Helemaal dood: dote te

Door Marc van Oostendorp


Precies tien jaar geleden stierf Albertha Bell, meer dan honderd jaar oud, en met haar een unieke variëteit van het Nederlands – het Berbice-Nederlands (BN). In het Journal of Language Contact verscheen onlangs een artikel van de specialiste Silvia Kouwenberg die de oorsprong van die unieke taal, en het verwante Essequebo-Nederlands (EN), in de zestiende en zeventiende eeuw beschrijft.

Berbice en Essequebo zijn rivieren in Guyana waar Nederlandse, vooral Zeeuwse, avonturiers zich in die periode vestigden (in Essequebo aan het eind van de zestiende eeuw, in Berbice aan het begin van de zeventiende). Samen met Suriname vormden deze gebieden uiteindelijk een gebied dat informeel Nederlands-Guyane werd genoemd.

In eerste instantie was het de Nederlanders in deze regio om handel met de lokale (indianen-)bevolking, maar in de loop van de tijd ontstonden er plantages waar slaven te werk werden gesteld. Voor korte tijd waren dat indianenslaven, maar na een tijdje kwamen er ook Afrikaanse slaven te werken.

Nederlandse woorden

Groot zijn die Nederlandse plantages in Zuid-Amerika nooit geworden. Volgens Kouwenberg ligt dat deels aan de grote economische bloei die de Nederlanden in de zeventiende eeuw doormaakten. Er waren weinig prikkels om je op een vreemd continent in een vijandige natuurlijke omgeving te vestigen en te proberen daar iets op te bouwen. Er kwamen vooral nauwelijks gezinnen te wonen – de meeste blanken waren mannen. Omdat de plantages klein bleven, werden er ook geen grote groepen slaven naartoe gebracht.

Maar hoe klein de gemeenschappen ook waren, ze waren kennelijk sterk genoeg om uiteindelijk een eigen taalvariëteit te creëren, die bovendien nog enkele eeuwen kon blijven voortbestaan: als je in het bovenstaande filmpje naar mevrouw Bell luistert, kun je nog steeds enkele Nederlandse woorden herkennen.

Ijo

Of beter gezegd: enkele Zeeuwse woorden. In haar artikel laat Kouwenberg zien dat de basis voor het BN en EN Zeeuws was. Het woord voor kijken is kiki, het woord voor bijl bili en dat voor rijst risji: in plaats van een ij zei men een ie. Het woord voor sleutel was slotro en die r komt ook voor in de Zeeuwse vorm van dat woord.

Maar de woorden zijn zeker niet alleen maar Zeeuws en Nederlands. Uit de andere talen die hebben bijgedragen aan BN en EN kunnen we veel leren over de samenleving van indertijd. Zo blijken van de indianen vooral de Arawaks woorden te hebben geleverd en niet de Carib – die veel oorlog voerden tegen de blanken –, en kunnen we uit het feit dat Ijo de Afrikaanse taal is geweest met de meeste invloed de conclusie trekken dat de Afrikaanse slaven overwegend kwamen uit een gebied dat nu in Nigeria ligt.

Extremiteiten

Bijzonder is vooral, zegt Kouwenberg, dat het Ijo duidelijk een veel sterkere invloed heeft gehad dan het Arawak, ook al zijn de indianen waarschijnlijk altijd heel belangrijk geweest voor de kolonisten – al was het maar omdat hun kennis over de natuurlijke omgeving onontbeerlijk was. Het moet iets zeggen over de manier waarop zogenoemde creooltalen in de kolonieën ontstonden dat zulke intensieve maar gelijkwaardige contacten niet voldoende waren, maar de extremiteiten van de slavernij wel.

Hoe dan ook is het natuurlijk treurig dat een taal verdwijnt, hoe treurig de omstandigheden ook zijn waaronder zij is ontstaan. In de bovenstaande video wordt een beeld gegeven van de eenzaamheid van de laatste spreker van een taal: hoe mevrouw Bell alle namen opsomde van sprekers die ze ooit had gekend en daarachter zij dote te – wat ooit betekend moet hebben ‘helemaal dood’.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Helemaal dood: dote te

  1. Anoniem schreef:

    Vorig jaar, tijdens het grote congres van onder meer de Society for Caribbean Linguistics (Aruba 2015) spraken Silvia Kouwenberg en ik met Ian Robertson. Hij heeft al heel wat over Berbice Dutch gepubliceerd, onder meer een vergelijkende woordenlijst van Skepi Dutch, Berbice Dutch en Negerhollands (TNTL 1989). Hij vertelde ons dat hij in mei een allerallerallerlaatste spreekster van het Berbice Dutch heeft gesproken! Hij zou nog opnamen maken, dus we wachten vol spanning af!
    Cefas van Rossem (diecreoltaal.wordpress.com)

  2. Dank je, Cefas, houd ons op de hoogte! Ik zou er graag (in ieder geval hier) over publiceren.

Reacties zijn gesloten.