Een nieuwe stijlgoeroe

Door Marc van Oostendorp

Het jaar van de stijl is heropend. Begin 2014 was ik er op dit weblog mee begonnen. Ik ging les nemen bij schrijvers, die me lesjes zouden geven zodat ik beter zou schrijven. Ik begon bij Ilja Leonard Pfeijffer, maar na een paar maanden stapte ik over op een andere leraar die van alles beloofde, maar waar nooit iets van kwam. (Ja, ik bedoel u, AS!) En toen heb ik het ook verder weer laten sloffen.
Maar sinds wanneer moet een jaar een aangesloten periode zijn? Ik kan toch gewoon nu weer doorgaan? Wat gaan we nu krijgen?
Ik werd door deze heropening gestimuleerd door het verschijnen van het Groot retorisch woordenboek van Paul Claes en Eric Hulsens. Dat boek is door de uitgever geloof ik ruimhartig over de vaderlandse bloggers heengestrooid, dus u zult het wel vaker tegenkomen wanneer u het internet aandachtig leest.
Maar dat strooien kan ook vast geen kwaad: 

ik denk dat je van Claes en Hulsens vast beter gaat schrijven en de Nederlandse blogosfeer kan wel wat goede schrijvers gebruiken. (En vooral wat enthousiaste schrijvers! Komop, jongens en meisjes! Zo erg is het allemaal niet! Laten we wat lol maken op dat toetsenbord!) Je krijgt er in ieder geval zin van om te schrijven. En van zin kommen goeie zinnen, zoals mijn opa altijd zei voor hij begon te zingen.

Anagrams
De term ‘Groot woordenboek’ is wel een beetje overdreven voor een boekje van 145 pagina’s, maar het plezier in de aandacht voor stijl spat ervan af. Het is een woordenlijst met termen voor allerlei stijlprocedes, van aanblazing tot en met de zinsstaart. 
Bij de beste lemma’s wordt uitgelegd wat de functies zijn van het procédé en worden voorbeelden gegeven uit allerlei letterkundes. Brevitas (‘bondigheid’) heeft als functies ‘taaleconomie’ (wat dat ook moge zijn) en ‘verhogen van uitdrukkingskracht’ (nou ja, oké), maar wordt geïllustreerd door korte rijmen als U nu! (toegeschreven aan Vondel), het monosyllabische ‘Fort / Belle / Elle / Dort, / Sort / Frêle, / Quelle/ Mort! / Rose / Close / La /Brise /L’a / Prise’ van Jules de Rességuier, de zeer korte romantitels G. van John Berger, W van Perec, V van Pynchon, het kortste boek ooit geschreven (‘Anagrams of the Word ‘a’) van Barking Spider, en nog veel meer. 
Verslag
Soms zijn de omschrijvingen wel wat kort. De definitie van ironie is ‘pragmatische figuur, waarbij men het tegendeel bedoelt van wat er beweert wordt’. Dat is natuurlijk maar een deel van dit wonderlijke begrip, en zelfs niet het interessantste. Wanneer ik mijn geachte opponent ironisch Mijn Geachte Opponent noem, dan zijn die hoofdletter ironisch, maar ik bedoel natuurlijk niet ‘het tegendeel’. Zelfs de Nederlandse Wikipedia heeft een subtielere definitie van het begrip. 

Maar dat doet alles niets af de aantrekkingskracht van de woordspelletjes, behalve dat je er ook nog wat mee kan: schrijven.

En dus heb ik het jaar van de stijl hierbij heropend. Ik heb al een nieuwe goeroe gevonden. Binnenkort beginnen de lessen weer, alsof 2014 nooit gebeurd is. Ik zal er hier verslag van uitbrengen.

Paul Claes en Eric Hulsens. Groot retorisch woordenboek. Lexicon van stijlfiguren. Nijmegen: Vantilt, 2015. Meer bestelinformatie bij de uitgever.  

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.