Enniewee

Door Marc van Oostendorp


Is anyway een Nederlands woord? Ik hoor het regelmatig mensen gebruiken in Nederlandse zinnen; is dat een argument? Schakelen die mensen misschien in de loop van hun Nederlandse conversatie heel even – voor de duur van één woord – over naar het Engels om meteen daarna weer terug te keren? Of hebben we het woord inmiddels in onze woordenschat overgenomen?

Het gaat, als ik het goed hoor, vooral om een gebruik van anyway dat los staat van de rest van de zin. De eerste zin lijkt me gebruikelijker dan de tweede of de derde, al hoor je die laatste ook wel.

  • Anyway, ik hoop dat je morgen komt.
  • Ik hoop anyway dat je morgen komt.
  • Ik hoop dat je morgen anyway komt.
Het gebruik van anyway in het Nederlands gaat bovendien al geruime tijd terug. Het lijkt door literaire schrijvers geïntroduceerd te zijn.
Als ik het goed zie, en als de DBNL een goede maat is, komt het op in de Nederlandse letteren in 1980. Joris Denoo publiceert dan in het tijdschrift Yang een roman De stiftenridder & ondergetekende, waarin het volgende voorkomt:

Hij vermoedt dat het in diens hoofd knettert en wenst hem een fikse vuurpoel in eigen haard en huis toe want Hij heeft wroeging omtrent het verpatste geld. Anyway: Hij schakelt op een veiliger gasomloop over, uit angst voor brand.

In de oude kranten op Delpher vinden we nog wel eerdere voorkomens, maar daar is vaak iets mee. Het oudste dat ik vind is een stukje in De Volksstem van 17 maart 1909 dat gaat over ‘hoe de Nederlandsche Taal in Amerika gesproken wordt’. In dat stukje komt een zekere Frits voor die zegt ‘Ik heb uitgefigured dat je anyway fijftig uitgewerkt hebt’. Maar dat telt natuurlijk niet echt, zoals ook in later jaren anyway regelmatig gebruikt wordt om een artikel wat (Amerikaanse) couleur locale mee te geven.

Het eerste niet-Amerikaanse voorkomen staat in De nieuwsgier van 10 december 1955:

En ieder mens zonder geld wordt anyway geweerd.

Opvallend hieraan is dan weer dat dit stukje gaat over Indonesië en taalkundig duidelijk verwijst naar de taal van ‘ons Indië’, waarin dit soort Engelse invloeden waarschijnlijk al eerder voorkwamen. Zoals ook op Curacao en in Suriname het woord al in de jaren vijftig en zestig gebruikt word (‘Anyway de rol komt goed van pas in de kraam van Diana’, Amigoe di Curacao 5 juni 1958; ‘Anyway de mester was niet alleen’, Vrije Stem, onafhankelijk weekblad voor Suriname, 21 oktober 1969).

Het eerste voorkomen in Nederland buiten de Amerikaanse context is in een dagboekfragment van Cornelis Bastiaan Vaandrager dat ‘democratisch-socialistisch dagblad’ Het Vrije Volk op 18 oktober 1974 publiceerde:

Ik ga een kaketoe kopen. Ik wil een levend wezen in huis. Anyway. Het kooitje heb ik al.

Het woord is dus in onze taal geïntroduceerd door schrijvers. Het lijkt me inmiddels wel een Nederlands woord geworden.



Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

6 reacties op Enniewee

  1. Drabkikker schreef:

    Interessant is ook dat het woord net als het Nederlandse hoe dan ook letterlijk kan worden ingezet ("op welke manier dan ook") en figuurlijk ("Enfin, waar hadden we het over", "Los van het voorgaande" e.a.), met daar nog allerlei betekenisnuances ("alsnog", "in ieder geval" etc.) tussenin. In die zin over de kaketoe gaat het zo te zien om de letterlijke betekenis, in voorbeeldzin 1 om de figuurlijke, en ik heb het idee dat het vooral laatstgenoemd gebruik is dat in het Nederlands is ingeburgerd.

  2. Jana Luther schreef:

    En 'n "Afrikaanse" woord is dit ook al lankal. Nog amper so een is "whatever"/"watewwer".

  3. Het lijkt me een discourse-partikel met een betekenis ergens in de richting van "kortom" en "in elk geval". Het is ook niet het eerste partikel dat we ontleend hebben: neem nou "enfin" dat inmiddels bij velen geheel aan het Nederlandse klanksysteem is aangepast tot "afijn".

  4. Albert Oosterhof schreef:

    Opmerkelijk is ook de verkleinvorm, die als 'ennieweetjes' of 'anywaytjes' gespeld kan worden (blijkt uit internetvoorkomens). Dat gebruik van de verkleinvorm kan denk ik alleen als het woord los staat van de rest van de zin, zoals in de eerste voorbeeldzin. Die toepassing van verkleinvormen illustreert dat het inderdaad een Nederlands woord geworden is. Merk op dat 'afijn', hier genoemd door Ton van der Wouden, ook zo'n verkleinvorm heeft: "Afijntjes, deze vakantie bevind ik mij gedurende twee maanden in Terneuzen" is een van de internetvoorbeelden.

  5. Anoniem schreef:

    "Het woord is dus in onze taal geïntroduceerd door schrijvers." Dat lijkt me een onjuiste conclusie. Als schrijvers een woord gaan gebruiken, is het onder het 'volk' meestal allang in zwang.

  6. Ja, daar hebt u gelijk in. Ik had moeten schrijven 'in onze schrijftaal'. En zelfs die conclusie zou alleen gebaseerd zijn op een heel vluchtig dinsdagochtendonderzoekje.

Reacties zijn gesloten.