatste blad ontbreekt. Braekman schrijft in een notitie die in de band is opgenomen het volgende:

‘Deze druk verschilt merkelijk van A: de hsnn. op titelblad (vgl. Debaene, p. 253) zijn dezelfde maar wat in A rechts staat, staat hier links; de vermelding van W. Vorsterman op titelblad ontbreekt in A; de tekst van de ondertitel (onder de xylografische titel in rubriek) is verschillend; de tekst op Sig. a1v is merkelijk verschillend. […] In het tweede deel (Hercules): de hsnn. in A en B zijn dezelfde (slechts hier en daar werd in B een sierrand toegevoegd; enkele lombarden zijn verschillend). De tekst van de Hercules bevat vele kleine verschillen in de bewoording.’

De samenvatting van Braekman is weliswaar ietsje beknopt, maar wel adequaat. Tussen het titelblad en de editie van Die historie van den stercken Hercules heeft hij een aantal lege bladen laten inbinden, zodat duidelijk is dat er tekst ontbreekt. Maar is dat wel zo? De heer Van Impe merkte terecht op dat de delen wellicht los werden verkocht en dat de titelpagina als een soort advertentie kan worden gezien. De titelpagina van Van Jason ende Hercules spreekt echter van een meervoud ‘Dese boecken’ en dan is het wel een beetje vreemd dat dan onmiddellijk na deze titelpagina, de titelpagina van Die historie van den stercken Hercules zou volgen. Dat lijkt een beetje dubbelop, hoewel het op die manier natuurlijk wel duidelijk is dat de kopers het tweede deel kopen. Dat speelde bij de Destructie van Troyen blijkbaar geen rol, want daarvan verschenen al edities rond 1500 en 1504. Daarin wordt overigens wel gewezen op het feit dat het de derde en laatste verwoesting van Troje door Hercules betreft. Het is dus goed mogelijk dat zowel aan het einde van de vijftiende eeuw als in de jaren twintig van de zestiende eeuw, de trilogie compleet is verschenen en de overlevering ons parten speelt. Vorsterman publiceerde in 1541 nog een editie van de Destructie van Troyen, dus hij had op dat moment nog de beschikking over die tekst. [3] Het is bovendien bekend dat teksten in de regel als losse katernen werden verkocht en dat de koper in principe zelf voor het inbinden moest zorgen. Bovendien hadden veel teksten een lange levenscyclus.

C Dese boecken vint men te coop bi Willem Vorsterman

Het feit dat Jan van Doesborch uitdrukkelijk op M3verso aangeeft dat de tekst(en) door hem gedrukt zijn in Antwerpen en dat de titelpagina expliciet aangeeft dat Willem Vorsterman ze verkoopt, lijkt te wijzen op een goede relatie tussen de twee. Lange tijd heeft Vorsterman een slechte naam gehad als ‘roofdrukker’, maar Rita Schlusemann heeft laten zien dat beide uitgevers / drukkers ook gewoon collegiaal samenwerkten. [4] Eerlijk gezegd plaats ik daar in dit specifieke geval een vraagteken bij, zoals ik zal proberen te onderbouwen.

Volgens Braekman “is dit enig bekende ex. van deze druk wellicht ca. 1525 op de markt gebracht.” Hij komt tot die inschatting omdat “Te oordelen naar de rand rond de titel in hsn. die in B gebroken is (niet in A) is B wat jonger dan A; toch is het tijdsverschil niet groot, aangezien de blokken van de andere hsnn. in dezelfde staat zijn als in A.” Ik denk dat Braekman de levensduur van houtblokken onderschat en dat juist in dit geval het tijdstip bepalend is voor hoe we tegen de mededeling op de titelpagina moeten aankijken.

Laten we ons nog wat meer verdiepen in editie A en B. De proloog Van Jason ende Hercules wordt begeleid door twee afwijkende houtsneden plus een sierrand. De herkomst van de eerste is mij niet bekend, maar de tweede houtsnede komt in dezelfde staat ook voor in Der .ix. Quaesten van 27 juni 1528 (A3recto). [5] De vergelijking van de overige houtsneden in A en B laat zien dat het inkten en de druk van de pers bepalend is voor de kwaliteit van de afdruk. Met name in de randen is het de ene keer A en dan weer B met een betere afdruk, al is A vaker beter. Opvallend minder in B zijn zoals Braekman al vaststelde de randen van de titelhoutblok, maar ook de afdruk van de houtsnede op H3recto is minder. Rechtsonder ontbreekt bij de laatste houtsnede de lijn vrijwel geheel. Op basis hiervan is inderdaad niet meer te zeggen dan dat B na A is gedrukt. Maar wanneer?

