Het ideale examen?

Door Arnoud Kuijpers

Afgelopen jaar kende het examen Nederlands een dieptepunt als het gaat om alle kritiek die er zowel voor- als achteraf werd verkondigd. Er bestaat al langer onvrede over het examen, maar met alleen klagen verander je uiteindelijk niks. Aan de hand van twee socratische gesprekken van ongeveer een uur, hebben meer dan zestig docenten zich afgelopen zaterdag tijdens de conferentie Nederlands Nu gebogen over de vraag hoe een ideaal examen Nederlands eruit zou zien. Een lastige en complexe vraag, maar de deelnemers wisten er wel raad mee. Er werd in mijn ogen constructief nagedacht over hoe we het huidige examen zouden kunnen verbeteren. Wat er precies is besproken kun je hier lezen. Uiteindelijk resulteerden de gesprekken in een paar aanbevelingen. 

Goed zoals het is

De eerste aanbeveling is wellicht opvallend, maar volgens de docenten zou er op de korte termijn niet zo veel hoeven te veranderen. Verschillende docenten gaven aan dat het huidige examen best deugt: goede teksten met over het algemeen interessante vragen. Het havo-examen kreeg zelfs een pluim. Het is vooral het antwoordmodel waar het misgaat. Docenten zouden meer ruimte willen zien in het beoordelen van de antwoorden. Met het huidige antwoordmodel worden sommige antwoorden van leerlingen namelijk fout gerekend, terwijl juist blijkt dat ze het begrepen hebben. Daarnaast vonden de docenten dat sommige vragen in het examen verbeterd of geschrapt moesten worden. Al met al een eerste duidelijke aanbeveling: beperk je tot leesvaardigheid op het centraal examen; verbeter de kwaliteit van de vragen; bevorder dat leerlingen kritisch denken en helder formuleren; zorg voor ruimte in het antwoordmodel.

Weging CE

Daarnaast was vrijwel iedereen het erover eens dat de weging van het examen momenteel te zwaar is. Nu wordt het eindcijfer voor de helft bepaald door het examencijfer, maar dat zou volgens de docenten teruggebracht moeten worden naar 30 procent. Dat betekent dat het schoolcijfer in de toekomst voor 70 procent meetelt. Docenten voelen daardoor meer ruimte om in het laatste jaar niet alleen de focus op leesvaardigheid te leggen. De praktijk wijst namelijk uit dat er in het laatste jaar te veel nadruk op examentraining ligt, terwijl de docent liever de diepte in zou willen met bepaalde onderwerpen die voor ons vak relevant zijn. Overigens bepleitten enkele deelnemers juist de 50 procent te behouden. Nederlands is tenslotte een kernvak en mag niet minder zwaar wegen dan de andere vakken.

Inhoud examen

Een andere suggestie die werd gedaan is dat het examen in de toekomst meer over de inhoud van het vak zou moeten gaan. De leerlingen zouden zich gedurende het examenjaar kunnen verdiepen in een onderwerp uit bijvoorbeeld taalkunde of letterkunde. Of er zouden juist maatschappelijke vraagstukken centraal kunnen staan, wellicht afgestemd op de profielen, waarbij de leerlingen bij het examen zelf een onderwerpskeuze kunnen maken. Of geef leerlingen van tevoren de onderwerpen mee ter voorbereiding op het examen, zoals nu ook bij geschiedenis en de klassieke talen wordt gedaan. Pas als de leerling inhoudelijk beter geïnformeerd is, kan hij een tekst kritisch lezen en nuance aanbrengen in zijn of haar antwoorden. 

Wat nu?

Interessante uitkomsten! Maar wat nu? Met deze aanbevelingen willen we samen met Levende Talen rondom de tafel gaan zitten met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We laten het ministerie weten wat docenten Nederlands willen en hopen natuurlijk dat het uiteindelijk tot een verandering zal leiden. 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, Neerlandistiek voor de klas met de tags , , . Bookmark de permalink.