Een lekker grillige canon

Door Marc van Oostendorp


De leeslijst is het soort boek waardoor je zin krijgt je baan op te geven. Wie het uit heeft, wil niets anders dan onderdak vinden bij een weldoener en dan alleen nog maar te lezen: middeleeuwse kluchten, zeventiende-eeuwse klassiekers, achttiende-eeuwse toneelstukken, negentiende-eeuwse realistische romans, twintigste-eeuwse dichtbundels.

In het boek zetten Nijmeegse letterkundigen 222 werken uit de Nederlandstalige literatuur op een rij. Het 1e werk is een fragmentarisch overleverde vertaling (de Wachtendonckse psalmen), het 222e is De leeslijst zelf. Daarin melden de samenstellers dat de lijst “enkel en alleen [is] samengesteld op basis van de voorkeuren en prioriteiten van Nijmeegse docenten en onderzoekers” en dat de oorspronkelijke opzet was dat de medewerkers “ook met literaire werken [konden] verpozen uit andere perioden dan die van het eigen specialisme”.

Media vita

Het resultaat is een canon zoals een canon moet zijn: grillig en eigenzinnig. Van Harry Mulisch is het boekenweekgeschenk opgenomen, van Vondels gedichten alleen ‘Kinder-lyck’. Vooral uit voorbije tijden zijn enkele bestsellers opgenomen (De doorluchtige daden van Jan Stront, De klop op de deur) die niet vaak als literaire meesterwerk zijn herkend. Er staat een boek op waarvan niemand de inhoud kent (Madoc) en een boek dat nog moet verschijnen (Aan gort van Gerjon Gijsbers).

De auteurs zijn kennelijk ook vrijgelaten in het invullen van hun lemma. Het artikel van Sophie Reinders over de Emblemata Amatoria van P.C. Hooft gaat vooral over hoe enkele nog overgeleverde exemplaren van dat boek eruit zien, Roeland Harms vertelt over het Journaal van Bontekoe vooral waarom het zo populair kon worden en blijven, Koen Rymenants schrijft naar aanleiding van J.C. Bloems Media vita dan weer over het wonderlijke feit dat mensen van Bloem wel individuele gedichten kennen, maar geen (namen van) bundels.

Schoonheidsideaal

Juist die variatie maakt het boek zo prettig om te lezen – je weet nooit wat je te wachten staat. De schrijvers hebben niet alleen boeken gekozen die hen om wat voor reden dan ook aanspraken, maar ze schrijven er ook over wat ze toevallig interessant leek. Er wordt nergens in het kader van de volledigheid, de eenvormigheid of de betrouwbaarheid een verplicht nummer afgedraaid.

Je doet als lezer ook allerlei ideeën op. Een van de makkes van de Nederlandse letterkunde is dat er zo weinig openbaar gesprek is voor oude werken. Een boek wordt met enig geluk besproken in de krant en verdwijnt daarna voor altijd naar de achtergrond. Boeken van duizend of honderd of tien of een jaar geleden, moet je kennelijk allemaal gelezen hebben – daar wordt niet meer over geschreven, behalve in specialistische kring.

Het is een klassieke opdracht van letterkundigen om daar iets aan te doen, om dat publieke debat ook levend te houden. Dat lukt door boeken als dit heel goed. Ik heb in ieder geval door De leeslijst mijn eigen leeslijst weer enorm uitgebreid – met boeken die ik wel kende maar die door de beschrijving in een ander licht komen te staan (Judith Keßler vertelt dat we uit Karel en de Elegast kunnen leren dat het schoonheidsideaal in de middeleeuwen anders was dan bij ons), door boeken die ik wel kende maar die ik nooit gelezen heb (Waarheid en droomen van J.P. Hasebroek verdient het volgens Rob van de Schoor om ‘uit de schaduw van Hildebrands Camera obscura te worden gehaald); en boeken waar ik tot mijn schande nooit van gehoord had (ik wist niet dat Allard Pierson een roman geschreven had: Adriaan de Mérival).

Uitgeeflijst

Eén ding is dan ook wel jammer aan De leeslijst: niet van alle boeken is makkelijk te achterhalen hoe je ze precies kunt lezen. Althans, de meeste oude titels zijn voor zover ik kan zien wel te vinden op de DBNL (het is jammer dat die links dan niet gegeven worden) en de allernieuwste titels zijn ook vast nog wel in de handel; alleen van de relatief goed vertegenwoordigde twintigste-eeuw is niet alles meer zo makkelijk te krijgen. Maurice d’Haese (1919-1981) is een jaar of tien geleden nog wel een bundel Verhalen uitgegeven, maar de hier behandelde roman De heilige gramschap heeft ook boekwinkeltjes.nl niet gehoord.

Het beste zou zijn als De leeslijst ook een uitgeeflijst zou worden. Tot die tijd doen we het met dit – overigens heel mooi uitgegeven – boek om af en toe inspiratie op te doen en te hopen op het moment dat je je baan kunt opgeven en alleen nog hoeft te lezen.

Nina Geerdink, Jos Joosten, Johan Oosterman (red.) De leeslijst. 222 werken uit de Nederlandstalige literatuur. Nijmegen: Vantilt, 2015. Bestelinformatie bij de uitgever.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.