Becanus’ tomeloze geestdrift voor de geesteswetenschappen

Door Marc van Oostendorp

Johannes Goropius Becanus wordt in inleidende colleges taalwetenschap wel ingezet om even lekker te lachen. Deze zestiende-eeuwse geleerde had immers voorgesteld dat Adam en Eva in het paradijs Nederlands gesproken hadden, dat het Nederlands dus de oudste en de meest eerbiedwaardige taal was, waar andere talen slechts verbasteringen van waren?

Over vier jaar wordt het vijfhonderdste geboortejaar van deze bespotte allround-intellectueel – behalve taalonderzoeker was hij in ieder geval ook nog een gezien arts en historicus – gevierd. Uitgeverij Verloren lijkt nu in te zetten op een soort Becanus-revival en geeft maar liefst twee boeken uit over hem: een biografie van Eddy Frederickx en Toon Van Hal, en een bloemlezing uit Becanus’ twee belangrijkste overgeleverde werken, de Origines Antwerpianae en de Opera.

Toon Van Hal lijkt in zijn biografie – een herschreven en uitgebreide versie van een onuitgegeven werk van Eddy Frederickx – een enkele keer in te zetten op een soort eerherstel voor Becanus, maar dat lukt maar ten dele.
Het is waar, Becanus was wel wijzer dan te denken dat het Aardse Paradijs echt in Antwerpen lag – hij plaatste het eerder in India – en hij dacht ook niet dat zij zestiende-eeuws Nederlands hadden gesproken. Maar hij dacht wel degelijk dat het de taal die ruwweg in Brabant en Holland gesproken werd de meest getrouwe afspiegeling was van de oertaal.

Ver-ken

Zijn argumenten voldeden daarbij ook niet aan de hedendaagse normen van wetenschappelijkheid. Het belangrijkste was dat het Nederlands eenvoudigweg de beste taal was. Een belangrijk ideaal was bijvoorbeeld dat één woordvorm correspondeerde met één betekenis. Terwijl andere talen zoals het Latijn en Grieks wemelden van de woorden als bank die verschillende dingen betekenden, had onze taal een enorme woordenschat zodat je alles heel precies kon benoemen.

Daarbij waren allerlei basiswoorden in onze taal éénlettergrepig – nog een correspondentie tussen vorm en betekenis. Tweelettergrepige woorden zijn samenstellingen: varken komt van ver en ken, want die beesten zijn ver van kennis. In de winter moeten we teren op de winst. De slang is een siel-hang want hij hangt onze ziel op.

Een ander principe is dat van de omdraaiing. Zoals bekend krijgt een woord waarvan je de vorm omdraait, ook ineens een andere betekenis: barg (berg) wordt grab (graf).

Hond

Die theorieën werden al in Becanus’ eigen tijd belachelijk gemaakt door vooraanstaande geleerden als Scaliger en Lipsius. Alleen moet je daar dan wel bij beseffen dat Scaliger vooral als bezwaar had dat we veel meer over veel meer talen moesten weten om een goede vergelijking te kunnen maken, en dat Lipsius het sowieso tijdverspilling vond om je met gedetailleerde taalstudie bezig te houden.

Je zou dus kunnen zeggen dat Becanus in ieder geval durfde en dat je ook in de wetenschap nooit ergens komt wanneer je niet ergens heen probeert te gaan, ook al zul je ongetwijfeld dwalen. Bovendien vond Becanus onderweg af en toe als eerste klankcorrespondenties die later een serieuze rol gingen spelen bij de reconstructie van het Indo-Europees, zoals die tussen de Latijnse c en de Germaanse h: canis is hond, calama is halm, cornu is hoorn.

Enthousiasme

Dat is de indruk die uiteindelijk vooral opdoemt uit Van Hals biografie: die van een intelligente boerenzoon die in Leuven gaat studeren en daar overrompeld raakt door liefde voor alle nieuwe kennis die er in zijn tijd beschikbaar komt. Hij was in allerlei onderwerpen geïnteresseerd en bezat bijvoorbeeld waarschijnlijk gedetailleerde kennis over allerlei talen. Het is dan ook niet zo vreemd dat hij voortvarend ordening probeerde aan te brengen in die enorme stapels gegevens.