De vraag naar een meer precieze datering wordt bepaald door de beschikbaarheid van gedateerde edities van Van Doesborch met overeenkomende houtsneden en randen. Voor Van Doesborch gaat het daarbij om slechts drie drukken: Der .ix. Quaesten uit 1528, het Dal sonder Wederkeeren van Colijn Cailleu uit hetzelfde jaar en Van Brabant die excellente cronike uit juni 1530. Zoals gezegd is een van de houtsneden ook aanwezig in Der .ix. Quaesten. Met het Dal sonder Wederkeeren heeft de tekst echter geen overeenkomstige houtsneden. De Brabantse kroniek heeft evenwel vier houtsneden gemeen met B. Het gaat om de houtsneden Kok 306.46 (o.a. op 109v.); Kok 306.32 (274r.); Kok 306.49 (230r.) en Kok 306.40 (75v.). [6] De houtsneden zijn met uitzondering misschien van Kok 306.32 vrijwel gelijk van kwaliteit, maar ook op basis van de verschillen tussen deze houtsnede in de kroniek en in B zijn geen definitieve conclusies over de datering te trekken. Beter of slechter dan de houtsneden in de Brabantse kroniek zijn de houtsneden in B niet echt, waardoor de datering in feite open blijft.

Een echte doorbraak blijkt echter de kenmerkende sierrand met de twee puti’s te bieden. Niet alleen bevat B deze sierrand drie keer, maar ook in de drie genoemde uitgaven van Van Doesborch van ná 1521 komt hij voor. In Van Brabant die excellente cronike liefst zes keer. [7] Zowel linksboven als rechtsonder vertoont deze sierrand in alle drukken oneffenheden en op basis van de vergelijking tussen de in totaal elf sierranden valt te concluderen dat, hoewel de tekst in ieder geval in Antwerpen is gedrukt, dit misschien gelijktijdig of zelfs ná de Brabantse kroniek is gebeurd. Daarbij past ook de kleine oneffenheid die te zien is lopend van de kin naar de hals van de rechter puto. Ook die oneffenheid is het best herkenbaar in de sierranden in B. In tegenstelling tot een datering rond 1525 acht ik dus een datering in 1530 waarschijnlijker.

In dat geval komt de samenwerking tussen Vorsterman en Van Doesborch volgens mij in een ander daglicht te staan. Mijn theorie is als volgt. We hebben met het feit dat de tekst nog in Antwerpen is gedrukt, het bewijs dat de uitgave van voor 1531 is. Zoals bekend verhuist Jan van Doesborch eind 1530 naar Utrecht. Het geval wil dat Van Brabant die excellente cronike is overgeleverd met drie verschillende titelbladen. Naast exemplaren van Van Doesborch zelf zijn er exemplaren die op het titelblad vermelden dat ze te koop zijn bij Michiel van Hoochstraten en andere exemplaren vermelden Henrijck Petersz. [8] Natuurlijk kan het toeval zijn, maar in de bijna dertig jaar dat hij in Antwerpen actief was, komt een dergelijke explicitering van de samenwerking nooit op zijn titelpagina’s voor. Afgezien van de toevoeging op de titelpagina gaat het bij de Brabantse kroniek om dezelfde editie. Er zijn geen abnormale verschillen tussen de exemplaren. Dat is echter niet het geval bij B. Dat is ten opzichte van A echt een nieuwe editie. Had Van Doesborch de tekst al bijna compleet gezet en gedrukt voordat hij besloot uit Antwerpen te vertrekken? De titelpagina kon gemakkelijk achteraf worden aangepast en ook voor het colofon was ruimte te maken, waardoor Vorsterman de exemplaren van de druk gemakkelijk kon overnemen. [9] Dat zou betekenen dat Vorsterman gekend was in de tekst die op het titelblad moest komen. In dat licht moet het meervoud ‘boecken’ wellicht letterlijk worden genomen. Hij nam – naast een deel van de inventaris – waarschijnlijk de exemplaren van beide teksten over. Als de editie inderdaad in 1530 is verschenen, kunnen we volgens mij niet meer spreken over een collegiaal samenwerkingsverband tussen de genoemde uitgevers/drukkers, maar om een zakelijke transactie vanwege het vertrek van Van Doesborch. Dat wil overigens niet zeggen dat daarmee zijn relatie met Vorsterman, Hoochstraten of Petersz. slecht was. Het enige dat in dat geval duidelijk wordt, is dat het vertrek van Van Doesborch blijkbaar niet echt lang van tevoren gepland was.

