Lekker doorhotsen

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (74)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Wie het woord doorhotsen intikt bij Google, vindt vier treffers, waarvan er drie uit de laatste vijf jaar komen (‘Het park gaat echter pas om acht uur open en dan is het nog anderhalf uur flink doorhotsen met de jeep over een rotsige weg‘,  ‘En je kan er overal mee doorhotsen, zonder angst voor doornen of stekels‘, ‘drie dagen zonder drinken in een vrachtwagen heel Europa doorhotsen‘) en één uit 1924 (‘zoo’n buitengewone gebeurtenis, dat liet de moeite loont er een paar namiddaguren voor op te offeren, al moet men er dan ook half Parijs om doorhotsen‘).

Het is dus een woord dat slechts af en toe gebruikt wordt, eigenlijk te zelden om ervan uit te gaan dat mensen het kennen en toch wordt het nooit toegelicht. Dat is ook terecht: ik vraag me af of ik het ooit had gehoord voor ik het sonnet Zielzucht van J.J.L. ten Kate las, en toch had ik geen enkele moeite om het te begrijpen:

Vaak zit ik onder ’t loof der groenende eikenblâren,
Aan ‘t stadsgewoel ontvlucht, in zoete mijmring neer,
‘k Vergeet daar voor een wijl en leed en zielsbezwaren,
En toover mij terug in ‘t zaligend Weleer.

‘k Herdenk dan menigmaal de weggevloden jaren,
En roep den vlotten droom van jeugd en kindscheid weer;
‘k Herdenk dan elk geruisch der doorgehotste baren,
Op d’onbetrouwbren tocht langs ‘t wisslend waereldmeir.

Maar ‘k zoek vergeefs die rust, die ‘s levens ochtendkrieken,
Zoo rijk aan echte weelde en waar genot, omgeeft;
En ‘k roep dan d’avondwind, die door ‘t gebladert zweeft,
Met weenende oogen toe: “O, mocht ik op uw wieken,
Onzichtbre telg der lucht! ontzweven aan ‘t heelal,
Als op uw ademtocht een dorrend blad in ‘t dal!”

Ja, kunnen jullie dan zeggen, maar je kende natuurlijk de woorden door en hotsen al, alsmede het procédé waarmee zulke stukjes aan mekaar kunnen worden gelast om een nieuw woord te vormen. Maar hotsen is nu toch ook niet echt een woord dat je iedere dag tegenkomt en ik vermoed dat ook de beste kenner moeite zal hebben om ook maar één eerdere vindplaats van dit woord in mijn oeuvre aan te wijzen. Zoals ik het misschien ook nooit eerder heb gebruikt.

Je zou kunnen denken dat het een klanknabootsend woord is, een onomatopee. Maar welke klank word er dan precies nagebootst?

En toch begrijp je wat er is bedoeld: voortdurend op en neer bewegen. DSommige moderne taalkundigen zouden vermoedelijk zeggen dat de onmiddellijke begrijpelijkheid van het woord laat zien dat het oude, soms aan de Zwitserse taalkundige Ferdinand de Saussure toegeschreven, dictum dat de relatie tussen de vorm van een woord en zijn betekenis arbitrair is. Kennelijk hoor je aan sommige woorden al af wat ze betekenen; al geldt dat in ieder geval niet voor ieder woord – anders zou je iedere vreemde taal kunnen verstaan. Maar sommige woorden kunnen dus heel lang blijven bestaan omdat ze de enkele keer dat ze gebruikt worden toch weer onmiddellijk begrijpelijk zijn.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.