Literatuur: verplicht vak of keuzevak?

Door Michelle van Dijk

ClN6W83WEAApoaTVandaag (18 juni) was er een bijzondere bijeenkomst van docenten Nederlands: Nederlands Nu. Het was bijzonder omdat dit de eerste bijeenkomst was die georganiseerd werd voor en door docenten die elkaar alleen kennen van de Facebook-groep ‘Leraar Nederlands’. De uitwisseling van lesideeën en meningen over het schoolvak Nederlands was online al eerder goed op gang gekomen, nu was er een aangenaam vervolg in real life.

Ik mocht het onderwerp ‘Literatuur: verplicht vak of keuzevak?’ inleiden. Nu was het doel van deze dag en van elke workshopronde niet om flink te debatteren en te roeptoeteren. De organisatie wilde vooral uitwisseling vanuit de vraag: wat zien wij als opdracht van de docent Nederlands? Met die insteek hield ik de inleiding over literatuur (hieronder), waarna de groep van ca. 32 docenten in deze ronde hierover in socratisch gesprek ging. Kort samengevat is het socratisch gesprek er vooral op gericht vragen en antwoorden uit te lokken, in plaats van tegenstellingen en argumenten zoals je die in een debat vooral hoort. Ik heb ook geprobeerd daarvan een korte weergave te noteren.

Literatuur: waarom eigenlijk?

Jullie kennen dit allemaal: je zit midden in een geweldige les poëzieanalyse, de leerlingen zijn driftig aan het werk in groepjes en zoeken op wie Lesbia was en wat een meepse barg is, en één leerling vraagt als je even stilstaat bij het groepje: ‘Mevrouw, waarom doen we dit eigenlijk? Ik vind het wel leuk, hoor, maar ik vraag het me gewoon af.’

We weten het antwoord natuurlijk wel, dat hebben we namelijk van de minister geleerd: door literatuur te lezen breid je je woordenschat uit. En dat is fijn voor onze eindexamenresultaten en internationale toplijstjes. Maar als je gelooft dat dat echt de reden is waarom je literatuurles geeft, dan zat je hier nu niet of dan mag je alsnog naar huis. Maar wat willen we dan wel? Wat heeft een leerling, die over een paar weken een diploma in handen krijgt, geleerd door literatuuronderwijs? Dat is voor mij de beginvraag.

Kluun zei dat de literatuurlijst leerlingen een trauma bezorgt. Bestaat dat literatuurtrauma, of is het vergelijkbaar met mijn afkeer van voetbal, waar ook nog nooit een nationale discussie aan gewijd is – de officiële oorzaak is dan ook nog niet gevonden? Is literair leesplezier de taak van de docent, en zo ja, hoe krijgen we dat dan voor elkaar? Aleid Truijens stelde voor dat we dan in klas 3 maar Gijp en Saskia Noort moeten toelaten. Voer voor discussie, maar ik vraag me toch af… als dát onze taak is, hebben we dan gefaald bij iedere volwassene die nooit meer iets met plezier leest?

Stephan Enter zei in een discussie op de radio ook iets moois: kinderen hebben literatuur nodig als bagage voor de rest van hun leven. Ik vroeg het leerlingen in V5 die onlangs een paper schreven over een naoorlogse roman: welk zelfinzicht of sociaal inzicht wonnen ze ermee? Het leverde prachtige analyses en reflecties op. Literatuur vergroot empathie, geeft inzicht in wat er in de samenleving gebeurt en is gebeurd. Wat doet literatuur nog meer? Waarom lezen wij zelf? Troost? Ontspanning? Een ontsnapping? Esthetisch genieten van mooie taal?

Of moet het dan toch gaan om het aloude analytisch en historisch lezen, de horror die Christiaan Weijts aanhaalde, de gymnasiumleerling die alleen maar oude boeken moest lezen, of van die arme kindertjes die bij elk boek een volledige structuuranalyse in eigen woorden moeten overschrijven van internet. Je algemene ontwikkeling. Cultuur, verheffing. Een canon. Beschaving!

Laat ik het eens omdraaien: stel, literatuur is een keuzevak. Een mooi en verdiepend keuzevak voor wie interesse heeft. Wie het niet kiest, heeft dan een minimaal basisprogramma van, zeg, vier boeken. Als ik op deze wijze literatuur of een deel van het huidige programma weglaat en inruil voor een beknopte versie, wat missen leerlingen dan? En zijn ze daardoor beperkt in hun toekomstige loopbaan of in hun rol in de samenleving? Hoe belangrijk en onmisbaar is ons literatuuronderwijs? Of: hoe maken wij ons literatuuronderwijs onmisbaar?

