Goeie zin

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (9)

Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?
Door Marc van Oostendorp


Zodra het Nederlandse sonnet vanuit het zuiden naar het noorden kwam, veranderde het van karakter. Antwerpse dichters als De Heere en Van der Noot probeerden kunst te maken van hun gedichten. Toen Hollandse dichters hen begonnen na te volgen, kwamen moraal en politiek ineens om de hoek kijken.

De Leidse stadsdichter Jan van Hout (1542-1609) riep zijn stadgenoten op voor een dichtwedstrijd na de bevrijding van Leiden. Een deel van die oproep valt te lezen als een zelfstandig sonnet:

Met cunst verslijt u tien, die u cunt bemueien,

Der negen Nymphen spel; die eertijts waert geraect,
Op den twee-topten-berch, daer ghi sijt nat gemaect.
Van tcuele waterken, dat spaerts-huuf daer de vlueien,
Danckt Godt in minen naem, van alle zine gueien,
Die hi mi duen bewees, naer mine prisen haect,
En opten zesten, toont hue dat ghi sijt gespraect,
Want, um u eygen werck te lesen, wilt u spueien,
Al est dat veel verfueien, uns duytsche Poëzi;
Volhert ghi in u werck: maect dat hem elck verwundert,
Haer rijcke fraeyicheyt, in mate volget mi.
Tgetal der regelen, niet boven ga, twee hundert
Noch min dan anderhalf, zoo dichten veel, vermoorden
Guei zin, hier meest naer tracht, spreect Nederduytsche woorden.

(Besteedt uw tijd aan de kunst, u die u kunt bezig houden met het spel van de negen muzen, u die eertijds op de dubbel-getopte berg kwam en daar bent besproeid met het koele water dat een paardenhoef daar liet vloeien. Dankt God uit mijn [=Leidens] naam voor al zijn weldaden die Hij mij toen (nl. bij het Ontzet) bewees. Ding naar mijn prijzen en laat op de zesde [oktober] zien hoe dat u bespraakt bent. Wilt u spoeden om uw eigen werk voor te dragen. Ook al verfoeien velen onze Nederlandse poëzie, ga door met uw werk en maak dat iedereen zich verwonderd over haar fraaie rijkdom. Volg mij na in dichtmaat. Het aantal regels mag niet boven de tweehonderd gaan en niet minder dan honderdvijftig. Veel gedichten vermoorden een goede betekenis – let er daarom vooral op Nederlandse woorden te gebruiken – hertaling Johan Koppenol.)

Het ritme van dit gedicht is bijzonder: iedere regel valt precies uiteen in twee stukken van gelijke lengte, met ieder drie beklemtoonde lettergrepen met steeds een onbeklemtoonde lettergreep tussen twee beklemtoonde. Of zo’n halve regel begint of eindigt met een extra onbeklemtoonde lettergreep is vrij: ‘Met kunst verslijt u tien / die u kunt bemoeien / Der negen nymfen spel / die eertijds waart geraakt / op den tweetoppenberg / daar gij zijt nat gemaakt’).

In mate

Het is mij niet duidelijk waar Van Hout die vorm vandaan gehaald heeft. Misschien heeft hij hem zelf bedacht, als eigen ‘Nederduitse’ maat die moderner was dan wat de rederijkers (en ook bijvoorbeeld Coornhert) schreven, maar niet volgens de Franse mode die de Vlamingen De Heere en Van der Noot hadden gevolgd. Tegelijkertijd waren dit natuurlijk wél allemaal verzen in een sonnet, een vorm die uit het Italiaans kwam.

De cultuurpolitiek die Van der Noot voorstond was sowieso een wonderlijke, vol van paradoxen. Aan de ene kant moeten de stadsgenoten ‘Nederlandse’ (‘duytsche’) gedichten schrijven in de eigen taal, ook al ‘verfoeien’ veel mensen dat omdat ze liever buitenlandse modellen volgen; aan de andere kant moeten ze dat niet doen volgens de traditie, maar in geheel nieuwe vormen, en bijvoorbeeld in een geheel nieuw soort versmaat (‘in mate volget mi’).

Goed humeur

Zo verzette Van Hout zich ook heel heftig tegen het gebruik van vreemde woorden (‘spreect Nederduytsche woorden’), hoewel hij het dan zelf weer wel had over Poëzi en niet over Dichtkunst. En hij er inhoudelijk dan wel de muzen (‘Nymphen’) bijhaalde en de dubbelgetopte berg uit de klassieke mythologie.

Zelf wist Van Hout in ieder geval wel raad met de Nederduitse woorden. Dat blijkt volgens mij uit de dubbelzinnigheid van ‘vermoorden goei zin’. Johan Koppenol vertaalde dat als “vermoorden een goede betekenis”, en dat kun je erin lezen: die dichters met hun ‘onduitse’ leenwoorden zijn alleen maar onduidelijk. Maar ‘goeie zin’ heeft in het moderne (gewestelijke) Nederlands ook de betekenis van ‘een goed humeur’, en als ik het WNT goed interpreteer, is het niet uitgesloten dat het die betekenis voor Van Hout ook heeft gehad.

Van zuiver Nederlands in de juiste maat in een modern sonnet kreeg je goede zin.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.