De reden waarom hij Antwerpen verlaat, is niet bekend en er zijn veel mogelijkheden te bedenken. Mijn vermoeden is dat Van Doesborch oorspronkelijk uit het buurschap Doesburg in de gemeente Ede afkomstig is. Ede ligt onder de rook van Utrecht en Van Doesborch kende de Utrechtse drukker Jan Berntsz. al langere tijd. Dat zou ook verklaren waarom Van Doesborch zich in Utrecht op hetzelfde adres vestigt. Mogelijk heeft zijn vertrek uit Antwerpen met ouderdom te maken, maar dat is niet waarschijnlijk, want hij sterft pas in 1536 en in de tussentijd geeft hij in Utrecht nog minimaal drie teksten uit. Het is ook mogelijk dat het op verzoek van Jan Berntsz. was. Feit is inderdaad dat hij in zijn Utrechtse tijd grote invloed heeft op diens fonds. Een andere mogelijkheid is dat hij zich niet meer op zijn gemak voelde in Antwerpen na de publicatie van Dat Bedroch der Vrouwen, waarover blijkens de proloog van dat Profijt der Vrouwen behoorlijk wat rumoer ontstond. [10] Mogelijkheden te over, maar het is enige waarover meer zekerheid bestaat, is dat zijn vertrek uit Antwerpen niet echt was voorzien. Over de relatie met Willem Vorsterman zegt de tekst op de titelpagina van B jammer genoeg niet veel meer dan dat ze in 1530 in een ongelijkwaardige situatie zaken met elkaar deden.

Franssen_01

Van Jason ende Hercules, Antwerpen, Jan van Doesborch, [1530], [A1verso] [11]

Franssen_02

Historie van den stercken Hercules. Antwerpen, Jan van Doesborch, [1530}, [L3verso]

Franssen_03

Historie van den stercken Hercules. Antwerpen, Jan van Doesborch, [1530], [M3verso]

Franssen_04

Der .ix. Quaesten. Antwerpen, Jan van Doesborch,  27 Juni 1528, [H2r.]

Franssen_05

Colijn, Caillieu, Dal sonder Wederkeeren, Antwerpen, Jan van Doesborch, 19 Juli 1528, fol. 16verso

Franssen_06

Van Brabant die excellente cronike. Antwerpen, Jan van Doesborch, Juni 1530, [e1recto]

Franssen_07

Van Brabant die excellente cronike. Antwerpen, Jan van Doesborch, Juni 1530, [k4verso]

Franssen_08

Van Brabant die excellente cronike. Antwerpen, Jan van Doesborch, Juni 1530, [Aa4verso]

Franssen_09

Van Brabant die excellente cronike. Antwerpen, Jan van Doesborch, Juni 1530, [Cc2recto]

Franssen_10

Van Brabant die excellente cronike. Antwerpen, Jan van Doesborch, Juni 1530, [Mm4recto]

Franssen_11

Van Brabant die excellente cronike. Antwerpen, Jan van Doesborch, Juni 1530, [t4recto]

Noten:

[1] Zie NK = M. Nijhoff en M.E. Kronenberg, Nederlandsche Bibliographie van 1500 tot 1540. Den Haag 1923-1971. 3 dln. nr. 3164 voor een beschrijving van de tekst. De afkortingen zijn stilzwijgend opgelost.

[2] http://www.bibliorare.com/catalogues/pdf/romantic29-30-avril-2016-cat.pdf, p. 302, nr. 1053. Signatuur EHC: 812423:2. De sierrand meet ongeveer 30×44 mm.

