Heel veel vragen!

De managers automatiseren het stellen van vragen in onze managersgruwelserie De verleden tijd van lijken.


Door Marc van Oostendorp

De ietwat saaie vakdidacticus Gerard werd er enigszins duizelig van. Sinds hij in een manager was veranderd, waren de veranderingen wel heel snel gegaan. De boomlange promovenda Sophie en de postdoc Femke hadden de kamer van een hoofd communicatie van het bureau van de decaan bezet met onduidelijke eisen, waren daar door Wouter met geweld uitgegooid terwijl ze net een gevulde koek aan het oppeuzelen waren, terwijl ondertussen Joop en Rie – respectievelijk gespecialiseerd in het middelnederlandse voegwoord en de geschiedenis van de neerlandistiek tot 1800 – druk bezig waren geweest met outreach.

En ondertussen moesten er vragen gesteld worden! Heel veel vragen! Terwijl iedereen maar een beetje wat zat aan te rotzooien op de afdeling, was er een belangrijke deadline op 1 mei! Dan ging de Nationale Wetenschapsagenda sluiten, en zoals iedereen wist zouden dan de stemmen geteld worden: welke afdeling had er de meeste vragen gesteld? Die afdeling zou de meeste geldelijke middelen krijgen.

De collega’s in Utrecht hadden al 210 vragen gesteld, had Gerard geteld, en die in Leiden zelfs al 230.
Het waren vaak heel korte vraagjes, rechtsreeks genomen uit de onderzoeksplannen (‘Hoe manifesteerde Cees Nooteboom zich in de jaren tachtig en negentig op de Duitse televisie?’, ‘Wat is het meest gebruikte woord in het NOS Journaal?’, ‘Wat is de beste lengte voor een YouTube-filmpje met een toespraak?’), maar die vragen stonden er toch maar.

De afdeling van Gerard had echter nog maar 6 vragen ingeleverd. Dat kon natuurlijk niets worden. De wetenschapsagenda was in de media aangekondigd als een manier om het publiek bij het onderzoek te betrekken, maar als er maar 6 vragen waren, zou men bij de KNAW wel eens kunnen denken dat het publiek meer geïnteresseerd was in wat men in Leiden en Utrecht deed dan in de financiële letterkunde, het vak van Gerards hoogleraar, Wouter Pieterse.

Er zat maar een ding op: er moest geautomatiseerd worden. Gelukkig kon Gerard een beetje automatiseren, en gelukkig had hij ooit al een computerscript gemaakt dat heel makkelijk alle auteursnamen uit de DBNL kon halen. En aan de hand daarvan kon je natuurlijk vrij snel vragen genereren:

– Wat was het inkomen van de auteur Adolf van der Aa en hoe verhoudt zich dit tot de kwaliteit van zijn werk?
– Wat was het inkomen van de auteur A.J. van der Aa en hoe verhoudt zich dit tot de kwaliteit van zijn werk?
– Wat was het inkomen van de auteur Anthony Willemsz van der Aa en hoe verhoudt zich dit tot de kwaliteit van zijn werk?
– Wat was het inkomen van de auteur Charles Menard Adelaide Simon van der Aa en hoe verhoudt zich dit tot de kwaliteit van zijn werk?
– Wat was het inkomen van de auteur Christianus Carolus Henricus van der van der Aa en hoe verhoudt zich dit tot de kwaliteit van zijn werk?
– Wat was het inkomen van de auteur Cornelis van der Aa en hoe verhoudt zich dit tot de kwaliteit van zijn werk?
– Wat was het inkomen van de auteur Dirk van der Aa en hoe verhoudt zich dit tot de kwaliteit van zijn werk?

Het programma kon de vragen ook automatisch indienen op de website van de landelijke organisatie dat gelukkig geen spamfilter had. Een nachtje draaien en ze zouden aan de andere vakgroepen nog lelijk op hun neus kijken! De financiële letterkunde zou met stip op nummer 1 binnenkomen op de Nationale Wetenschapsagenda!

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.