Brief aan Geert Joris, Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie

Er luwt nog niets!

Door Kirsten de Gelder

Universitair docente Nederlands, Kiev, Oekraïene

Geachte Geert Joris,

Sinds 15 april 2015 heb ik tal van vragen. Over mijn baan, mijn beroep, mijn vak en mijn toekomst. Ja, over mijn leven zelfs, en dat van vele anderen. U weet wie ik ben; kort voor de onverwachte aankondiging over de bezuinigingen stond mijn interview in Taalunie:Bericht, en sprak u in zijn column van diezelfde editie met steunende woorden over mijn werk hier in Kiev. Taal in tijden van oorlog, noemde u uw stuk.

Enfin, vragen werden beantwoord, andere vooruitgeschoven, terzijde gelegd. Door de steun van collega’s en studenten én de inzet van de IVN kon ik geduld opbrengen. Het is tenslotte niet niets, waar jullie over moeten beslissen. Het is me zelfs gelukt om begrip op te brengen voor de moeilijke situatie waarin wij ons allen bevinden.

Als we iets hebben geleerd, dan is het wel dat goede communicatie essentieel is. Oh, wat had er veel leed voorkomen kunnen worden. Ik vind het dan ook ongehoord dat ik de laatste ontwikkelingen – het deels (?) terugdraaien van de bezuinigingen – uit de media moet vernemen. Dit gaat over mijn toekomst, en die van vele collega’s en studenten! Terwijl ik hier met veel inspanning zomercursussen in Boedapest en Zeist aan het voorbereiden ben – onder de vlag van de Taalunie – lees ik na dagen eens een verouderd bericht op het internet. Onbegrijpelijk, vind ik dat.

Ik heb voor dit moment dan ook maar één vraag: waarom kon het veld hier niet persoonlijk over ingelicht worden?

Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , , . Bookmark de permalink.