Etymologie: zuring

Door Michiel de Vaan

zuring zn. ‘plant met zure smaak, rumex

Vroegmiddezuringlnederlands Surinc (1280–1290), Zuerinc (1281), Zueringhe (1281, dat.sg.), bijnaam, mogelijk ‘zuurpruim’; Mnl. zuerinc ‘zuring’ (1401–1450), zuyrinck (1477); Nnl. suring (1500–1525), suringhe (1560), suerinc (16e e.), zurinck (1608), suyring (1642), zuuring (1701).

zurik zn. ‘zuring’

Vnnl. zurick (1567), suerick (1599) ‘zuring’.

zurkel zn. ‘zuring’

Vmnl. surcle (1226–1250), Mnl. surkele (1351), sulcker (1401–1600), suerkel, soerkele, Vnnl. surckele (1543), surckel (1551), suerckel (1599), sulcker (1561), zurkel (1743).

In moderne dialecten is zurkel kenmerkend voor het zuiden (Zeeland, Vlaanderen, Brabant, Limburg), in Brabant en West-Limburg ook zulker met metathese van r en l. Daarnaast bestaan de varianten zulper in Noordoost-Brabant en zurel, zeurel, zorel in Noord- en Midden-Limburg. De k-variant zonder l-suffix komt door het hele taalgebied sporadisch voor: Groningen zoerke, Drente zuurke, Overijssel zoerek, Zuid-Beveland zuurrek, en Zuidoost-Nederlands zurik, zoerek, zurk. De vorm zuring of zoering komt vooral in Limburg en Noord-Brabant voor, maar ook in Drente. Zie de PLAND, www.meertens.knaw.nl/pland/woordenboekartikel.php?term=Zuring.

Verwante vormen: MoWFri. surk, Mnd. sure f. ‘zuring’, sur(e)ke, –n f. ‘zuring; wilde appel’, suringh ‘zuringʼ, Oudengels sūre, gen. –an f. ‘zuring’, sȳring f. ‘karnemelkʼ, Oudijslands sūra ‘zuringʼ.

Allemaal evidente afleidingen van zuur uit PGm. *sūra-. De oudste vorm *sūrōn– f. is niet in het Nederlands voortgezet. Een afleiding daarvan was WGm. *sūrakōn-, *sūrikōn-, waaruit Nl. zurik, Mnd. sureke, en Fries surk. Daarvan is in het Nederlands dan weer zurkel afgeleid met l-suffix dat umlaut veroorzaakt in de centrale en oostelijke dialecten. De ouderdom van zuring als plantnaam is onzeker, aangezien het Oudengels woord voor ‘karnemelk’ losstaat en de oudste Mnl. vormen allemaal ‘Zuurpruim’ als bijnaam betekenen, met het productieve suffix -ing-. Denkbaar is dus dat de plantnaam op –ing pas in de loop van het Middelnederlands is opgekomen; het ontbreken van umlaut in veel oostelijke dialecten lijkt daar ook op te wijzen (al kan het umlautloze bn. ook steeds weer zijn hersteld).

 

Dit bericht is geplaatst in taalkunde met de tags . Bookmark de permalink.