De ij van Constantijn

Door Marc van Oostendorp




Mijn zondagse video gaat deze week over de uitspraak van de ij.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.

9 reacties op De ij van Constantijn

  1. Gaston Dorren schreef:

    Moeilijk, een lange ie? Laat naar je kèèke. De Duitsers, de Engelsen, de Denen, de Tukkers, de Limburgers, de Groningers, de Zeeuwen, de Friezen en de bewoners van nog veel meer landen en gewesten – die kunnen dat gewoon. Welk probleem hebben jullie?!

  2. Het is lastig, maar niet onmogelijk. Dat geldt natuurlijk ook voor de [ei] zelf. Dit geldt vaak voor taalveranderingen: er is een reden waarom iets verandert, maar dat betekent niet dat vervolgens iedereen die verandering meemaakt. Er zijn natuurlijk in iedere taal ook conservatieve krachten werkzaam. Wanneer en waar op zeker moment de 'verbetering' het wint, dat valt ook nog niet te voorspellen.

  3. Bas Jongenelen schreef:

    Is het ook bekend wanneer e.e.a. zich afspeelde? Hoe lang heette Contantijn Constantien? En wanneer zijn ze hem in Den Haag Constantèèn gaan noemen? Zijn daar gegevens over? In de 16e eeuw klonk de ij in Antwerpen als ai (mevrouw Plantijn (de echtgenote van drukker Plantijn) was Franstalig en schreef het Nederlands dat zij hoorde min of meer fonetisch op, zij schreef ai waar de ij gespeld werd). Zijn er zulke bronnen voor het Haags? Of is dat allemaal volstrekt onbekend?

  4. Ik heb geprobeerd dit na te trekken, maar het valt nog niet mee. Althans die ii naar ij, dat weten we wel, dat was in de 17e eeuw (volgens G.G. Kloekes legendarische Hollandsche Expansie). Maar wanneer het vervolg plaatsvond, dat is moeilijk te zeggen. Het is altijd 'plat' gebleven en we moeten het dus doen met weergaven van dat plat. Ik heb niets kunnen vinden dat ouder is dan de twintigste eeuw, maar dat zegt niet zoveel.

  5. DirkJan schreef:

    Een plausibele verklaring voor de klankverandering van Constantinus naar Constantijn. Maar ik moet nu denken aan de meisjesnaam Constantine (zie voornamenbank) en andere meisjesnamen die doorgaans voor meisjes op ien en ine eindigen. Het zou dan misschien mogelijk zijn dat Constantinus als jongensnaam niet verkort werd tot Constantien naast Constantine, maar veranderde in Constantijn om er een duidelijkere jongensnaam van te maken. Zo heb je naast Martinus ook Martien als meisjesnaam en Martijn voor een jongen. Maar goed, de klankverandering is ook gesignaleerd bij andere woorden dan voornamen.

  6. Marcel Plaatsman schreef:

    De aanname dat een taalverandering een "verbetering" zou zijn, en dat de ene klank makkelijker is dan de andere, brengt 'n oude column van Marc van Oostendorp in herinnering: http://nederl.blogspot.nl/2010/11/col-column-73-marc-van-oostendorp-de.html

    Ik geloof toch ook niet erg dat een lange ie lastig is om uit te spreken. Deze klank komt in zóveel talen op de wereld voor… Dat geldt trouwens ook voor de stelling dat de zachte g makkelijker zou zijn dan de harde. Harde g's zijn er in talloze talen, terwijl de stemhebbende zachte g van de Zuid-Nederlanders en Vlamingen juist een zeldzame klank is. Als we al zouden kunnen spreken van "moeilijk" en "makkelijk", dan ligt het toch voor de hand om de meestvoorkomende variant van een bepaalde klank als de makkelijkste te beschouwen.

    Ik heb geen statistiek voor handen, maar ik vermoed eigenlijk dat de lange ie wereldwijd ook vaker voorkomt dan de ij.

  7. Marcel Plaatsman schreef:

    Was Hollandse expansie niet van "oe" naar "uu" (/u./ > /y./)? Die van huus en moes, zeg maar. Zie Kloeke: http://www.dbnl.org/tekst/kloe004holl01_01/

  8. Ja, dat is wel een goed punt. Althans ik weet niet zeker of het zo is (lange ie's zijn ook betrekkelijk zeldzaam, ie's zijn in de regel kort), maar ik kan me wel voorstellen dat je gelijk hebt.
    Het gaat denk ik dan ook niet van iets moeilijks naar iets makkelijks, maar het begint te verschuiven omdat er een inherent probleem is, ook al schuift het dan ook uiteindelijk naar iets toe dat minstens even lastig is.

Reacties zijn gesloten.