Van kaasschaaf tot valbijl

Bezuinigen, want het is onbetaalbaar. Er zijn geen alternatieven. Bovendien moet je meegaan met de moderne tijd. Vlotte managers kunnen perfect uitleggen wat dat is: universiteiten worden als bedrijven bestuurd, onderwijs en onderzoek zijn secundair, ieder individu is een kleine zelfstandige, er is ‘no such thing as society’, alleen marktdenken en winst. Als er geen alternatieven meer zijn rest alleen een dictatuur of autocratie. Sommigen vinden dat kennelijk normaal, want over de bezuinigingen van de Taalunie is geen overleg geweest met de direct betrokkenen in het buitenland of met de IVN.

Terug naar de discussie. Eerst een vergelijking: wie de situatie in het buitenland kent, ziet dat veel West-Europese landen buiten hun grenzen culturele instituten hebben of organisaties die goed opgeleide docenten – (near) native speakers – gedurende een aantal jaren uitzenden naar een universiteit in het buitenland. Politici en ambtenaren daar maken afwegingen, kiezen tussen verschillende mogelijkheden. In Duitsland beslissen zij bijvoorbeeld dat er overal ter wereld Goethe Instituten blijven bestaan en de DAAD selecteert docenten die vervolgens enkele jaren met een Duits – geen lokaal! – salaris elders werkzaam zijn. De politici vinden dat niet onbetaalbaar.

Nog iets over geld, over de suppletie, de aanvulling op het lokale salaris: die bedraagt 13.000 euro per jaar voor gepromoveerden, 10.000 voor niet-gepromoveerden (drie jaar lang), voor één moedertaalsprekers per universiteit in Azië of Oost- en Midden-Europa. Hoewel dat bedrag in de meeste gevallen hoger is dan het salaris van de gepromoveerde docenten of gehabiliteerde hoogleraren Nederlands aldaar, is het geen vetpot. De collega’s in Oost-Europa hebben vaak nog een extra baan of een partner met een inkomen. De suppletie kan worden gebruikt voor verhuis- en reiskosten, als compensatie voor onder meer matige tot abominabele medische verzorging, uitgaven voor corruptie of om barre tijden te overbruggen als de regering plotseling besluit de overheidssalarissen met twintig procent of meer te korten (Letland en Griekenland).


Na het nieuws over de bezuinigingen kwam het voorstel om pas afgestudeerde neerlandici als docenten taalverwerving naar het buitenland uit te zenden om ‘werkervaring’ op te doen. Is dat wenselijk? Het buitenland als speeltuin, thuis het echte werk? Taalverwerving is een vak, doceren een ervaringsvak en het kan geen kwaad als de docent kennis heeft van de cultuur en taal van zijn studenten. Maar: bestaat de studie slavistiek nog in Vlaanderen en Nederland?

Als Joris van mening is dat de kaasschaaf bot is, verkiest hij de guillotine. Op tafel komt geen feestmaal voor fijnproevers. De valbijl maakt brokken en zonder hoofd verloopt het denken over structuurveranderingen en alternatieven een stuk moeizamer dan voorheen. Zijn uitleg tot dusver is beschamend en hij maakt duidelijk dat hij de internationale neerlandistiek niet kent. Hij onderschat de expertise van de neerlandici in binnen- en buitenland en vermoedelijk ook die van zijn collega’s bij de Taalunie. Er is geen behoefte aan een manager met een valbijl. Er is behoefte aan uitleg, aan discussie, aan overleg en breed gedragen alternatieven.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.