De Taaltelefoon: niet privatiseren, wel innoveren.

Marc van Oostendorp prees dinsdag de Vlamingen (en in het bijzonder Vlaams parlementslid Bart Caron), omdat ze zich in de Interparlementaire Commissie zo kranig hebben opgesteld. Hij dacht daarbij aan de discussie over de Taalunie, maar Caron had nog een andere vraag ingediend, die hij ook zeer goed gedocumenteerd had en die ging over de Taaltelefoon. Het taaladviesbeleid van die dienst sluit niet goed aan bij de taalwerkelijkheid, betoogde hij. De advisering is nog te Noord-Nederlands gericht. Taalelementen die heel courant zijn in Belgisch formeel taalgebruik bijvoorbeeld worden nog afgekeurd door de Taaltelefoon. De informanten die de Taaltelefoon gebruikt om tot een advies over Belgisch Nederlands te komen, zijn duidelijk niet representatief. En wat de ministers van de Taalunie daaraan denken te doen. Het antwoord van Taalunieminister Crevits was dat daarover in de schoot van de Taalunie overlegd wordt en dat in september voorstellen zullen geformuleerd worden.
Kijk, daarom onder andere moet de Taaltelefoon blijven.

In de pleidooien die dinsdag in Neder-L zijn verschenen voor het behoud van de dienst, is de dienst terecht de hemel in geprezen, maar waarom een geprivatiseerde adviesdienst niet even goed zou kunnen zijn, is niet overtuigend uitgelegd. In de aanloop naar de privatisering van de post in Vlaanderen, hebben onder meer de vakbonden indertijd vurige pleidooien gehouden voor het behoud van de oude orde, maar achteraf bleek de nieuwe post toch een beter bedrijf geworden, financieel gezonder en performanter. Waarom zou dat met een taaladviesdienst niet kunnen? Daarover zou het debat vandaag moeten gaan. Mijn antwoord is: omdat Vlaanderen een taaladviesdienst nodig heeft (a) die voldoende gezag heeft en (b) waarop een democratische controle mogelijk is.

Geëmancipeerd

Waarom zouden de Vlamingen zich zoveel enthousiaster op die taaldiscussies werpen, vraagt Marc van Oostendorp zich af. Ik denk omdat ze veel meer last hebben van taal dan de Nederlanders, die er op een veel natuurlijker manier mee omgaan. Iedereen kent het Vlaamse verhaal wel.

Ooit hebben een aantal Vlamingen gedacht dat het zinvol zou zijn als ze begonnen te schrijven en spreken als de Nederlanders, omdat de Franssprekenden die taalvariëteit meer zouden appreciëren (en misschien ook omdat ze zo toch op taalgebied het politiek niet meer levensvatbare Groot-Nederlandse ideaal  zouden kunnen realiseren). Vooral in de jaren vijftig-zestig hebben zij de ABN-strijd (zo noemden ze  dat vaak) in Vlaanderen georganiseerd, met het Nederlands van Nederland als ultieme toetssteen, de  Noord-Nederlandse norm. 
Intussen hebben ze die strijd verloren. De meeste Vlamingen zijn hun anti-Franse frustraties kwijt, ze voelen zich goed in vel, ze zijn geëmancipeerd, ze kijken niet op naar Nederlands van Nederland, waar ze ook uiterst weinig contact mee hebben. Hoogopgeleiden hebben er geen probleem mee om in informele situaties typisch Vlaamse spreektaal te gebruiken (soms ‘tussentaal’ genoemd) en ook in formele situaties gebruiken zelfs taalprofessionelen vaak Vlaamse woorden en constructies. In een taalgemeenschap die op een natuurlijke manier met taal omgaat, zou je die courante formelere variëteit standaardtaal noemen. In dit geval Belgische standaardtaal.
Vlaamse standaardtaal