[3] GW = http://www.gesamtkatalogderwiegendrucke.de/ 12522. De tekst van de editie Vorsterman is overigens ontleend aan de editie Van Doesborch (NK 4137) en niet aan de editie Van den Dorpe: Willem Kuiper geeft in zijn uitgave van de tekst naar de editie van Van den Dorpe de belangrijkste varianten van de editie Vorsterman uit 1541: http://cf.hum.uva.nl/dsp/scriptamanent/bml/Destructie_van_Troyen/Troylus_ende_Briseda_diplomatisch.pdf

[4] Rita Schlusemann, De uitwisseling van houtsneden tussen Willem Vorsterman en Jan van Doesborch’in: Queeste 1 (1994), p. 145-73; http://www.dbnl.org/tekst/_que002199401_01/_que002199401_01_0014.php

[5] NK 1519: Colijn Caillieu ’s Dal sonder wederkeeren of Pas der doot. Door Paul de Keyser. Antwerpen 1936; NK 654-656: Van Brabant die excellente cronike (ed. Aarnoud den Hamer). Z.n., z.p. 2016 te raadplegen via http://www.dbnl.org/tekst/_ald001vanb01_01/colofon.php ; NK 1784: Der 1X quaesten: Warachtighe historien. Als van Jeroboan, Achab, Joram, ioden. Caym, Nero, Pylatus, heiden. Judas scharioth, Machamet, Julianus ap(o)stota, kerstenen, die alle een onsalich eynde hadden. Een Vlaams volksboek, naar de Antwerpse druk van Jan Van Doesborch uit 1528 bezorgd ingeleid door W.L. Braekman Ufsal Brussel. Sint-Niklaas 1980. Zeldzame volksboeken uit de Nederlanden. Deel 3; het unieke exemplaar van de UB Gent is te raadplegen via https://books.google.nl/books/about/Der_IX_quaesten_vvarachtighe_historien.html?id=MnJOAAAAcAAJ&redir_esc=y

[6] Ina Kok, Woodcuts in Incunabula Printed in the Low Countries (4 Vols.), Translation by Cis van Heertum. Leiden 2013. Vol I, 34 Roland van den Dorpe, p. 604-24; Vol. IV, 306.1-52.

[7] Van Jason ende Hercules [1530], A1verso, Die historie van den stercken Hercules, [1530], h2verso, m3verso; Caillieu. Ed. 1936, p. 144; Quaesten, h2recto; Van Brabant die excellente cronike, Ed. De Hamer 2016, e1recto, k4verso, AA2verso, CC2recto, Mm4recto.

[8] NK 654-656; P.J.A. Franssen, Tussen tekst en publiek. Jan van Doesborch, drukker-uitgever en literator in Antwerpen en Utrecht in de eerste helft van de zestiende eeuw. Amsterdam 1990, p. 27-29.

[9] Zie Frans A Janssen, ‘Corrigeren vóór, tijdens en ná het drukken’ in: De Boekenwereld 32 (2016), nr. 2, p. 68-71.

[10] P.J.A. Franssen, ‘Jan van Doesborch’s departure from Antwerp and his influence on the Utrecht printer Jan Berntsz’ in: Quaerendo 18 (1988) p, 163-90. Herman Pleij, Anna Bijns van Antwerpen. Amsterdam 2011, p. 213-36 m.n. 323 noemt Berntsz. zelfs de schoonzoon van Jan van Doesborch. Franssen 1990 (=noot 8), p. 33-37.

[11] Sierranden uit Van Jason ende Hercules / Die historie van den stercken Hercules gepubliceerd met toestemming van mevrouw An Renard, Directeur van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience; sierrand uit Der .ix. Quaesten exemplaar UB Gent http://lib.ugent.be/catalog/bkt01:000391491 gedigitaliseerd door Google. Sierrand afkomstig uit Colijn Caillieu ’s Dal sonder wederkeeren of Pas der doot. Door Paul de Keyser. Antwerpen 1936, p. 144; sierranden uit Van Brabant die excellente Cronike, ex. UB Utrecht  S fol 498 (Rariora): http://hdl.handle.net/1874/44632.

 

Dit bericht is geplaatst in edities, letterkunde met de tags , . Bookmark de permalink.