NVT: veld of moestuintje?

Vanuit „het veld“  – zoals dat zo mooi heet – kun je er niet omheen om met grote zorg te kijken naar en te lezen over dit Taaluniedebat. Is er wel een leven na de nieuwe maatregelen van de TU (Judit Gera)? Hoe groot is de schade nu al (Ad Foolen)? Gomt zich Nederland – of het Nederlands?? –  nu uit door deze bezuinigingen (Kees Snoek)? Ziet de politiek in Nederland en Vlaanderen het onderwijs van het Nederlands in het buitenland nog als een overheidstaak of niet meer (Matthias Hüning)? Moeten wij voorspellen dat de Taalunie helemaal wordt opgeheven (Joop van der Horst)? Het lijstje houdt niet op.
Je kunt niet niets bijdragen aan dit debat. Zijn wij buiten het taalgebied nogwel “het veld” voor de TU? En zo ja, hoe groot is dit veld en wat groeit er dan allemaal?  Blijven we wel en “veld” of starks alleen maar een moestuintje?

In Duitsland betekent het NVT-veld niet alleen universitair maar ook niet-universitär onderwijs. In alle Bundesländer vindt je een aanbod van cursussen Nederlands in de volwasseneneducatie (Volkshochschule). De cursisten zijn gemotiveerde leerders die vooral in de cultuur geïnteresserd zijn en regelmatig contact hebben me de buurlanden. In 2013 werden een kleine 2.000 cursussen geteld, zowel voor de cultureel geïnteresserde vakantieganger als ook voor zakenmensen die over de grens werken. De docenten die daar  de lessen verzorgen hebben vaak een studie Nederlands achter de rug of zijn op een andere wijze gekwalificeerd.

Menig Nederlander en Vlaming ist stomverbaasd over het aantal leerders in middelbare scholen in Duitsland. Het aantal is in de voorbije 20 jaar meer dan verdubbeld en de kwaliteit is enorm verhoogd: Je kunt uitgaan van 30.000 leerlingen die Nederlands leren van een docent die vijf jaar Nederlands op de universiteit heeft gestudeerd en een post-doc-opleiding heeft gevolgd.  
Elke docent Nederlands – en ik heb het uiteraard over iemand die normaliter op een Duitse universiteit een studie Nederlands volgde – draagt bij tot de goede verstandshouding tussen Duitsland en zijn twee buurlanden in het westen. Goed opgeleide en regelmatig bijgeschoolde docenten steunen de handelsbetrekkingen en wekken interesse voor de Nederlandse taal en cultuur bij de volgende generatie. Universitair en niet-universitair NVT werken hand in hand, ze zijn onscheidbaar met elkaar verbonden: steeds meer leerlingen Nederlands worden later weer studenten. Ze zijn zo’n beetje de zaaizaad van de volgende oogst op dit “veld”.
De Fachvereinigung Niederländisch met zijn 500 voornamelijk Duitse leden is een non-profit platform voor alle educatieve sectoren waar Nederlands te vinden is. Hoewel wij constateren, dat het Nederlands enorm is gegroeid, kunnen wij ook in Duitsland niet ervan uitgaan dat de eigen overheid voor de bevordering van de kwaliteit van het onderwijs Nederlands zorgt. Nationaal gezien blijft het Nederlands voor de Duitse overheid namelijk wel een exotisch gewas dat vooral langs de grens groeit. Om in het beeld te blijven: met behulp van de steun van de TU kunnen wij – de docenten Nederlands in Duitsland – af en toe wat mest op dit veld brengen, wij blijven het echter inrichten, wij zaaien en verzorgen het. Ja, natuurlijk: overbemesting ís schadelijk – maar te hopen dat het opeens vanzelf groeit, ook. Het (gratis) enthousiasme van individuen die (gratis) werken aan de verspreiding van de Nederlandse taal en cultuur, dat zien wij nergens zitten. Het gaat ook niet alleen maar om geld, het gaat ook om een betrokken aanspreekpartner binnen de TU die wèl inhoudelijke kennis heeft en ook oren naar de omstandigheden en behoeften uit het veld zelf. Dat waarderen wij. Daarmee hebben wij goede ervaringen, zo zijn we gegroeid! En daarom zijn wij ook bezorgd. 
Kan de TU zich permitteren om de oogst op dit veld NIET langer te zien als een gemeenschappelijke winst? Zal ze het veld ruimen en zich neerleggen bij hier en daar een moestuinje van de hobby-tuinier? Wij hopen van niet.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.