Dat laatste gebeurt gelukkig wel in Vlaanderen, maar zeer aarzelend en niet bij iedereen, en dat precies leidt tot een normenchaos. Verschillende taaladviesbronnen spreken elkaar rijkelijk tegen. Er zijn er nog, vrij recente zelf, die nog uitgaan van de onvervalste Noord-Nederlandse norm, maar de meesten nemen een soort tussenstandpunt in: een aantal Vlaamse woorden mogen wel, andere niet. Ze gaan daarbij niet uit van een radicale acceptatie van de formele taal, bijvoorbeeld in kwaliteitskranten, maar van hun subjectieve voorkeuren. Met als gevolg dat er zoveel standaardtalen zijn als er taaladviesbronnen zijn. 

Een zeer pijnlijke illustratie daarvan zijn de schoolboeken Nederlands in Vlaanderen, waarover ik het heb in een pas verschenen artikel in Over taal. De ene reeks zit nog half in de ABN-traditie, in een andere ontbreekt de klassieke taalzorg volledig. Indrukwekkender is dat de reeksen zelf, waarvan de afleveringen voor de verschillende leerjaren vaak door andere auteurs worden geschreven, inconsistent zijn. In een bepaalde reeks wordt in het ene leerjaar gezegd dat tussentaal fout is, in een ander leerjaar dat het eigenlijk Vlaamse standaardtaal is. Ze liggen met zichzelf overhoop m aar ook met de grote advieskleppers. Tot bijna de helft van wat ze afkeuren, is voor Van Dale, Taaladvies.net of de ANS wél standaardtaal. Over Belgisch Nederlands doen ze allemaal moeilijk, als ze de term al gebruiken. Eén reeks zegt onomwonden dat dat Belgisch Nederlands van Van Dale fout is.

Concurrenten
Zijn die auteurs niet goed bij hun hoofd? Dat zijn ze wel. Ze doen gewoon wat de meesten hier doen op taalgebied: ze beschouwen als fout wat ze als dusdanig geleerd en onthouden hebben (de ene dus veel, de andere weinig), of ze nemen over wat de elkaar tegensprekende bronnen orakelen. Hoe dan ook, om uit deze vrij beschamende situatie te geraken hebben we een gezaghebbende taalinstantie nodig die bij de taalwerkelijkheid wil aansluiten en op die manier een stevige en natuurlijke basis kan bieden voor een convergerend taalbeleid. Een instantie ook waarop een democratische controle mogelijk is, want anders kan die uiteindelijk een eigengereide koers gaan varen en de chaos weer groter maken. 

En het begon net goed te gaan. We hebben namelijk de Taaltelefoon. Die heeft zich intussen een ijzersterke reputatie opgebouwd en is wel degelijk een motor aan het worden voor een grotere convergentie in de taaladvisering: de krant De Standaard en haar Gele Boekje (en de uitgebreidere versie nu) en de Van Dale brengen sinds kort hun adviezen in overeenstemming met die van de Taaltelefoon. Die evolutie zou er wellicht niet geweest zijn als de Taaltelefoon geen overheidsinstantie was geweest. Dan waren de meeste spelers concurrenten. 

Omwille van de regen
De Taaltelefoon voldoet dus aan de twee voorwaarden: hij speelt een leidende rol en moet ook democratische controle aanvaarden. De IPC-vergadering van vorige maandag leert dat het controlemechanisme werkt, al zouden er misschien wel wat meer Carons mogen zijn. Hopelijk wil de dienst zijn beleid ingrijpend aanpassen zodat Vlamingen straks meer zoals Nederlanders met taal kunnen gaan omgaan. Zou dat niet zo zijn, dan verzwakt dat zijn positie in de strijd om het behoud natuurlijk aanzienlijk. Dan zou het weer eens een dienst zijn die het Taalunie(!)-principe dat Belgisch- en Nederlands-Nederlands gelijkwaardig zijn, aan zijn laars lapt.