 Die indruk wordt bevestigd door de naar het Nederlands vertaalde keuze die Nico de Glas presenteert uit de Origines en de Opera, waarin Becanus – onder andere – zijn taaltheorieën uiteenzette. Het enthousiasme spat ervan af, voor kennis én voor begrip van die kennis.

Rijk

Hij deinst er niet voor terug om gevestigde denkbeelden aan te vallen. Zoals de gedachte dat het Hebreeuws – de taal van het Oude Testament – de oudste taal was:

Maar nu ziek ik meteen een grote menigte vijanden opspringen, die roepen, met Hieronymus en nog heel wat anderen, dat het Hebreeuws de oudste taal was, omdat wij zien dat alle eigennamen van mensen voor de zondvloed en ook meteen daarna Hebreeuwse namen zijn. Bovendien, men verwacht toch dat de heilige boeken overgeleverd zijn in de taal die Adam en alle mensen van voor de zondvloed spraken. Maar ondanks de mening van al die illustere en serieuze geleerden blijf ik toch staande houden, dat Mozes de geschiedenis van zijn voorouders heeft gehoord, en die weer van Noë. (…) En het was ook niet nodig dat Gods heilige uitspraken in de oudste en volmaaktste taal geschreven stonden, net zo min als Christus van rijke afkomst moest zijn en luxueuze kleding en voedsel moest hebben. Want om te demonstreren dat menselijk aanzien en weelde voor hem niet telden, maar dat hij al zijn weldaden gratis weggaf, koos hij altijd de gewoonste en eenvoudigste dingen als heilsinstrumenten.

God had de bijbel juist in het Hebreeuws laten schrijven omdat het zo’n armoedige taal was, zoals hij ook zijn Zoon in een uithoek van het Romeinse rijk geboren had laten worden: het Hebreeuws was eigenlijk gruwelijk vaag en onduidelijk:

Werkelijk, als ik al die variaties en onenigheid zie tussen hen die de Bijbel uit het Hebreeuws in het Grieks en Latijn hebben vertaald, dan denk ik vaak onwillekeurig dat het Hebreeuws niet bepaald geprezen kan worden om zijn volmaaktheid, want de dingen worden er zo vaag in aangeduid, dat de ene vertaling soms het omgekeerde beweert van wat een andere ervan maakt.

Geestdrift

Dat het Hebreeuws eerder geschreven werd dan het Nederlands, was ook geen bezwaar. De oudste taal was niet per se de oudste geschreven taal. Namen als Adam (Haat-dam, dam tegen de haat) en Eva (Eeuw-vat, vat waaruit alle generaties tot in de eeuwigheid voorkomen) waren dus op hun beurt juist geen Hebreeuws, maar Nederlands.

Ja, dat is allemaal grappig. Maar het spat ook van de ambitie om de chaos om ons heen onder te brengen in een systeem, om zoveel mogelijk details die we kennen in een grootser kader onder te brengen. Wanneer we Becanus over vier jaar gaan herdenken, moeten we dat denk ik niet doen vanwege de grote inzichten die hij ons zou hebben opgeleverd; maar omdat hij een vroeg model was van tomeloze geestdrift voor de geesteswetenschappen.

  • Eddy Frederickx en Toon Van Hal. Johannes Goropius Becanus (1519-1573). Brabantse arts en taalfanaat. Hilversum: Verloren, 2015. Uitgeefinformatie bij de uitgever.
  • Nico de Glas., red. Van Adam tot Antwerpen. Een bloemlezing uit de Origines Antwerpianae en de Opera van Johannes Goropius Becanus. Hilversum: Verloren, 2015. Uitgeefinformatie bij de uitgever.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Becanus’ tomeloze geestdrift voor de geesteswetenschappen

  1. janien schreef:

    Ha! Goropius Becanus! Waar is de tijd! (Mijn studententijd he.)

Reacties zijn gesloten.