X | XXX

Over ‘Nederlandstalige’ avant-gardegedichten
Door Marc van Oostendorp

“Deze bloemlezing”, schrijven Hubert van den Berg en Geert Buelens in hun nawoord bij hun bloemlezing Doe uw werk! Avant-gardistische poëzie uit de Lage Landen, “wil een representatief overzicht bieden van avant-gardistische gedichten in het Nederlands.”

De vraag is nu: wanneer is een avantgardistisch gedicht precies in het Nederlands geschreven?

Van den Berg en Buelens lijken daar zelf weinig twijfels over te hebben. “Nederlandstalig werk van [Kurt] Schwitters namen we bijgevolg eveneens op,” schrijven zij, “Frans- of Duitstalige gedichten van Nederlanders of Vlamingen niet.” Maar ik zit dan toch met de vraag: in hoeverre is het volgende gedicht (van H.N. Werkman, uit 1932) in het Nederlands geschreven:
Dat lijkt misschien een flauwe vraag, maar in dit geval zitten er toch serieuzere kwesties aan vast.

Versbeelding
De vraag lijkt me namelijk of je wel kunt spreken van Nederlandstalige avant-garde poëzie. Zoals Van den Berg en Buelens opmerken was de avant-gardebeweging zelf inherent meertalig. Bovendien wilden sommige avantgardisten de taal helemaal afbreken om dan van voren af aan te beginnen. I.K. Bonset schreef bijvoorbeeld in zijn (in deze bloemlezing opgenomen) Grondslagen tot een nieuwe versbeelding (1921) dat het nodig was “het alphabet volgens zijn abstracte klankwaarden te hernieuwen. Dit betekent tegelijkertijd de genezing van onze dichterlijke gehoorvliezen, die zoodanig zijn verzwakt, dat een langdurige phono-gymnastiek noodzakelijk is. (…) Uit deze geometrische verskunst kan zich de dichterlijke spraak ontwikkelen, die onze tijd noodig heeft.”
Ook bij de zogenaamd Nederlandstalige gedichten van Kurt Schwitters kun je je afvragen of ze nu in het Nederlands zijn geschreven of dat ze alleen maar de verwondering weergeven van een Duitser over een taal die zo dichtbij lijkt en toch zo ver weg is:
Unsittliches I-Gedicht

Dames-Hemden …….
Dames-Pantalons, fransch model
Dames-Pantalons …..
Prima Dames Nachtponnen
Dames-Combinations….
Heeren-Hemden, zwaar graslinnen

(aus einer holländischen Tageszeitung)
Het is dus een beetje een vreemd criterium, ‘Nederlandstalig’, in een boek als dit. Het geografische criterium dat in het omslag wordt gesuggereerd (‘uit de Lage Landen’) lijkt geschikter, al ontbreken daarvoor dus weer de gedichten die hier in een andere taal werden geschreven.

Letterklankbeeld

De taalkwestie is anderzijds ook in het geval van heel abstracte gedichten soms toch ook belangrijk. Neem het begin van Letterklankbeelden IV (in dissonanten), van I.K. Bonset uit 1921:

U’ J– m’ n’
U J– m’ n’
V_ F_ K’ Q’
F’ V_ Q’ K’
X’ Q’ V’ W’
X’ Q’ W V
U’ J_ m_ n_
g’
A_ O_ P’ B’
A_ O_ P’ B’
D_ T_ O’ E_
d t o e
O’E’
B’D’
Z’ C S   B P D
j

In zijn grondslagen geeft Bonset precieze instructies over hoe dit moet worden uitgevoerd:

Bij gewone lettergrepen (als c en s in klankbeeld I) denk klank 1 tel aanhouden.
Bij korte, liggende streep achter de letter (als s-) 2 tellen aanhouden.
Bij korte, staande streep achter de letter (als Z’), denk klank kort afstaan.
Bij lange liggende streep (R_) den klank lang, d.i. 3 tellen aanhouden.
(…)
De karakters der letters geven de sterkte aan van de klank. Tevens de verhouding der intensiteit van de eene klank tot de andere.

De ruimten (…) zijn rusten.

Wat hij echter niet uitlegt is hoe je bijvoorbeeld een U moet uitspreken: bijvoorbeeld als in het Nederlands of als in het Duits. Er is een reden om te denken dat de Nederlandse uitspraak moet worden verkozen, en dat is dat er verschil moet worden gemaakt tussen F, V en W. Dat doen maar weinig andere talen.

Aan de andere kant: wat wordt hier precies bedoeld met de Q, X de C? Het gedicht is opgebouwd uit paren sterk op elkaar lijkende klanken (de dissonanten) zoals m en n, o en e of f en v. Dus moet de Q op de K en de X lijken. Ik zou denken dat het een huigklank is, en X een wrijfklank in diezelfde regio; maar ik doe dat op basis van mijn kennis van fonetische alfabetten en ik weet niet of Bonset daarover beschikte, en of hij kon verwachten dat zijn lezers dat deden.

Wat we ons bij de C moeten voorstellen, is helemaal een raadsel: iets dat in het rijtje z, s paste, maar wat is dat? In welke taal schreef I.K. Bonset zijn gedichten eigenlijk?

Hubert van den Berg en Geert Buelens. Dan dada doe uw werk! Avant-gardistische literatuur uit de Lage Landen. Nijmegen: Vantilt, 2014. Bestelinformatie bij de uitgever.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op X | XXX

  1. JudyElf schreef:

    'Avant-gardistische gedichten in en met het Nederlands' zou beter kloppen.
    Maar ook niet helemaal: een reus als Werkman vang je daar niet mee 🙂

Reacties zijn gesloten.