Toevallig komt hier net een mail binnen van een zeer erudiete en taalvaardige vertaler die bij een sollicitatie het deksel op de neus gekregen heeft omdat hij in een proefvertaling omwille van had gebruikt in de betekenis van ‘wegens’ (zoals  in  Omwille van de regen bleven we thuis). Zoiets lees je heel vaak in beschaafde Vlaamse contexten, Belgisch Nederlands dus, maar veel Vlaamse adviesbronnen blijven het veroordelen. De Taaltelefoon zegt dat het onduidelijk is of het standaardtaal is… Hopelijk komt hier vanaf september dus wel verandering in. En dan moet de Taaltelefoon zeker blijven.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

3 reacties op De Taaltelefoon: niet privatiseren, wel innoveren.

  1. Reinier Post schreef:

    Ik vind het de hoogste tijd dat we in onze Taalunie, onze naslagwerken en onze adviesdiensten het standaard-Nederlands onderverdelen in standaard Noordnederlands en standaard Zuidnederlands, en van alle woorden en uitdrukkingen die algemeen gebruikelijk Nederlands zijn in Nederland of Vlaanderen expliciet aangeven tot welke van de twee ze behoren. De huidige situatie, waarin de meeste bronnen Nederlands dat wel Zuid- maar niet Noord- is domweg afkeuren, en waarin geen mij bekende bron het mogelijk maakt om Nederlands op te zoeken dat wel Noord- maar niet Zuid- is, is werkelijk niet meer van deze tijd.

    Om een voorbeeld te noemen: eerder deze week hoorde ik op Radio 1 een programma dat gewijd was aan allerlei aspecten van de (nu in Vlaanderenden startende) solden, waarbij ook de naam van dit verschijnsel werd besproken. De presentator deed dat als volgt: hij merkte op dat het woord 'solden' niet in de woordenlijst van het standaard-Nederlands voorkwam, in tegenstelling tot het woord 'koopjes' (voor een gunstige prijs verkregen artikelen), en dat we dus eigenlijk van 'koopjes' moeten spreken. Maar 'koopjes' betekent niet hetzelfde, en dat er ook een exacte vertaling voor het woord 'solden' bestaat in het Noordnederlands, namelijk 'uitverkoop', wist hij blijkbaar niet.

    En hoe tenenkrommend ook, het is hem niet te verwijten, want je kunt het niet echt ergens opzoeken.

    Laten we eens gaan zorgen dat dat wel kan.

    Laten we nu eens eindelijk ophouden met te pretenderen dat alleen woorden en uitdrukkingen die in Nederland algemeen gebruikelijk zijn tot het standaard-Nederlands kunnen behoren, of dat alle woorden en uitdrukkingen die tot het standaard-Nederlands behoren in Nederland algemeen gebruikelijk moeten zijn, en in plaats daarvan gewoon een Noordnederlands-Zuidnederlands woordenboek maken, waarin 'solden' en 'uitverkoop' gewoon op te zoeken zijn met vermelding in welk land ze gebruikelijk zijn en zo nodig een vertaling erbij.

    Dan nog even Surinaams Nederlands erbij, en we hebben weer een Taalunie die over standaardtaal gaat zonder de taaldiscriminatie die daar traditioneel mee gepaard gaat.

  2. Papa schreef:

    U verwoordt exact onze mening, meneer De Schryver. Dat een deskundige instantie als de Taaltelefoon zou verdwijnen, is echt zonde: http://schrf.be/levetaaltelefoon. Tijd voor gecoördineerd protest!

  3. D'Haene Marlies schreef:

    U verwoordt exact onze mening, meneer De Schryver. Dat een deskundige instantie als de Taaltelefoon zou verdwijnen, is echt zonde: http://schrf.be/levetaaltelefoon. Tijd voor gecoördineerd protest! (Dit keer met mijn echte naam, blijkbaar een foutje gebeurd bij mijn vorige post. Verwijder die gerust).

Reacties zijn gesloten.