Bier- en andere drankgedichten

Door Bart FM Droog

Schuim van mijn dagen, schenk me gedachten. De lekkerste biergedichten uit de wereldliteratuur(samenstelling René Smeets, is het recentst uitgekomen boek in de traditie van drankgedichtenbloemlezingen, die – zover mij bekend – binnen het Nederlandse taalgebied begon met de anthologie “Hoog het glas!” Zangen uit Noord en Zuid (1927).


Het kloeke Schuim van mijn dagen is net als Hoog het glas! rijkelijk en smaakvol geïllustreerd, met kleurenreproducties van klassieke drankschilderijen, zwartwit-tekeningen en kleurenfoto’s van Philippe Debeerst en zal zeker niet misstaan op salon- en stamtafels in gelag- en andere kamers.

Opgenomen zijn, zoals de ondertitel al deels aangeeft, biergedichten en – liederen uit de wereldliteratuur en een technische uitleg over bierbrouwproces, alsmede een korte beschrijving van de verschillende biersoorten.

De oudste tekst is een vertaling van een fragment uit het Gilgamesj-epos (circa 2000 voor Chr):

(…) Enkidoe at zoveel brood als hij kon.
Hij dronk zeven kruiken bier
Hij kwam een beetje los en begon vrolijk te zingen;
hij was blij, z’n gezicht lichtte op. (…)

Vertaling: Theo de Feyter, uit Het Gilgamesj -epos(Ambo, Amsterdam, 2001).

De jongste teksten dateren uit circa 2000, waarmee het boek dus ruim 4000 jaar bierpoëzie beslaat. En dat maakt het alleen daardoor een uitzonderlijk boekwerk. Dat echter één groot manco heeft: de anderstalige gedichten en liedteksten zijn alleen in het Nederlands afgedrukt, zonder de originele versie.

Nu is dat bij het Gilgamesj-epos niet echt hinderlijk – omdat vrijwel niemand het spijkerschrift kan lezen en de weinigen die dat wel kunnen grotendeels geen idee hebben hoe de tekst geklonken zal hebben. Maar bij het tweede fragment, een gedeelte van het oud-Engelse Beowulf-epos (ca. 1000 n. Chr.) had ik toch graag een fragment van de originele tekst gezien, al was het maar om die klanken te kunnen proeven.

Die dorst naar het origineel voel ik heel sterk bij de vele Engelse – en Duitse bierliederen. Op de een of andere manier slaat de vertaalde, Nederlandse versie dood, zoals bij:

Robert Louis Stevenson – ‘Heidebier’, vertaling Joris Iven en Peter Flynn

Van de schone klokken van de heide
Brouwden ze een drank langelee,
Zoeter zelfs dan honing,
Straffer zelfs dan wijn.
Ze brouwden het en dronken het,
En lagen in gezegende toestand
Dagen en dagen samen
In hun huizen onder de grond.

Het origineel klinkt zo:

From the bonny bells of heather

They brewed a drink long-syne,
Was sweeter far then honey,
Was stronger far than wine.
They brewed it and they drank it,
And lay in a blessed swound
For days and days together
In their dwellings underground.



En klinkt me veel helderder en heerlijker in de oren dan de vertaling. Die vertaling heeft,
bij gedichten in talen die ik een beetje tot redelijk beheers, zeker een doel: ze helpen me
het origineel beter te begrijpen – maar moeten toch echt niet zonder het origineel geplaatst
worden. Zeker niet als er sprake is van liedteksten – het vertalen daarvan is zo mogelijk
nog moeilijker dan het vertalen van gedichten. Zelfs de vertaling van Ernst van Altena van
'La Biére' van Jacques Brel haalt het niet bij het origineel

Het geurt naar bier, van Londen tot Berlijn
het ruikt naar bier en God, dat is fijn!

Ça sent la bière, de Londres à Berlin
Ça sent la bière, Dieu qu'on est bien

Nu roepen uitgevers bij bloemlezingen met vertaalde gedichten en ontbrekende originelen dat ruimtegebrek de afwezigheid verklaart. Maar dat gaat bij dit boek niet op: de teksten zijn groot afgedrukt, met veel witruimte en plaatjes. Dat oogt en leest heel prettig – maar liever had ik de originelen groot afgedrukt zien staan, met daarnaast – desnoods in een kleiner lettertype – de vertaling.

De drankbloemlezingSchuim van mijn dagen, schenk me gedachten bevat, net als de illustere voorganger Hoog het glas! uit 1927, het sprankelende 19de eeuwse vers van Radman (Maurits Boucquey, 1870? – ?): ‘testament van een student’, waaruit dit fragment:

Maak lawijd gelijk de donder!
Leuven ruste nooit in vreê!,
Keer ze daaglijks ’t bovenste onder,
De oude Peetermannensteê!
Nu is het opvallende dat in de bloemlezing uit 1927 (en niet uit 1926, zoals René Smeets, de samensteller van het werk uit 2014 meent), een paar woorden uit dit gedicht worden toegelicht. Zoals ‘lawijd = lawaai’ en ‘ is ‘in Leuven of Loven wordt het vermaarde bier “Peeterman” gebrouwen’. Informatie die kennelijk al in 1927 als ‘vergeten’ werd beschouwd – dus waarom dat in 2014 achterwege laten?

Wat óók opvalt is dat wel heel rijkelijk en lui geput is uit de bloemlezing uit 1927. Gedichten van bijvoorbeeld René de Clercq en Hélène Swarth zijn direct uit die eerdere anthologie opgenomen, inclusief de rare complete naamsvermelding, zoals bij Swarth als ‘Stephanie Hélène Swarth’.

Enfin – de bloemlezing is verder op smaak gebracht met tamelijk recent werk van onder anderen Willem Wilmink (1936-2003), Eddy van Vliet (1954-2002), Lévi Weemoedt en Leonard Nolens, alsmede niet eerder gepubliceerde gedichten van Stefaan van den Bremt en samensteller René Smeets. Van hem, tot slot, het begin en eindfragment van het gedicht ‘Dorstig gebed’:

Lekker bier
(…) verlos ons van alle verdroging
Proost!
Schuim van mijn dagen, schenk me gedachten. De lekkerste biergedichten uit de wereldliteratuur getapt door René Smeets in beeld gebracht door Philipp3e Debeerst.  Uitgeverij P / In de Knipscheer, Leuven/Haarlem, 2014. 256p. € 29,50

Dit bericht is geplaatst in letterkunde met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.