Het verband tussen hè en hé.

Door Marc van Oostendorp


Waarom zeg je ‘hé Susanne!’ als Susanne binnenkomt? Volgens een nieuw artikel van Gertjan Postma en Tobias Scheer is dat om de wereld te repareren.

Het artikel gaat in eerste instantie niet over , maar over . Postma en Scheer zeggen dat dit woord drie licht van elkaar verschillende betekenissen kan hebben:

  1. Richard: Dat klopt, want 284567+4567= 289134.
    Susanne: Hè?
  2. Richard: Tussenwerpsels maken deel uit van het taalsysteem.
    Susanne: Hè?
  3. Hè, waar ligt die schaar nu weer?

In het eerste voorbeeld betekent  zoveel als: kun je dat nog eens zeggen? Susanne uit haar verbazing over het gezegde, met impliciet het verzoek om dat nog eens te herhalen. Je zou dit gebruik van  kunnen noemen ‘reparatie van het zojuist gezegde’.

In het tweede voorbeeld hoeft Richard niet per se te herhalen wat hij eerder heeft gezegd. Susanne uit eerder haar verbazing over de inhoud van het zojuist genoemde, en Richard kan bijvoorbeeld antwoorden ‘ja, raar maar waar!’ Dit zou je ‘reparatie van kennis’ kunnen noemen.

Het derde voorbeeld is een beetje anders: het drukt irritatie uit, het kan in een zin worden gebruikt, en er is eigenlijk niet eens voor nodig dat er iemand in de buurt rondloopt.

En dan nu ‘hé, Susanne!’ Volgens Postma en Scheer is dit ook een soort reparatie, namelijk reparatie van de wereld. Eerst liep zij nog niet in Richards wereldje rond, nu ineens (weer) wel. Dat levert een breuk op die gerepareerd moet worden. Dat doe je dus met .

Postma en Scheer wijzen erop dat de betekenis van groeten vaker kan worden ingezet als reparatie van de wereld naar reparatie van kennis:

  • Goedemorgen, mevrouw Van der Kleij! [reparatie van de wereld]
  • Goedemorgen? Wat zeg je nu? [reparatie van kennis]
  • Hallo, wie is daar? [reparatie van de wereld]
  • Hallo, wat zeg je nu? [reparatie van kennis]

In alle gevallen maak je van de reparatie van de wereld een reparatie van kennis door iets te doen met de zinsmelodie: die wordt vragend. Bij de verandering van  naar  verander je ook nog iets aan de klinker: die wordt van een volwaardige klinker, zoals je hem ook vindt in thee, dominee en puree in een klinker die eigenlijk niet kan bestaan aan het eind van het woord, misschien als een reflex in de klank dat er iets ontbreekt: kennis.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in taalkunde met de tags , , . Bookmark de permalink.

4 reacties op Het verband tussen hè en hé.

  1. mark schreef:

    Ik heb het artikel vorige week gelezen (en erover gecorrespondeerd met Gertjan Postma). Het gedeelte van het werk dat ik kan volgen vat je hier samen: een begroeting als mogelijk indirect gelieerd aan repair. Het is ook mooi dat ze onze argumenten voor de status als 'hè?' als een woord afdoende achten.

    Wat ik niet volg is het argument dat de vorm van 'hè?' in het Nederlands verklaard zou kunnen worden door een coda-consonant te postuleren die nergens te zien is; en nog minder hoe dat de gelijkenis van 'hè?'-equivalenten in verschillende talen zou kunnen verklaren; en nog minder waarom dat een betere verklaring zou zijn dan convergente culturele evolutie, een welbekend principe dat de gelijkenis kan verklaren van niet alleen dit woord maar ook andere woordjes die fungeren als de smeerolie van alledaagse gesprekken. Maar ik ben er nog over aan het na te denken.

  2. Dat van die codaconsonant is hier inderdaad nogal onduidelijk.

    Ik heb niet de indruk dat de auteurs de universaliteit van de vorm willen verklaren; daarvoor zou je op zijn minst iets moeten zeggen over de betrokken segmenten, en dat doen ze niet.

  3. esther bouma schreef:

    Schrijven de auteurs ook iets over de combinatie "Hèhè" in de betekenis van: eindelijk even zitten, uitrusten, bijkomen.. of als ironisch commentaar als iemand uiteindelijk iets begrepen lijkt te hebben?

  4. Gertjan Postma schreef:

    We willen wel degelijk iets zeggen over de de universele structuur van deze woorden, bv het Nederlandse hè(h). Er zijn drie regels:
    1. de coda-consonant wordt naar de onset gekopieerd (vanwege de interpretatie)
    2. die coda consonant moet een niet welgevormde coda-consonant zijn (bijv. /h/ of /ʔ/) (dit is de trigger van 1).
    3. zo'n lege coda-consonant wordt afgedwongen door de aard van de klinker (Ned: ɛ kan alleen gedekt voorkomen). (Dit is de trigger van 2).
    Zo krijgen we voor het Nederlands alleen [hɛ], [hɔ], [ʔɔ] en [ʔɛ], maar niet [hə], vanwege het gedekt (vark[ə]n) en ongedekt (stilt[ə]) voorkomen van [ə]. In het Engels is [hə] juist wel mogelijk omdat onderliggende [ə] in het Engels alleen gedekt voorkomt: tak[ə]n/*tak[ə].
    De oppervlakte vorm is dus niet zozeer universeel (wel bij benadering) maar de regels 1-3.
    Ons voorstel is een eerste stap naar het bij benadering universele karakter van HUH?

Reacties zijn gesloten.