Een doodslag voor vakgroepen Nederlands

De onderstaande brief is gisteren verstuurd door het bestuur van de Association des Néerlandistes de Belgique francophone et de France (ANBF) aan de verschillende organen van de Nederlandse Taalunie.

De recente bezuinigingen binnen de Nederlandse Taalunie treffen de neerlandistiek extra muros bijzonder hard. Als platform voor docenten Nederlands als vreemde taal in Franstalig België en Frankrijk verenigt de ANBF docenten uit alle onderwijsniveaus, van basisonderwijs tot universiteit en volwasseneneducatie. Bij dezen willen we onze bezorgdheid uiten en u verzoeken u in het kader van uw functie tegen deze bezuinigingen te verzetten.

In zijn vergadering van 20 mei 2015 heeft het bestuur van de ANBF zich na uitgebreid overleg unaniem solidair verklaard met de brief aan het Comité van Ministers, de Interparlementaire Commissie, de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren en de vaste Tweede Kamercommissie voor OCW van o.m. de collega’s uit Madrid en Coimbra.

De voorgenomen maatregelen zullen de doodslag vormen voor sommige vakgroepen Nederlands in het buitenland, die voor hun bestaan (mede) afhankelijk zijn van de steun van de Nederlandse Taalunie. Als docenten zijn wij trots op de plaats die de Nederlandse taal en cultuur in onze eigen omgeving én wereldwijd kan innemen in een wereld waar het wegvallen van grenzen niet gelijk hoeft te staan met de globalisering van de economie, maar ook een unieke kans betekent op culturele uitwisseling en maatschappelijke vooruitgang. We betreuren het zeer dat dit ideaal kennelijk zou moeten wijken voor kortetermijndenken en zuiver economische motieven.

Ook in landen of regio’s waar het onderwijs Nederlands als vreemde taal ingebed is in een curriculum dat gefinancierd wordt door de eigen overheid, zijn de bezuinigingsmaatregelen funest. In Franstalig België bijvoorbeeld vormen de zomercursussen van de Nederlandse Taalunie een unieke gelegenheid voor veel studenten om hun vooroordelen over het Nederlands en hun Vlaamse landgenoten over boord te gooien. Met name voor studenten uit sociaal-economisch minder bedeelde milieus betekenen deze cursussen een extra belangrijk zetje in de rug. Ook voor andere initiatieven zijn we aangewezen op de steun van de Taalunie: veel grensoverschrijdende projecten – en dan denken we bij de ANBF vooral aan contacten tussen Noord-Frankrijk, Vlaanderen en Wallonië in het zuiden, of in het noordwesten tussen Belgisch Limburg, Nederlands Limburg, de Duitstalige regio en Wallonië – krijgen een extra dimensie als de Franstaligen die Nederlands leren dat niet alleen in de reguliere lessen of colleges doen, maar ook via tandemleren, excursies, gezamenlijke activiteiten met Nederlandstaligen, lezingen van Nederlandstalige sprekers, etc.

Dat alles gebeurt nu nog, mede dankzij de Nederlandse Taalunie… We hopen onze leerlingen, cursisten en docenten onveranderd kennis te laten maken met de Nederlandse taal en cultuur, maar daarvoor hebben wij, net zoals onze collega’s in andere landen, de onverminderde steun van de Taalunie nodig. Daarom vragen we u nogmaals met klem uw invloed aan te wenden om het tij te keren.

De ANBF zal haar positie in dezen ook kenbaar maken bij de Nederlandse Taalunie en de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek, en haar bezorgdheid bij haar leden toelichten door deze brief op haar website te publiceren.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.