Niet de as bewaren, maar het vuur doorgeven

Over Wat er op het spel staat van Cyrille Offermans

Door Marc van Oostendorp

De laatste schrijver aan wie Cyrille Offermans een essay wijdt in zijn nieuwe boek Wat er op het spel staat is Joke van Leeuwen, een schrijfster die zowel voor kinderen als voor volwassenen geschreven heeft. Dat een ernstig literatuurbeschouwer als Offermans, deskundige op het gebied van algemeen als moeilijk bekend staande experimentele schrijvers als Gerrit Kouwenaar, Jacq. Vogelaar en Ivo Michiels, waardering zou hebben voor kinderboeken, verwacht je op het eerste gezicht niet. 
Maar na lezing van deze nieuwe persoonlijke literatuurgeschiedenis, zie je dat Van Leeuwen voor hem zo’n beetje de ideale schrijver moet vertegenwoordigen. “De kinderlijke spontaniteit”, schrijft hij, “is opgelost in precieze en vormgeving, in een geraffineerde verstrengeling van verhalen, talloze impliciete verwijzingen en onuitgesproken betekenissen. Daarmee cultiveert ze een vorm van feestelijkheid die maatschappelijk op zijn retour is. Veel tijdgenoten, niet eens alleen jongeren, zien een feest als een orgie van ongeremdheid, liefst collectief te ondergaan in een staat van verdoving die eindigt in een kater van doffe, hulpeloze sprakeloosheid.”
Van Leeuwen lijkt daarmee een paradox op te lossen die in zijn lezersleven gaandeweg voor Offermans is ontstaan.

Grote Drie

Aan de ene kant is hij altijd gefascineerd geweest door de literaire avant-garde, zoals in Nederland sinds 1945 (Offermans’ geboortejaar) vertegenwoordigd door onder andere de Vijftigers en de vertegenwoordigers van het ‘ander proza’ zoals Ivo Michiels. Aan de andere kant ziet hij duidelijke ideologische lijnen tussen die avant-garde en die feestelijke orgieën van ongeremdheid. Juist het feit dat de avant-gardisten alles wilden afbreken om helemaal opnieuw te beginnen, heeft ervoor gezorgd dat de cultuur en de traditie zijn afgebroken en er weinig anders dan hedonisme overblijft.

Die paradox blijft impliciet in Wat er op het spel staat, maar je kunt hem wel makkelijk reconstrueren. Het boek begint met een essay waarin de futuristen als Marinetti en surrealisten als André Breton ernstig de maat wordt genomen over hun onverantwoordelijke culturele vernielzucht. Daarna komen beschouwingen over de schrijvers die Offermans om de een of andere reden interesseren. Behalve de al genoemden zijn dit bijvoorbeeld Lucebert, Breyten Breytenbach, Remco Campert, Jan Hanlo, Bernlef, A.F. Th. van der Heijden, Erwin Mortier, Tom Lanoye en Stefan Hertmans. (De laatsten zijn volgens Offermans de meest waarschijnlijke opvolgers van de Grote Drie.) Het boek eindigt met een paar essays over meer algemene onderwerpen zoals het verdwijnen van het handschrift of de toenemende minachting voor de economische en politieke elites voor de cultuur.
Prachtige verhalen

Zoals uit die lijst al blijkt, is Offermans niet eenkennig in zijn voorkeuren, al is Joke van Leeuwen als enige kinderboekenschrijver en enige vrouw wel een beetje een buitenbeentje. Er zitten licht-melancholieke columnisten bij en schrijvers die zich erop lieten voorstaan alles zo eenvoudig mogelijk te zeggen; twintig jaar geleden overleden dichters en nog lang levende toneelschrijvers. Hij is overigens ook zeker niet over iedereen positief, al spreekt uit zijn essays wel de bereidheid iedere schrijver serieus te nemen. Schrijvers als Peter Verhelst en Pjeroo Roobjee vindt hij uiteindelijk te veel blijven steken in hun vormexperimenten: ‘prachtige, al te prachtige verhalen’ is de titel van het stuk over de eerste.
Offermans houdt het meest van de schrijvers die met de vorm experimenteren maar tegelijkertijd iets blijven zeggen; van de schrijvers die opnieuw durven beginnen zonder de traditie te vergeten; van de schrijvers die kinderlijk durven zijn zonder infantiel te worden. Boven het essay over Luc Devoldere haalt hij Gustav Mahler aan die iets formuleerde dat ook het motto van het hele boek had kunnen zijn: ‘Tradition: nicht die Aufbewahrung der Asche, sondern die Weitergabe des Feuers.’

Cyrille Offermans. Wat er op het spel staat. Literatuur en kunst na 1945. Amsterdam: Cossee, 2014.  Bestelinformatie bij de uitgever.



Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.