Vernederlandsingen in de elektronische Woordenbank van de Nederlandse Dialecten

Een oproep tot medewerking

Door Nicoline van der Sijs
Vandaag wordt de elektronische Woordenbank van de Nederlandse Dialecten (eWND) gelanceerd, zie het persbericht hier en zie de website. De eWND bevat complete tekstuitgaven van dialectwoordenboeken, met inleidingen waarin uitleg wordt gegeven over de uitspraak, spelling en grammatica van het dialect. Die complete tekstuitgaven zijn gedigitaliseerd door vrijwilligers; ze kunnen voor wetenschappelijk onderzoek worden gedownload. Op de website kan men ook bladeren door de alfabetische gedeeltes van de dialectwoordenboeken en zo een overzicht krijgen van de inhoud van een specifiek dialectwoordenboek. Momenteel staan er veertig dialectwoordenboeken op de website, waarvan drie nooit eerder gepubliceerd: een Venloos typoscript uit 1937, het manuscript van een dik Drents woordenboek van H. Molema uit 1889, en uit 1895 van dezelfde Molema de aangevulde handschriftelijke versie van zijn Gronings woordenboek dat in 1887 in druk is verschenen.

Het mooist is de zoekoptie die de website biedt. Via die zoekoptie kan men dwarsdoorsneden door de dialecten maken. Daarvoor hebben taalkundige stagiairs aan iedere dialectingang een Nederlands equivalent toegevoegd. Dat betekent dat je alle dialectvarianten van een Nederlands woord kunt vinden, ook al weet je niets van de spelling, vorm of uitspraak van het woord in de verschillende dialecten. Als je bijvoorbeeld zoekt op het Nederlandse trefwoord negotie, krijg je als resultaten (met nadere toelichting en bronvermelding) de vormen: Deventers nagósî, Stellingwerfs negosie, Heerde nagosie, Veluws agotie, angotie, niegosie, Zuidutrechts goossie


Ook kun je via de zoekoptie zoeken naar grammaticale informatie als woordsoort, meervoudsvorm, verkleinvorm, vervoeging of verbuiging. Verder kun je uiteraard zoeken op dialectingang, en daarnaast op betekenis, op dialect (Drents, Katwijks, …) en fulltext.

Het vernederlandsen van iedere dialectingang is dus een belangrijke verrijking van de woordenboeken. Bij het vernederlandsen gaat het erom de vorm van de dialectingang om te zetten naar een Standaardnederlandse vorm of, als die niet bestaat, een geconstrueerde Standaardnederlandse vorm: hoe de vorm in het Standaardnederlands zou luiden als hij wél zou bestaan. 

Als je bezig bent met het vernederlandsen van een bepaald dialect, merk je al snel dat er tussen het dialect en het Standaardnederlands bepaalde consequente klankverschillen bestaan, die helpen bij het vernederlandsen: het dialect heeft bijvoorbeeld altijd of vaak ie waar het Standaardnederlands een ij kent. Op basis van die regel kan het Venlose rackeliezer (pook) worden vernederlandst als rakelijzer. En het Gelders-Overijsselse rîtensplît (die gauw zijn kleren scheurt) kan worden herleid tot de geconstrueerde vorm rijtensplijt

Het Gelders talter (schommel) wordt touter: de klankvariatie tussen alt/olt (in het oosten) en out komt vaker voor, denk aan de oostelijke vorm holt (ook in de Overijsselse plaatsnaam Holt) naast Standaardnederlands hout. Bovendien is het woord touter opgenomen in de Grote Van Dale: als hulpmiddel voor de vernederlandsingen worden Van Dale, de webapplicatie van het Woordenboek der Nederlandsche Taal en Weijnens Etymologisch dialectwoordenboek gebruikt. Kennis van een bepaald dialect helpt zeker bij het vernederlandsen ervan, maar gezond verstand ook.
Sommige vernederlandsingen zijn eenvoudige invuloefeningen, zeker als je even bezig bent met een bepaald dialect: anbrengen > aanbrengen, ankriegen > aankrijgen, anroan > aanraden. Bij het Thornse pensenterger ‘sterke, slechte koffie’ moest ik een tijdje nadenken voordat het aha-moment kwam: de koffie ‘tergt’ de maag, ofwel de pens: de vernederlandsing van pensenterger is dus gewoon pensenterger.

Andere vernederlandsingen zijn lastige puzzels, waarvan de oplossing een triomfantelijk gevoel geeft. Wat is Katwijks bikwanner ‘kanjerd’? (Antwoord: big one, een Engels leenwoord dus). Wat is het West-Friese koeterdekoet ‘langzaam, op zijn dooie gemak’? (Antwoord: coûte que coûte, ditmaal een Frans leenwoord). En interessant genoeg zit datzelfde Frans leenwoord ook achter het Deventerse uterdekut dat precies de tegenovergestelde betekenis heeft, namelijk: ‘eensklaps, in haast’. 

In de toekomst wil ik kijken in hoeverre het mogelijk is het vernederlandsen met de computer te ondersteunen en te versnellen: wellicht kunnen we een algoritme opstellen dat bij iedere dialectingang de meest waarschijnlijke Nederlandse vorm ‘berekent’, aan de hand van een omvangrijke woordenlijst, de Levenshtein-afstand en regels die samenstellingen en afleidingen ontleden. Maar dat is toekomstmuziek.

Voorlopig blijft het vernederlandsen tijdrovend handwerk. Het vergt inventiviteit, maar levert ook veel leuke weetjes op. En het is voor het ontsluiten van de dialectgegevens van essentieel belang. Immers, de eWND is nog in opbouw en zal in de toekomst nog danig worden uitgebreid. Daarom eindig ik deze aankondiging met een oproep: alle lezers van Neder-L die wat tijd over hebben, door de voorbeelden zijn aangesproken en die het leuk vinden om mee te helpen met het toevoegen van vernederlandsingen aan een dialectwoordenboek, verzoek ik een berichtje te sturen naar post@nicolinevdsijs.nl. Kennis van een bepaald dialect is niet nodig maar beslist ook niet weg… 
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.