Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 58

Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Vrij en eigenzinnig uit het Frans vertaald en soms herschreven
door een onbekende renaissancistische Amsterdammer [?],
misschien wel Bredero zelf [?],

in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613.
Hoofdstuk 58 van de in totaal 139
Verantwoording (met naschriften)
Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:
van inmiddels 521 pagina’s A4
Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , . Bookmark de permalink.