Wat we nog niet weten over het werkwoord (1)

Door Marc van Oostendorp



2015 wordt het jaar van het Nederlandse werkwoord. Ergens in de komende maanden verschijnt Hans Broekhuis’ indrukwekkende, vijftienhonderd pagina’s dikke Verbs and verb phrases, het nieuwe deel van zijn Syntax of Dutch.

Vijftienhonderd pagina’s over werkwoorden, waarschijnlijk de uitvoerigste beschrijving ooit gemaakt voor enige taal, en nog is lang niet alles uitgezocht. Hans heeft me zijn digitale drukproeven gegeven om mijn mateloze nieuwsgierigheid te dempen, en er voor Neder-L over te schrijven.

Hij gaf me ook een goede tip: zoek in de tekst op ‘future research’, dan vind je de onopgeloste puzzels. Inderdaad komt die zinsnede – meestal in een verband als ‘we will leave this to future research’ – 85 keer voor in Verbs and verb phrases. Daar ga ik de komende tijd een serietje over maken: enkele van de intrigerendste dingen die we ondanks al het onderzoek van zichzelf en anderen dat Broekhuis hier verslaag, nog steeds niet over het werkwoord weten.

Neem bijvoorbeeld te, zoals in ‘ik vind het lollig om te jodelen’. Wat is dat? De spelling schrijft voor om het woordje los van de werkwoord te schrijven, maar heeft de spelling daar gelijk in?
Jij schijnt nog niet te

Broekhuis laat (gesteund door eerdere literatuur) zien dat er een aantal argumenten tegen die spatie in te brengen zijn. Te staat in het Nederlands altijd onmiddellijk naast het hele werkwoord, anders dan in het Engels, waar er makkelijk een bijwoord als really tussen to en het werkwoord kan staan, of waar to helemaal op zijn eentje kan blijven staan in een samentrekking:

  • You seem to really hate reading.
  • Je schijnt lezen te echt haten. [uitgesloten]
  • You can borrow my pen if you really want to.
  • Ik wil wel gaan, maar jij schijnt nog niet te. [uitgesloten]

Vrijheid

Sterker nog, voltooid deelwoorden zoals gehaat kunnen zowel vóór te hebben staan als erna. Je hebt dus enige vrijheid waar je zo’n voltooid deelwoord zet:

  • Ze lijkt hem altijd gehaat te hebben.
  • Ze lijkt hem altijd te hebben gehaat.

Alleen midden tussen te en hebben kan het natuurlijk niet staan:

  • Ze lijkt hem altijd te gehaat hebben. [uitgesloten]

Voorvoegsel

Al deze voorbeelden zijn natuurlijk niet zomaar een beetje ongebruikelijk, ze klinken heel erg on-Nederlands, je kunt je niet voorstellen dat een moedertaalspreker die niet zwaar onder invloed staat van verboden middelen zoiets zegt

Te lijkt in dat opzicht meer op een voorvoegsel, zoiets als ge in gelezen. Ook tussen ge en het werkwoord komt niets:

  • Heb je dit boek ge echt lezen? [uitgesloten]

Samentrekkingen

Nu wordt ge natuurlijk aan de werkwoordsstam vastgeschreven (gelezen) en je zou je kunnen voorstellen dat iemand zou opperen dat met te voortaan ook maar te doen: ‘je schijnt me tehaten’.

Maar daar zijn ook weer problemen mee, laat Broekhuis zien. Een daarvan is dat je te soms kunt weglaten, met name in samentrekkingen:

  • Jan hoopt op zijn feestje te dansen en lachen. [slechts een beetje raar]
  • Els gaat naar Deventer om boeken te kopen en (te) verkopen. [slechts een beetje raar]

Toevoegen

Ge- kun je in zulke gevallen absoluut niet weglaten:

  • Jan heeft in L.A. gedanst en lachen. [uitgesloten]

Nu zijn de zinnen met te ook wel een beetje raar, en ze worden heel raar als we aan het tweede lid van de samentrekking iets toevoegen:

  • Jan hoopt op zijn feestje te dansen en heel hard lachen. [uitgesloten]
  • Els gaat naar Deventer om boeken te kopen en cd’s verkopen.  [uitgesloten]

De conclusie is dus: we weten niet wat dat te in het Nederlands precies is. Het is lang niet zo’n zelfstandig woordje als het Engelse to, maar het is ook niet helemaal een voorvoegsel zoals ge-. Het is iets anders, maar slechts toekomstig onderzoek kan uitwijzen wat precies.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

4 reacties op Wat we nog niet weten over het werkwoord (1)

  1. Liesbeth Lemmens schreef:

    Wat me eraan doet denken dat de scheidbaar samengestelde werkwoorden in het licht van "te" zich ook behoorlijk intrigerend gedragen: "te" staat steeds tussen het scheidbare deel en de rest, bv. "na te komen". (In een qua spelling originele versie van "Sarah Burgerhart" heb ik dat bovendien als één woord geschreven zien staan, dus zoiets als "natekomen".)

  2. Broekhuis noemt die scheidbare werkwoorden inderdaad ook nog; ge- staat natuurlijk op precies dezelfde plaats ('nagekomen').

  3. Joop Kiefte schreef:

    Het viel me ook op in Max Havelaar dat te aan het werkwoord vast voorkomt, al weet ik even niet uit mijn hoofd of consequent zo…

  4. Gaston Dorren schreef:

    In het Duits is dat juist de regel (mitzugehen, vorzustellen, enzovoort), en die 18e- en 19e-eeuwse schrijvers zullen veel Duits hebben gelezen. Kan meespelen.

Reacties zijn gesloten.