Kapotte taal

driedelige serie over Sarnami, de taal van Surinaams-Hindoestaanse Nederlanders

Uitzending: zondag 22 mei , 29 mei en 5 juni om 16.25 uur op NPO 2

Pavan Marhé

Pavan Marhé

Sarnami, de taal van Surinaams-Hindoestaanse Nederlanders, staat onder druk. Steeds minder jonge mensen spreken het. Maar taalverlies is ook altijd cultuurverlies. In een driedelige serie onderzoekt regisseur Pavan Marhé of taal belangrijk is voor de Hindoestaanse identiteit. Zijn zoektocht brengt ons diep in de Hindoestaanse gemeenschap, van rappers tot wethouders, van priesters tot Bollywood-zangeressen.

Pavan Marhé, zelf van Hindoestaanse afkomst, raakte geïnteresseerd in dit onderwerp door zijn vader. Moti Marhé zet zich als taalwetenschapper al jaren in voor behoud van het Sarnami. Probleem: niet iedereen in de Hindoestaanse gemeenschap vindt Sarnami een taal. Het zou een ‘Tútal Bhasa’ zijn, een kapotte taal, een afgeleide van het Hindi. Pavan vraagt zich af of het Sarnami het waard is om voor te knokken en waaruit zijn Hindoestaanse identiteit eigenlijk bestaat.

Het Sarnami in Hindoestaanse gezinnen

We zien hoe enkele gezinnen met het Sarnami omgaan. De ouders van Avinash en Neha Ghisyawan hebben er bewust voor gekozen hen tweetalig op te voeden. Veel kinderen leren de taal thuis niet meer, Avinash en Neha wel. Natuurlijk moeten ouders er wel samen achter staan. Bryan Harcharan wil graag dat zijn toekomstige kindje vloeiend Sarnami spreekt, maar zijn vrouw ziet dat niet zitten.

Sarnami of Hindi

Sommige Hindoestanen omarmen niet het Sarnami maar het Hindi, de taal van India. Dat is immers wel een ‘echte’ taal… Ook Pavan’s broer Basant voelt zich veel meer tot het Hindi aangetrokken, tot ongenoegen van zijn vader.

Hindoestaan zonder taal

Kun je Hindoestaan zijn zonder je groepstaal te spreken? Zangeres Jennifer Bhagwandin spreekt geen Sarnami. Haar ouders hebben haar bewust volledig Nederlandstalig opgevoed. Volgens Jennifer heeft ze hierdoor goed Nederlands leren spreken. Maar taalkundigen trekken deze theorie in twijfel. Comedian Sardjoe Bunsee spreekt ook geen Sarnami (“Het klinkt als Chinees in mijn oren”) maar voelt zich wel Hindoestaan. Hij merkt dat er een generatie ontstaat die niets meer weet over de Hindoestaanse cultuur. En dat vindt hij niet erg.

Rabin Baldewsingh

De Haagse wethouder, dichter en schrijver Rabin Baldewsingh denkt daar heel anders over. Het belang van zijn moedertaal is voor hem evident. Baldewsingh publiceerde onder meer de eerste roman ooit in het Sarnami. “Ik zal mijn moedertaal Sarnami nooit verloochenen.”

Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.