Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 41

Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Eigenzinnig uit het Frans vertaald door een onbekende renaissancistische Amsterdammer [?],

en zoals bewaard gebleven in de oudste druk: Jan Janszen, Arnhem 1613.
Hoofdstuk 41 van de 139
Verantwoording (met naschriften)
Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:
Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , . Bookmark de permalink.