Regels voor de Gooise r

Door Marc van Oostendorp

retroflexe en propjes-r Vroeger kon je misschien nog wel beweren dat mensen die een Gooise r gebruikten, meelopers waren, maar inmiddels zijn er generaties van moedertaalsprekers die niet anders kunnen. Al van jongsaf aan maken ze de r op een bepaalde manier die de Gooise r wordt genoemd, of Kinderen-voor-Kinderen-r omdat de klank veel mensen bij de eerste afleveringen van dit programma op begon te vallen.

Mensen denken bovendien vaak dat die r zijn opgang heeft gemaakt vanwege dat tv-programma of, breder, omdat figuren op de tv die klank begonnen te maken. Waarschijnlijk is dat niet waar, maar natuurlijk nemen mensen wel klanken van elkaar over: kinderen van ouders en op latere leeftijd volwassenen van mensen tegen wie ze op de een of andere manier opkijken.

Nu is dat overnemen op zich al een wonder. Je hoort iemand de r op een bepaalde manier zeggen en na een tijdje maak je hetzelfde geluid. Maar hoe weet je hoe die ander dat deed? Hoe weet je hoe je je tong moet bewegen om zo’n Gooise r te maken? Ik wed dat jij daar aan je ontbijttafel eigenlijk geen idee hebt hoe je dat eigenlijk doet – probeer het anders gerust even uit, geneer je niet.

Gooisig

Bij dat imiteren neem je tegelijkertijd allerlei regels in acht. De Gooise r maak je bijvoorbeeld alleen aan het eind van een lettergreep, en niet aan het begin. Wie raar zegt, kan de tweede r wel Goois maken, maar de eerste niet.

Waar haal je die regel vandaan? Het is aan de ene kant mechanisch misschien natuurlijker om zo’n r aan het eind van de lettergreep te maken dan aan het begin – het levert een zeker spreekgemak op. Maar dat kan niet de hele verklaring zijn: in het Leidse dialect heb je bijvoorbeeld van oudsher zowel aan het begin als aan het eind van raar een r die Gooisig is.

Omkrullen

Ook die regelmaat van wanneer je nu wel of niet een Gooise r zegt, neem je dus onbewust over van de mensen om je heen. Je luistert naar wat ze precies zeggen en waar, je experimenteert even in je eigen mondholte en, voilà, je hebt een perfecte kopie van wat de ander zegt. Dat er dan een regel uitkomt die het gemakkelijker maakt, is mooi meegenomen maar niet noodzakelijk.

Nu weten we sinds enige tijd dat je de Gooise r (of in ieder geval de daar sterk op lijkende Amerikaanse r) op minstens twee manieren kunt maken. Je kunt je tong tot een soort propje achter in je mond vouwen, zoals persoon A hierboven (de prop-r); of je kunt de punt van je tong omkrullen (de omkrul-r), zoals persoon B.

Duimzuigen

Het verschil is niet te horen en daarom is er geen juiste manier om het te doen. Sommige mensen blijken het ene te doen en andere het anderen. Dat weten we doordat onderzoekers de laatste jaren ultrasound-apparaten (je weet wel, die je bij zwangere vrouwen op de buik zet om de ongeboren vrucht te zien duimzuigen) onder de kin van sprekers hebben gezet zodat je kunt zien hoe de tong precies in de mond zit.

En dus doet de een het ene en de ander het andere, tot ieders volle tevredenheid. Uit een nieuw artikel in het prestigieuze vakblad Language blijkt bovendien dat sommige mensen ook allebei de manieren gebruiken, en dat ze ook daar dan weer regels voor gebruiken. Voor een k (hark) zeggen ze bijvoorbeeld een omkrul-r en voor een p (harp) een prop-r. Dat heeft er dan waarschijnlijk mee te maken dat de overgang van prop naar k relatief lastiger is dan die van r naar p.

Zulke dingen hebben mensen dan natuurlijk voor zichzelf uitgevonden en dus worden zulke regels ook niet gedeeld. In dit onderzoek deed vrijwel iedereen het net een beetje anders: omdat je tijdens het leren van taal geen ultrasound bij je hebt, moet iedereen zijn eigen regels zien uit te vissen bij het maken van de Gooise r.

De Gooise r is een draadje in mijn leven. Hier is een blog dat ik er eerder aan wijdde, en hier een videocollege.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.