Europa heeft wel een euro, maar geen tweede taal, waarom niet?

Onverwachte taalvragen aan de wetenschapsagenda (18)

Door Marc van Oostendorp


‘Tweede taal’
Illustratie: M. van Oostendorp

De 12.000 vragen die vorig jaar door het publiek zijn gesteld zijn de vorige zomer door commissies wetenschappers teruggebracht tot 140 vragen. Inmiddels hebben onbekenden – ik heb het aan insiders gevraagd en zelfs die weten niet precies door wie – teruggebracht tot 16 ‘exemplarische routes‘. Het verhaal gaat dat de volgende regering er uit die routes een stuk of drie gaat kiezen, die dan tot speerpunt van het regeringsbeleid zullen worden gemaakt. Wat dát dan weer financieel gaat betekenen, weet niemand.

Maar het gaat vast wat betekenen. Achter de schermen van het wetenschapsbedrijf is het daarom een geroezemoes van jewelste, waarin allerlei mensen strategische coalities sluiten met anderen om hun exemplarische route zo gunstig mogelijk te doen afsteken. Ook dat gelobby levert weer een duister krachtenspel op, waar dan dus uiteindelijk de belangrijkste wetenschappelijke vragen van de jaren rond 2020 uit naar boven geacht worden te komen.

Handig

Ondertussen vinden we in de meest onverwachte routes nog taalvragen. Ergens wordt in het kader van de route veerkrachtige en zinvolle samenlevingen bijvoorbeeld gevraagd:

Wat voor regering we volgend jaar krijgen is de redactie van Neerlandistiek nog niet medegedeeld, maar ik vermoed dat deze vraag hoe dan ook niet hoog op de wetenschapsagenda komt te staan. Waarom niet? Dat is eigenlijk een andere manier om dezelfde vraag te stellen: het zou eigenlijk handig zijn om een Europese taal te hebben, de Oost-Afrikaanse landen profiteren er immers ook van dat ze een taal hebben die de veel mensen niet zozeer als moedertaal, maar als ‘tweede taal’ spreken. Dus waarom proberen we dat het Esperanto of het Engels dat wordt?

Opgelost

Een eenvoudig antwoord is natuurlijk: wanneer er al zoveel scepsis is over volkomen onschuldige Europese symbolen als een volkslied, dan zal er niemand willen strijden voor een Europese taal die allerlei mensen dan zullen moeten gaan leren.

Maar ook in de tijd dat de mensen nog vaker Africa schreven en Europeesche en de sentimenten nog iets minder anti-Europees waren, werd er nauwelijks gewerkt aan ‘een tweede taal voor Europa’. Zoals ook momenteel in de boezem van Europa niet gewerkt wordt aan een dergelijke oplossing. Het heeft nooit hoog op de agenda gestaan, ook in de jaren dertig niet. De Fransen hebben nooit echt hun best hoeven doen om een redelijke oplossing tegen te houden. Misschien omdat een redelijke oplossing ook moeilijk te vinden is.

De vragensteller lijkt te veronderstellen dat het een kwestie van intelligentie is ‘dat wij dat niet kunnen regelen’, maar mijn indruk is dat het eerder gebrek aan interesse is, en vooral gebrek aan overtuiging dat er een probleem is dat moet worden opgelost.

Kwestie

Nu zou je aan de wetenschap kunnen vragen of dit inderdaad waar is. Al dat getolk in het Europees parlement, al die vertalingen die er worden gemaakt, kan dit nu niet efficiënter? Het lijkt me niet onmogelijk om met wetenschappelijk onderzoek enig licht op die zaak te werpen – je zou internationale organisaties met verschillende soorten taalbeleid met elkaar kunnen vergelijken op bijvoorbeeld efficiëntie. Je zou ook kunnen onderzoeken wat voor ideologieën er eigenlijk zitten achter de alternatieven – iedereen spreekt zijn eigen taal en we vertalen alles, we spreken allemaal Engels en Frans, we kiezen een ‘neutrale’ kunstmatige taal, we gokken erop dat de technologie over een paar jaar iedereen een automatische tolk in zijn oor kan laten implanteren.

Dat gebeurt allemaal niet, en dat is waarschijnlijk om dezelfde redenen – even moeilijk te achterhalen als hoe de wetenschapsagenda precies wordt vastgesteld. De kwestie wordt kennelijk als niet écht urgent beschouwd en omdat dit zo is weten we ook niet of we dat wel of niet moeten betreuren.

De vraag is daarmee onderdeel van een cluster aan vragen: waarom worden taalkwesties zelden of nooit als politiek gezien? Waarom zijn er zo weinig volkerenmoorden in naam van de taal? Waarom is er zelfs in België nooit een burgeroorlog uitgebroken? Taalkundigen zoals ik geneigd om aan taal een identificerende rol toe te kennen – met taal bevestig je en laat je zien wie je bent. Maar waarom is het dan minder aanleiding tot echte conflicten dan godsdienstverschillen of verschil van inzicht in hoe de economie moet worden ingericht?

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.