Laat de zomercursussen blijven bestaan

Door  Екатерина Терешко (Katja Tereshko)

Toen ik Nederlands besloot te gaan studeren wist ik er eerlijk gezegd niet zo veel van. Tijdens mijn eerste jaar op de universiteit raakte ik wel sterk geïnteresseerd in de taal en cultuur van de Lage Landen. Maar wat gaf zin aan alles wat ik met het Nederlands kon doen? Dat was de zomercursus. Daar ontdekte ik hoe Nederland en Vlaanderen mooi en vol verrassingen, bont en verbindend zijn. Daar begon ik echt in het Nederlands te spreken. Daar heb ik ook enthousiaste en vriendelijke mensen ontmoet, die vanuit de hele wereld komen voor één doel: het Nederlands overal te laten horen.


De zomercursussen waren dus voor mij en voor veel anderen de eerste steen van het fundament van onze studie en eigenlijk veranderde het ook het leven van iedereen die daar was, want de banden die je daar met mensen legt zijn zo sterk dat ze ondanks de afstanden en de tijd niet verloren gaan. En nu het officieel bekend is geworden dat de zomercursussen vanaf volgend jaar niet meer bestaan krijg ik e-mails van mijn cursusgenoten die zich, zoals ik, veel zorgen maken over de toekomst van hun opvolgers. Die opvolgers gaan ook Nederlands studeren in verschillende landen – zonder de mogelijkheid om de echte taal te horen en te leren spreken, en zonder het echte leven in Nederland en Vlaanderen te kunnen zien en ervaren.

Misschien is het wel emotioneel, maar het kan ook niet anders, want we zijn allemaal gehecht aan de zomercursus en aan het Nederlands. Maar als we rationeel proberen te denken: de zomercursus is een prachtige mogelijkheid om de theoretische kennis van het Nederlands in de praktijk te brengen en de actualiteiten van de taal te volgen. Het Nederlands verandert toch ieder jaar; als studenten geen echte taal kunnen horen en niet geleid worden, wat gebeurt er dan met de taal in het buitenland? Is er dan geen gevaar dat het Nederlands uiteindelijk een soort Latijn wordt, de taal die niemand kan spreken? Of leren de studenten over tien jaar gewoon het Nederlands van vandaag dat al nergens meer in Nederland gesproken wordt?


Bovendien zijn de zomercursussen een enorme bron van inspiratie voor alle studenten. Daar krijg je zoveel informatie die je nergens meer kan krijgen, dat je hoofd aan het eind van de drie weken op het punt staat om te ontploffen van ideeën. Ik heb er zelf ooit ook van geprofiteerd: het idee voor mijn scriptie heb ik op de zomercursus gekregen, tijdens de literatuurles in Zeist.

Wat mij persoonlijk betreft, ben ik een geluksvogel geweest en nadat ik in 2012 als student afscheid had genomen van Zeist, mocht ik er in 2014 weer naartoe als stagiaire. Daarom weet ik hoeveel kracht en werk het kost om die zomercursussen te organiseren. Maar het wordt gedaan door mensen die het echt wel willen doen en ze worden er blij van. Ze steken hun ziel erin, gedurende het hele jaar voor de volgende zomercursus. Stoppen met de zomercursussen betekent dus niet alleen maar minder kansen voor studenten die het Nederlands gekozen hebben, maar ook is het ontnemen van het geliefde werk van het team dat erbij betrokken is.
Alles afwegend wil ik gewoon een kreet laten: zijn er echt geen alternatieven voor bezuinigen? Is er echt helemaal geen mogelijkheid om de Zomercursussen te bewaren? Werkt het poldermodel nog?
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.