Een vraag stellen we op welke manier precies?

Door Marc van Oostendorp


Een vraag stellen – hoe doe je dat? In het Nederlands zet je meestal het bevraagde zinsdeel vooraan, onmiddellijk voor het werkwoord. Dus de vraag die hoort bij “Petra haat pinda’s” is “wat haat Petra?”, de vraag die hoort bij “ik hou van jou” is “van wie hou je?” en de vraag die hoort bij “je doet dat zo” is “hoe doe je dat?”

Maar dat is niet de enige mogelijkheid. Soms kan je ook een vraag stellen terwijl je het vraagwoord als het ware op zijn plaats laat staan:

  • Petra haat wat?
  • Jij houdt van wie?
  • Je doet dat hoe?

Je maakt zo’n zin bijvoorbeeld wanneer je de ander niet goed hebt gehoord (‘Petra haat pinda’s’ – ‘Petra haat WAT?’) – dat noem je een echo. Zoals Jonathan Bobaljik en Susi Wurmbrand opmerken in een nieuw artikel, kan de vraagwoordgroep soms ook blijven staan als er helemaal geen sprake is van een echo.

  • – Ik ben vorige week naar Patmos gegaan. -Jij bent om welke reden naar Patmos gegaan?
  • – Dan vragen we dat aan hun partners -En deze partners bereiken wij op welke manier precies?
  • Ik had niet veel geld, dus heeft meneer Jansen me geholpen.- En deze hulp duurt nu al hoeveel jaar?

(Bobaljik en Wurmbrand geven deze voorbeelden in het Duits, maar je kunt ze volgens mij makkelijk vertalen. Ze zeggen trouwens zelf ook dat een en ander ‘ook in het IJslands en het Nederlands’ werkt, maar dat ze om plaats te sparen alleen over het IJslands schrijven.)

Dat lijken me allemaal volkomen normale manieren, inderdaad, om een vraag te stellen, zij het dat ik vermoed dat hij vooral in spreektaal voorkomt. Daarin kun je dan meteen de speciale nadruk die er nodig is goed weergeven – beter dan met het cursief dat ik hierboven inzet.

De auteurs wijzen er ook op dat vraagwoordgroepen in bijzinnen wel altijd vooraan laat staan. De tweede zin hieronder kun je absoluut niet zeggen:

  • Ik weet niet om welke reden jij naar Patmos bent gegaan. [goed]
  • Ik weet niet of/dat jij om welke reden precies naar Patmos bent gegaan. [uitgesloten]
In dit opzicht zijn deze vragen dan in ieder geval een klein beetje anders dan echo’s, want het volgende dialoogje is best mogelijk:

  • Ik weet niet of ik wel naar Patmos ga.
  • Jij weet niet of je wel WAARHEEN gaat?
Aan de andere kant is er geloof ik toch wel een overeenkomst met die echo’s. Een sleutel daarvoor is dat alle voorbeelden hierboven beter worden als je er het woord precies aan toevoegt: ‘Jij bent om welke reden precies naar Patmos gegaan?’ De ander heeft daarnet weliswaar helemaal geen reden gezegd, maar met deze manier van vragen leg je daar de nadruk op: je doet net alsof je niet hebt gehoord welke reden of manier of hoeveelheid jaar er werd genoemd, en daarmee laat je merken dat zo’n reden, manier of hoeveelheid er toch op zijn minst zou moeten zijn. En dat die maar beter goed kan zijn.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in taalkunde met de tags . Bookmark de permalink.