Het eindexamen spellen

Door Marc van Oostendorp


Vandaag vergadert de Tweede Kamer over de eindexamens van dit jaar. Voor het schoolvak Nederlands wordt dat waarschijnlijk een rustig jaar, behalve dat SP-Kamerlid Jasper van Dijk de spelling hoog op de agenda heeft gezet.

De spelling! Eind vorig jaar had staatssecretaris Sander Dekker nog gezegd dat het natuurlijk uitgesloten was dat iemand die slecht spelde dat eindexamen zou halen, maar in de correctie-instructies bleek dat leraren dit jaar voor spelfouten geen punt konden aftrekken.

Dat was dus een fout van Dekker. Strikt genomen heeft hij de Kamer daarmee verkeerd geïnformeerd. Omdat Nederlandse parlementariërs zich wel graag opwinden over de spelling, maar gelukkig niet zoveel dat ze daarvoor een staatssecretaris wegsturen, zal hij wel mogen blijven zitten.

Die spellingopwinding is vooral iets symbolisch. Je krijgt alleen al uit de berichtgeving erover de indruk dat mensen nauwelijks weten wat spelling eigenlijk is. Zo schrijft De Telegraaf:

Het is volgens hem [Dekker] niet zo dat spelling helemaal geen rol speelt op dit moment in de eindexamens. Als door als idiomatische of grammaticale oneffenheden een antwoord minder juist of zelfs fout wordt, kunnen er punten worden afgetrokken.

Dat ‘idiomatische en grammaticale oneffenheden’ wel worden meegerekend, is dus een bewijs dat de spelling ertoe doet. De spelling kan zo ongeveer staan voor de hele schriftelijke taalvaardigheid – en je schriftelijk kunnen uitdrukken wordt op zijn beurt om de een of andere reden weer beschouwd als belangrijker dan kunnen lezen, laat staan kunnen spreken, laat al helemaal staan kunnen luisteren.

Je kunt je een wereld voorstellen waarin parlementariërs het zich enorm aantrekken dat mensen niet goed naar ingewikkelde betogen kunnen luisteren, maar in zo’n wereld leven we niet. De reden waarom schrijfvaardigheid zoveel belangrijker wordt gevonden dan de andere taalvaardigheden is, denk ik, dat je ook als buitenstaander zo makkelijk kunt zien of iemand hem wel of niet heeft. Spelfouten zijn daarbij nog weer het allermakkelijkst te constateren; veel makkelijker en ‘objectiever’ in ieder geval dan dat iemand eigenlijk niet kan luisteren.

En daarom stelde Jasper van Dijk van de SP voor om te onderzoeken om het opstel weer onderdeel van het eindexamen in te voeren. Niet omdat hij een duidelijk beeld heeft van wat belangrijk is, maar omdat discussies over taalvaardigheid symbolisch zijn.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in Neerlandistiek voor de klas, taalbeheersing met de tags , . Bookmark de permalink.