Het vervolggesprek in vraag en antwoord*

Hoe maken we ons literatuuronderwijs onmisbaar?

We maken het niet onmisbaar. Dat kan niet.

Maar wat is literatuuronderwijs? Wat willen we precies? Wat willen we toetsen?

Ik wil leerlingen aan het lezen krijgen, ik wil dat ze kennismaken met de canon en met verhaalanalyse.

Wat heeft literatuur jou opgeleverd?

Het heeft mij laten inzien en doen genieten, doen meemaken van wat er om me heen gebeurt. We moeten weten wat de verhalen van mensen zijn. In een mooie vorm is dat literatuur.

Hoe maak je leerlingen daarvoor enthousiast?

Je begint met je eigen enthousiasme, praten over boeken.

Hoe kun je gepersonaliseerd literatuuronderwijs verder vormgeven?

Bijvoorbeeld met een lessenreeks waarin leerlingen begeleid worden in themakeuze. Binnen dat thema kiezen ze dan weer hun boeken. Dit gaf veel spontane en enthousiaste reacties.

Is praten over boeken en literatuur ook al voldoende?

Praten over boeken is goed. Je kunt literatuur gebruiken om te laten zien wat er speelt. Het kan een kennismaking zijn, daarna gaat de leerling het boek lezen.

Mogen leerlingen dan ook vertaald werk lezen?

Meestal krijgt een leerling dan ‘nee’ te horen. Je kunt een Engels boek ook bij Engels lezen. Maar je moet toch naar het kind kijken.

Als literatuuronderwijs zo gepersonaliseerd is, dan moet het wel een keuzevak zijn?

Ja, maak het maar een keuzevak, dan kun je aansluiten bij wat de leerling wil.

Kan een leerling ook functioneren in de maatschappij zonder literatuuronderwijs?

Ja, natuurlijk kun je leven zonder literatuur, zoals je ook kunt ademhalen zonder te weten wat DNA is. Maar je kunt op verschillende manieren leven.

Is de canon noodzakelijk voor goed literatuuronderwijs?

Literatuuronderwijs opent de wereld voor wie zich nog vormt. De canon opent de belevingswereld. Maar we zijn het er ook niet over eens wat de canon is.

Waarom is het zo dat verhalen en liederen de oudste kunstuiting zijn?

Praten over boeken en vertellen, dat is wat we altijd al deden, dat is wat je moet doen. Dat botst met wat we nu doen: alles schriftelijk toetsen.

Welke andere vormen ken je?

Audioboeken geven ook nieuwe mogelijkheden, ook in de klas. Een oplossing voor ontlezing: luisteren, door een verhaal dat goed is voorgelezen, door acteurs.

Moet literatuuronderwijs onmisbaar zijn om van waarde te zijn? Mag het ook saai zijn?

Iets krijgt waarde, maar heeft het niet vanzelf. Dan had je die waarde toch niet willen missen.

Is literatuur het enige wat nodig is voor wat wij belangrijk vinden?

Het mag breder! Andere kunsten en andere vakken kunnen erbij betrokken worden.

Wanneer is het klaar? Wat is ons doel?

Bij gepersonaliseerd onderwijs kun je niet één doel stellen.

Wat als de leerling nog steeds vampierenboeken en Carry Slee leest in de bovenbouw vwo? Waar ligt de lat?

Je kunt een minimum van behapbare literatuur aanbieden: met korte verhalen.

Wie is eigenaar van het literatuuronderwijs? Kan dat ook de leerling zelf zijn?

Weijts verwees in zijn afwijzing van de canon naar Multatuli en Lebak. Maar die verwijzing kan hij alleen maken omdat hij Max Havelaar wel kent. Bij gepersonaliseerd onderwijs, waarbij de leerling nog wel Carry Slee mag lezen, die heus een geweldig schrijfster is, doe je leerlingen tekort. Ze missen dan iets: Bildung. Om met Bint te spreken: de leerling moet stijgen.

Slotvraag: moet het wel of/of zijn?

*Wie aan het woord was, moest de voorgelegde vraag eerst beantwoorden en daarna zelf een nieuwe vraag opwerpen. Meestal is een antwoord-/vraagcombinatie van één persoon, maar in totaal zijn er dus flink wat mensen aan het woord geweest. In de loop van het gesprek werd de vorm wat vrijer. Maar net als bij Socrates gaat het er niet om wie wat gezegd heeft; het gaat om de vragen die je aan het denken zetten.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , . Bookmark de permalink.