Eindhovens is stoer – voor vwo’ers

Door Marc van Oostendorp



Het dialect mag dan langzaam maar zeker uit Eindhoven verdwenen zijn, de zachte g blijft altijd bestaan. Dat blijkt in ieder geval uit een artikel van Max Wilting, Roeland van Hout en Jos Swanenberg in het nieuwe nummer van Taal en Tongval.

Van Wilting en zijn collega’s legden 259 scholieren in de regio Eindhoven een vragenlijst voor: vonden ze het Brabants ouderwets? Gezellig? Stoer? Welke dialectwoorden kenden ze en gebruikten ze zelf?

Sommige antwoorden zijn niet bepaald verrassend. Echt dialect spreekt, in ieder geval naar eigen zeggen, vrijwel geen enkele jongere meer. De ouderwetse ‘echt Eindhovense’ woorden zijn inderdaad inmiddels heel ouderwets. In plaats daarvan bedienen veel jongeren zich van een soort standaardtaal waaraan je kunt horen waar iemand vandaan komt: keimooi, de zachte g, houdoe. Taalkundigen noemen het wel regiolect, omdat het een taalgebruik is dat vaak over een wat groter gebied gebruikt wordt dan het traditionele dialect.

Wat wel verbazingwekkend is: meer vmbo-leerlingen zeggen dat ze standaard-Nederlands spreken dan vwo’ers.

Traditioneel was het natuurlijk zo dat de standaardtaal – het ‘ABN’, de afkorting zegt het al – de taal was van de hogere klassen en de hoger opgeleiden. Maar in dit nieuwe onderzoek blijken vwo’ers zich (iets) enthousiaster te tonen voor het regiolect dan de vwo’ers.

Waar ligt het aan? Wilting, Van Hout en Swanenberg wagen zich niet echt aan een verklaring. Ze wijzen op de sociologische theorie van informalisering: de omgangsvormen in de samenleving worden op allerlei wijzen steeds minder strak en stijf. Dat uit zich ook in de taal. Waar een vwo’ers 25 jaar geleden nog met toegeknepen lippen en in de stijl van Fred Emmer gedichten van Adriaan Roland Holst citeerde, voelt hij zich nog losser.

Dat kan zo zijn, maar het verklaart niet waarom er dan nu een verschil is tussen vwo’ers en vmbo’ers in de omgekeerde richting – tenzij we aannemen dat het hele proces van informalisering aan die vmbo’ers is ontgaan. Bovendien legt het nog niet uit waarom die hoger opgeleide jongeren zich nu zo graag met Eindhoven associëren.

Mij lijkt er ook een andere verklaring denkbaar. Juist het Eindhovens – of het regiolect van die streek – is de afgelopen decennia populair geworden door de cabaretiers Hans Teeuwen en Theo Maassen, en de films van New Kids (die zich weliswaar in Maaskantje afspelen, maar die door de jongeren in deze enquʼete als voorbeeld werden genoemd). In hun mond werd het (Oost-)Brabants stoer, een taal van ruwe bonken.

Maar misschien geldt dit wel meer voor de vwo’ers dan voor de vmbo’ers: ik kan me voorstellen dat vooral Teeuwen en Maassen bij de eersten toch wat beter liggen dan bij de tweede. Die cabaretiers praten plat voor de hoger opgeleiden.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie. Bookmark de permalink.

8 reacties op Eindhovens is stoer – voor vwo’ers

  1. Emmy schreef:

    Is er ook gekeken naar de afkomst van de vmbo'ers? Mogelijk hebben zij ouders die uit bv. Turkije of Marokko afkomstig zijn, veel meer althans dan bij de vwo'ers.
    Ik denk inderdaad dat het ook te maken heeft met stoer doen: de vwo'ers weten heus wel hoe het moet, en dan is het een vorm van je afzetten.
    Trouwens: wat is er tegen om dialect te spreken, dat geeft sjeu aan de taal als geheel. Ik moet er niet aan denken dat we straks allemaal plat Wassenaars of plat Goois gaan spreken! En ik vind de zachte g veel mooier en milder dan de harde.

