Achter iedere valorisatie een A-publicatie?

Door Marc van Oostendorp


Al een paar weken is Filip Devos, de hoofdredacteur van het tijdschrift Over Taal, aan het lobbyen om popularisatie onder de aandacht te krijgen van de politiek. (Hij heeft ook een petitie aan de leden van het Vlaamse parlement, die ik alleen maar niet getekend heb omdat ik het een beetje vreemd vind om me in de zaken van een ander land te mengen. Maar als jullie die scrupules niet hebben, of Vlaming zijn: tast toe.)

Ik moest aan Filip denken toen ik de diesrede las die André Lardinois vorige week in Nijmegen uitsprak en die gaat over het belang van de geesteswetenschappen. Het gaat in die rede ook even om valorisatie, een begrip dat weliswaar wat breder is dan ‘popularisatie’ – het kan ook het ontwikkelen van een technologische innovatie betreffen – maar in dit geval toch als equivalent kan worden opgevat:

Het is van groot belang dat wanneer wetenschappers valoriseren zij dit vanuit de wetenschap blijven doen. Onze bijdrage aan het publieke debat moet gebaseerd zijn op gedegen onderzoek en niet de zoveelste opinie zijn die op radio of televisie te horen is. Op de Letterenfaculteit hebben we daar een leuze voor bedacht: “Achter iedere valorisatie staat een A-publicatie”.

Paul de Leeuw

Een slogan die rijmt is natuurlijk altijd goed. En bovendien kun je natuurlijk nooit tegen A-publicaties zijn – dat zijn artikelen in de algemeen als best beoordeelde wetenschappelijke tijdschriften. Bovendien zijn er inderdaad al genoeg ‘zoveelste opinies’.

En toch wringt er iets aan die slogan.

Hij suggereert naar mijn smaak te veel dat popularisering altijd uitgaat van het wetenschappelijke onderzoek. Iemand schrijft eerst een artikel voor Science, en gaat vervolgens aan de slag om dit aan Paul de Leeuw te kunnen uitleggen, aan de hand van een lollige animatie.

Dynamiek

Er zijn echter allerlei problemen met dat model. Zo blijft de valorisatie op deze manier wel erg op het nieuws gericht – denk maar niet dat je met je A-publicatie van 25 april 2015 nu nog bij Paul de Leeuw komt – en dus erg hijgerig. Aan een breder beeld van de wetenschappelijke achtergronden kom je zo nooit toe: ingewikkelde kwesties kun je vrijwel zeker niet in detail uitleggen. (Boeken gelden meestal niet als A-publicaties, ook wetenschappelijke boeken niet. Maar al doen ze dat wel, dan nog heeft succesvolle popularisering zijn eigen dynamiek.)

Een probleem is dat een gemiddelde A-publicatie eigenlijk helemaal niet interessant is voor een breder publiek: het voegt een piepklein steentje bij aan een veel groter en nauwelijks bekend bouwwerk. Dat bouwwerk is interessant, niet dat steentje.

Intellectuele inhoud

Maar eigenlijk is ook het dedain tegenover ‘de zoveelste opinie’ niet helemaal terecht. Het is waar dat er heel veel onzin wordt uitgekraamd, zelfs door hooggeleerden van de Radboud Universiteit, en dat het goed zou zijn als dat zou stoppen. Maar het zou beter zijn als de kwaliteit van het publieke debat omhoog zou gaan en niet alleen zou bestaan uit zoveelste meningen.

Traditioneel hebben academici – al waren het er maar een paar – garant gestaan voor dit soort intellectuele inhoud. Ook als het zich over de grenzen van hun eigenlijke vakgebied en A-publicaties begaf.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.