De accénten van Stóry

Door Marc van Oostendorp


Heel hard roepen kun je in de schrijftaal met hoofdletters, met cursief, en in informelere registers met asterisken of aanhalingstekens. Het tijdschrift Story heeft nog een manier ontdekt: met accenten.
Laten we bijvoorbeeld de voorpagina van het tijdschrift van deze maand erbij nemen:
Maar liefst drie keer op één pagina worden accenten gebruikt om nadruk te leggen. Ik zet ze even in volgorde van opvallendheid: 
  1. ‘Verliefde Merel wil trouwen én baby’
  2. ‘Yolanthe bréékt met zus!’
  3.  ‘Ongelóóf na dood Albert West’. 

De eerste kop suggereert voor mijn taalgevoel dat die Merel wel een beetje veel van het leven verlangt: trouwen, oké, een baby, ook goed, maar allebei? Uit het artikel dat aan deze kwestie is gewijd blijkt niets van een dergelijke tegenstelling (‘Mijn liefde voor Patrick is ijzersterk; volgens mij gaat het heel lang duren tussen ons. Hij is erg traditioneel ingesteld, dus wie weet gaat hij ooit voor mij op de knieën… Ook een kind is erg welkom.” De baby is eenvoudigweg een volgende stap op het gedroomde levenspad van Merel.

In de tweede kop wordt er voor mijn gevoel nog sterker een contrast gesuggereerd: Yolantha dánst niet met haar zus, maar bréékt met haar. Ook hier geldt weer dat er in het artikel geen enkele sprake is van zo’n contrast. De zussen hebben al een tijd ruzie, en nu is er dus (waarschijnlijk) gebroken.
Het eigenaardigst is voor mijn gevoel de kop over Albert West, omdat de accenten daar staan op een plaats waar de woordklemtoon niet ligt: niet óngeloof, maar ongelóóf. Dat suggereert dat er een contrast is met iets anders: ‘ik zei niet ongelúk na de dood van de populaire zanger, maar ongelóóf’.
De accenten komen zoveel voor dat je niet meer kunt spreken van een foutje. Het is een duidelijk stijlkenmerk van Story. Ook in koppen in het blad wordt het regelmatig ingezet: ‘Melissa wéér verliefd!, en zelfs de intro’s van het blad maken er gebruik van:
Yolanthe en Rebecca Cabau waren jarenlang méér dan zusjes. Als hartsvriendinnen deelden ze hun dromen met elkaar. Maar van die hechte band is niets meer over. Rebecca onthult in Story dat er géén contact meer is tussen hen beiden.

Die accenten op een beklemtoonde lettergreep om een woord extra nadruk te krijgen is toch al tamelijk uniek voor het Nederlands: in het Frans, Duits of Engels kun je dat niet doen. De Story tilt de techniek nu naar een nog wat hoger niveau en gebruikt de accenten niet om klemtoon te leggen op een woord, maar op een hele zin.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

3 reacties op De accénten van Stóry

  1. Drabkikker schreef:

    "Sommige bladzijden van hedendaagse romans wekken visioenen van een herrieachtige straat vol flikkerende lichtreclames:
    Maar – néén! Als Kitty zich ééns iets vòòrgenomen had …. dan dééd ze het, wàt de wéreld er ook van dénken, of, érger, zèggen mocht!! Zó was zij, en zó zou zij blijven – haar gànse léven làng!"
    (Charivarius, Is dat goed Nederlands? XXI.7 Het accent.)

  2. "Onder de invloed van de luidruchtige omgeving waarin wij thans leven"! Dank je wel, heel mooi.

  3. Jan Stroop schreef:

    Dat er ook vroeger met accenten gestrooid werd én dat daar tegen gefulmineerd werd, bewijst deze passage uit een bespreking door Simon Gorter van De gelaarsde Kat. (Der gestiefelte Kater.) Een sprookjen uit de oude doos. Op rijm gebracht door J.P. Heije:
    "Dr. Heije nogthans vindt goed, zijn dicht en ondicht niet enkel met tal van hoofdletters te bezaaien en dat wel naar den luim van het oogenblik, maar er een sneeuwjacht van accenten over te strooien bovendien. Hij schrijft; zóo, vóor, òpgeraakt, goeijê lui, 't wàs, gehóord, twéede, eér, géen, wéet, óp, ènkel, àlles, làng, ledêkantje en dergelijke, ook daar, waar de plaatsing van het woord geen den minsten twijfel aangaande den klemtoon overlaat. Waartoe deze grillen, anders dan om zonderlingheid te luchten of verwarring te stichten? Gij schrijft, Néderlandsch, Hòllandsch, méester en vélen – eilieve, welke klanken wacht gij van mij, als gij mij eenige regels verder, zeer gewoon, Nederlandsch, Hollandsch, meester en velen ter lezing voorlegt?"

    De Gids. Amsterdam 1868, blz. 179

Reacties zijn gesloten.