  2. Max Wilting schreef:

    Er waren inderdaad een aantal scholieren met ouders van niet-Nederlandse afkomst. Hoeveel er dat precies zijn, valt niet te achterhalen, maar er waren er in elk geval 23 die zeiden met hun ouders een andere taal te spreken. Dat waren niet alleen vmbo-leerlingen. Dit is aan de lage kant, maar er zullen ook allochtonen zijn die Nederlands met hun kinderen spreken.
    Ze wijken in elk geval weinig af van de andere scholieren, zoals tabel 17 in het artikel laat zien (hoewel er bij zulke kleine groepen qua statistiek wel een slag om de arm gehouden moet worden).

  3. Max Wilting schreef:

    Bedankt voor deze bespreking. Wat mij betreft kan het Brabants niet genoeg onder de aandacht komen!
    Toch wil ik nog even wat onduidelijkheden uit de weg ruimen die in dit stuk besproken worden. Dat het Brabantse regiolect populair is, lijkt buiten kijf te staan. Daar worden in ons artikel verschillende verklaringen voor aangehaald. De meest voor de hand liggende reden is dat het Brabants blijkbaar meer prestige – in wat voor vorm dan ook – geniet, dan voorheen aangenomen. Het feit dat meisjes positiever over het dialect waren dan jongens, zegt genoeg, want ook dat is van oudsher niet het geval. In dat licht lijkt me dan ook dat de vraagstelling hier andersom geformuleerd is. De vraag moet niet zijn "waarom doen vwo'ers het zoveel" maar juist "waarom doen vmbo'ers het zo weinig". Een verklaring daarvoor wordt kort aangehaald in het artikel, namelijk dat het begrip 'tussentaal' lastig te duiden is voor veel mensen.* In eerder onderzoek was dit althans ook het geval. Het lijkt erop dat de vmbo'ers in dit onderzoek er bijzonder veel moeite mee hadden, en daarom liever een van de twee andere opties (Standaardnederlands of dialect) kozen – want er zijn in die groep ook méér dialectsprekers dan onder de vwo'ers – zie tabel 7. Kort door de bocht: de meerderheid spreekt in meer of mindere mate het regiolect of dialect. Vanuit dat perspectief zijn niet de vwo'ers, maar juist de vmbo'ers de vreemde eend in de bijt.
    Natuurlijk zijn de algemene conclusies interessant, als je vanuit het 'klassieke' kader beredeneert. Ik denk echter dat het Brabants juist niet meer precies in dit kader te plaatsen valt. Zoals hier inderdaad aangegeven wordt, heeft het in elk geval in de Nederlandse pop culture zijn plaats verworven (zie New Kids). Ik weet niet of Theo Maassen en Hans Teeuwen daar goede voorbeelden van zijn. Ze zijn wel populair en profileren zichzelf als Brabander (of Eindhovenaar, zoals Maassen) maar spreken m.i. geen regiolect – in elk geval niet plat – maar meer standaardnederlands met een Brabants accent. Theo Maassen spreekt – los van zijn filmrollen – zelfs met een harde g! Dit stukje van hem is dan weer een prachtig treffend voorbeeld van Oost-Brabants regiolect: https://www.youtube.com/watch?v=-DVgzqVrpEk

    Ik ben trouwens slechts van nederige afkomst, dus dat tussenvoegsel was niet nodig geweest 😉

    * Ik heb het idee dat veel mensen in Nederland alleen de tweedeling standaard-dialect maken.

  4. Dank je wel voor je aanvullingen!

  5. Ad Welschen schreef:

    Marc, en wat dacht je van Guus Meewis. Die komt uit een dorpje niet ver van Eindhoven.

  6. Maar Guus Meeuwis spreekt toch geen dialect (of regiolect)? Ik heb hem zijn liefde voor Brabant alleen in standaardtaal horen bezingen.

  7. Ad Welschen schreef:

    Hij heeft een grote symboolwaarde voor de regio. Je kunt natuurlijk ook PSV noemen, of de overmaat aan Brabanders onder de Nederlandse medaillewinnaars bij de Olympische Spelen, maar ik wil het in dit verband over hun herkenbaarheid, aan de klankkleur van hun spraak. Oost-Brabantse tongvallen winnen naar het lijkt in steeds bredere kring aan waardering. 'De Brabanders rukken verder op'. Frits Spits komt trouwens ook uit Eindhoven.

  8. Ad Welschen schreef:

    Ach, ik vergat nog helemaal de Brabantse bard Gerard Maasakkers te noemen. Die is de laatste jaren landelijk met stip gestegen.

Reacties zijn gesloten.