De logica van de kater

Door Marc van Oostendorp


Als Sam geen kater is, wat dan wel? Dat lijkt een makkelijke vraag: een poes, natuurlijk. Maar dat voor de hand liggende antwoord roept wel meteen allerlei vragen op. In de eerste plaats, zou je kunnen zeggen: als Sam geen kater is, kan hij of zij of het natuurlijk nog wel al het andere zijn (een danspas, een lichtmatroos, een potje pindakaas). En in de tweede plaats: een kater is toch ook een soort poes?

Het komt niet vaak voor dat ik tot in de nacht in een taalkundig artikel zit te lezen, maar gisterenavond is me dat wel gebeurd, met Logico-cognitive structure in the lexicon van de Nederlander Pieter Seuren en de Vlaming Danny Jaspers. Het is het soort artikel waarom iemand in de taalwetenschap gaat: tijdens het lezen worden ineens je ogen geopend voor iets wat altijd je onbewust altijd al geweten hebt.

Dropjes

Seuren en Jaspers verzetten zich in dit artikel tegen de gedachte dat de redeneervormen van de menselijke taal dezelfde is als die van de wiskundige logica. In de laatste betekent sommige bijvoorbeeld (‘een of meer, eventueel alle’), maar in het dagelijks taalgebruik heeft het die betekenis ‘eventueel alle’ meestal niet: wanneer ik vertel dat ik sommige dropjes heb opgegeten, verwacht je niet dat het zakje leeg is.

De meeste taalkundigen gaan ervan uit dat dit komt doordat er twee lagen van betekenis zijn. De eerste laag (‘semantiek’) werkt als de wiskundige logica, maar daarna komt er een tweede laag (‘pragmatiek’) waarin je redeneert: als hij alle dropjes had opgegeten, had hij het woord alle gebruikt want dat is net zoveel moeite en preciezer.

Vrouwelijke kat

Nu zijn sommige en alle woorden die de wiskundige logica en de menselijke taal met elkaar gemeen hebben, maar Seuren en Jaspers wijzen erop dat soortgelijke kwesties zich ook voordoen bij poes en kater (een poes is een overkoepelende term, en tegelijkertijd het ‘tegenovergestelde’ van een kater), bij tand en kies, dier en mens en allerlei andere paren woorden. Zij pleiten er dan ook voor dat menselijke taal een ander soort logica heeft: een waarin je doorlopend het domein waarover je praat een beetje vernauwt.

Wanneer ik zeg geen kater, heb ik door het woord kater het domein waarover we praten wel beperkt tot dat van de katten, en daarom denk jij als luisteraar niet aan de vele, vele dingen op de wereld die allemaal geen katers zijn, maar in de eerste plaats aan een poes – en wel in de betekenis van ‘vrouwelijke kat’.

Vissen

Die menselijke logica zetten Seuren en Jaspers zelf weer bijna wiskundig precies, en in ieder geval heel elegant, uiteen. Daarnaast laten ze zien dat begrippen soms heel ingewikkelde gelaagde structuren hebben. Er zijn twee soorten dieren in de menselijke taal: mensen en, eh, dieren. Die laatste groep kan weer worden opgedeeld in vogels, vissen en, eh, dieren. Het woord dieren heeft dus (minstens) drie lagen van betekenis:

Dieren1 = mensen en dieren2
Dieren2 = vogels, vissen en dieren3

Plant

Seuren en Jaspers laten zien dat begrippen in de menselijke taal (en het menselijk denken) vaak zo’n structuur hebben: A staat tegenover B, terwijl A en B allebei een soort C zijn – en het woord voor C is dan vaak hetzelfde als B, zodat B betekent ‘een C die geen A is’. Er is geen aparte berekening waarbij je eerst bedenkt dat iets dat geen kater is, ‘semantisch’ ook best een geodriehoek zou kunnen zijn, om daarna te besluiten dat dit ‘pragmatisch’ niet zo waarschijnlijk is. De logica van de menselijke taal besluit onmiddellijk dat ‘geen kater’ nog steeds een kat moet zijn.

Er zijn wel (nog niet allemaal goed begrepen) verschillen tussen die lagen. Zo kun je wel zeggen: hij is geen mens maar een dier (dier2 is het tegenovergestelde van mens in het kader van dier1), maar volgens mij kun je minder goed zeggen: dat is geen vogel, maar een dier (terwijl dier3 toch het tegenovergestelde is van vogel in het kader van dier2). Zoals je ook wel kunt zeggen ‘dat is geen dier, maar een mens’, of ‘dat is geen dier, maar een plant’ (dier1 en plant vormen samen de categorie levend wezen), maar niet zo goed ‘dat is geen dier, maar een vogel’.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.