Een verheugend bericht: een voorlopig compromis

Door Marc van Oostendorp


Dat was een verheugend bericht, vannacht. Hoewel de Taalunie de afgelopen maanden bij hoog en bij laag volhield dat de bezuinigingen op de internationale neerlandistiek echt nodig waren – de ministers wilden het, het had al in 2000 moeten gebeuren, het was onverantwoord geweest om hier ooit geld aan uit te geven –, blijkt het nu ineens allemaal een stuk genuanceerder te liggen.

De bezuinigingen worden grotendeels teruggedraaid. De manager heeft bakzeil gehaald voor de stemmen die onder andere op Neder-L klonken, en voor de diplomatieke druk van onder andere IVN-voorzitter Jan Renkema en enkele andere neerlandici met goede contacten.

Er blijven ook wel vragen over. Waar gaat dat geld, dat zo hard nodig was, nu precies vandaan gehaald worden? Had al dat gedoe met wat verstandiger beleid en handiger communicatie niet voorkomen kunnen worden? En waarom was het twee maanden geleden zo plotseling nodig dat iedereen er door overvallen werd, ook de medewerkers van de Taalunie zelf?


De Algemeen Secretaris mag volgens insiders op het Nederlandse ministerie van OC&W; vooral aan te mogen blijven om poltieke redenen: na hem zou er een Nederlandse bestuurder moeten komen – Nederland en Vlaanderen wisselen elkaar af in de leiding van de Taalunie – en dat wil Vlaanderen niet. Vanaf nu lijkt de man in ieder geval financieel onder curatele te staan, en vleugellam te zijn.

Aplomb

Dus ja, het was goed nieuws, vannacht: het gevoel dat ‘we’ nog niet gepasseerd kunnen worden, dat niet zomaar iedere absurde ongemotiveerde bezuinigingsmaatregel gepikt kan worden. Dat er nog iets te doen valt tegen inhoudsloos management.

Maar tegelijkertijd is er alle reden om waakzaam te blijven. Uit het feit dat de IVN spreekt over een ‘voorlopig’ compromis blijkt dat het bestuur van die organisatie ook niet ineens overstroomt van liefde en enthousiasme. We moeten hopen dat inderdaad goed gaat worden uitgezocht hoe het zit met dat plotselinge gat in de begroting dat ineens ontstond en waarvan kwade tongen beweren dat het veroorzaakt werd door financiële incompetentie bij de huidige leiding van de Taalunie. We moeten ervoor waken dat er niet meer plotselinge ondoordachte maatregelen met groot aplomb worden gepresenteerd. We moeten hopen dat er ooit weer een Taalunie komt met zorg voor de taal in plaats van voor de eigen interne organisatiestructuur.

Eensgezind

De vinger moet voorlopig aan de pols blijven om te zien of de bezuinigingen nu niet op weer iemand anders worden afgewenteld en dat de interne ontmanteling van de Taalunie – steeds meer communicatiemedewerkers, steeds minder inhoudelijk deskundige beleidsmedewerkers – niet onverminderd doorgaat. En hoe het nu precies verder zal gaan met het INL, waarover deze week een nogal onduidelijk persbericht verscheen.

De afgelopen maanden hebben wel een positief effect gehad op het vakgebied. Er is een enorme eenheid ontstaan tussen allerlei geledingen – docenten en hoogleraren in binnen- en buitenland, ambtenaren van de Taalunie, taal- en letterkundigen, iedereen de ander gevonden heeft in onvrede met het moderne management. Van onderling verschil van mening was nauwelijks sprake, de neerlandistiek is vermoedelijk nog nooit zo eensgezind geweest.

Inzichten

Het zou mooi zijn als op zijn minst de eenheid kon voortduren, net als de discussie. Er is een voorlopig compromis bereikt, maar welke problemen blijven er bestaan? Welke deelgebieden van de neerlandistiek blijven in gevaar? Welke problemen dreigen onterecht uit het zicht te vallen bij te grote tevredenheid over dit compromis?

Neder-L staat voor al jullie inzichten en bijdragen aan de discussie onverminderd open.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

3 reacties op Een verheugend bericht: een voorlopig compromis

  1. Anoniem schreef:

    Het huidig discours rond de Taalunie gericht op het gebrek aan inhoudelijk beleid en visie van de leiding, de aanwezige financiële tekorten, het zogenaamd ingezette veranderingsproces, de spanningen met partners in het veld, … wordt best gevoerd op basis van feiten.

    De opdrachten van de heer Joris op 1 januari 2013 waren helder:

    1. Laat de Taalunie werken als een bedrijf en voer een noodzakelijke efficiëntieslag door.

    2. Zorg dat de Taalunie (en bij uitbreiding de leiding) aanwezig is in het taalpolitieke debat. Geef de Taalunie een ‘smoel’!

    3. Maak meer eigen inkomsten mogelijk en zet hiervoor een ‘werkend’ systeem op punt.

    De resultaten van de heer Joris na 2,5 jaar zijn eveneens helder:

    1. De Taalunie wordt gekenmerkt zowel intern als extern door verdeeldheid, malaise en chaos.

    2. Taalunie en leiding zijn compleet onzichtbaar in het maatschappelijk (taal-) debat. Het gaat enkel nog over andere zaken.

    3. Totaal mislukt, er is geen cent extra verworven. Integendeel de eigen inkomsten vallen zelfs lager uit dan voorheen. De Taalunie had een gezonde financiële basis maar lijkt nu door de grond te zakken.

    Een terechte vraag lijkt: waar begint de politieke verantwoordelijkheid / waar eindigt de politieke apathie?

    Bezorgde medewerker

  2. Anoniem schreef:

    Sorry, maar dit komt op mij niet over als het presenteren van feiten, zoals je aankondigt, maar als door rancune ingegeven overdrijvingen.

  3. Dit wordt een discussie van de ene anonieme medewerker met de ander. Voor de buitenstaander wordt dat ondoorzichtig. Het zou interessant zijn als een van beiden meer concrete gegevens kon aandragen.

Reacties zijn gesloten.