Schrijven als Herp, onderzoeken als Dlabačová

Door Ine Kiekens
 
Een doodgewone zondag in Gouda, 1477. Wie na de wekelijkse zondagsmis in de St.-Janskerk behoefte had aan nog meer religieus onderricht, kon zich hiervoor tot verschillende personen wenden. Minderbroeder-observant Jan Brugman bijvoorbeeld – jawel, diegene die ons bekend is van “praten als Brugman” – hield welluidende preken op het kerkhof. Iets verder van de kerk nam Hendrik Herp, toen nog broeder van het gemene leven, later eveneens minderbroeder-observant, een collatie of leerzaam gesprek voor zijn rekening.

Deze inkijk in het boeiende spirituele leven van de 15eeeuw wordt ons gegund in de inleiding van Literatuur en observantie. De Spieghel der volcomenheit van Hendrik Herp en de dynamiek van laatmiddeleeuwse tekstverspreiding. Dit werk vormt het proefschrift van Anna Dlabačová, waarmee ze op 22 mei 2014 haar graad van doctor in de geesteswetenschappen (Neerlandistiek) behaalde. In haar boek stelt ze het mystieke werk Spieghel der volcomenheit van Hendrik Herp en de bijbehorende verspreidingsdynamieken – en mechanieken van deze en andere laatmiddeleeuwse geestelijke teksten centraal.

Herp schreef zijn Spieghelomstreeks 1455 op vraag van een geestelijke dochter. Zij had hem meerdere malen verzocht om instructies op schrift te stellen waarmee zij tot een volmaakt leven zou kunnen komen. Resultaat werd een helder gestructureerd handboek, waarin de mystieke opgang tot God in verschillende etappes werd geschetst. Een weinig later bleek het initiële publiek van de Spieghel zich al danig te hebben uitgebreid. In de tweede helft van de 15e eeuw werd de tekst op verschillende plaatsen in de Lage Landen gekopieerd – tegenwoordig hebben we nog 26 handschriften met (een deel van) de Spieghel – en in 1501 kwam hij voor het eerst op de drukpersen terecht. Gevolg van die mediumwissel was dat de tekst voor een nog breder, zelfs internationaal, scala aan lezers beschikbaar werd. Zo werd de tekst in de eerste helft van de 16eeeuw vertaald naar het Duits, Latijn, Italiaans, Spaans, Portugees en Frans en circuleerde hij op die manier in gans West-Europa. Het is fascinerend om vast te stellen – en Dlabačová schetst dat ook op overtuigende wijze – hoe een oorspronkelijk Nederlandstalige tekst zo’n ingang en invloed kon hebben in de laatmiddeleeuwse spiritualiteit. Naast “Praten als Brugman” zou het dan ook meer dan gerechtvaardigd zijn om het gezegde “Schrijven als Herp” in leven te roepen, als het al niet door tijdgenoten van beide figuren werd gebruikt.

Daartegenover is het dan toch wel opvallend dat Herp en zijn Spieghel in het latere wetenschappelijke onderzoek een veeleer beperkte aandacht genoot. Herp schreef immers niet louter wat we tegenwoordig een mystieke bestseller zouden noemen, zo stelt Dlabačová, in het kader van de 15e-eeuwse religieuze hervormingsbewegingen creëerde hij ook een ‘pionierstekst’. De Spieghelwas namelijk een van de eerste teksten die uit de franciscaanse observantie voortkwam, maar werd tot voor kort enkel en slechts in beperkte mate vanuit het perspectief van de Moderne Devotie – een hervormingsbeweging die aan het eind van de 14e eeuw het licht zag onder Geert Grote – bestudeerd. De vrijwel automatische associatie van de Moderne Devotie en de laatmiddeleeuwse Nederlandstalige literatuur heeft er dan ook voor gezorgd dat er maar weinig aandacht was voor de franciscaanse observantie als literaire beweging in de Lage Landen. Door de Spieghel en zijn verspreiding expliciet als een product van de franciscaanse observantie te beschouwen, maakt Dlabačová het mogelijk om enkele facetten van deze laatmiddeleeuwse cultuur – die voorheen over het hoofd werden gezien – te bestuderen. En op die manier zelf een ‘pionierswerk’ te creëren.

Met deze bagage ging Dlabačová aan de slag om vanuit een cultuurhistorische context de verspreiding en receptie van Herps Spieghel in kaart te brengen. In het eerste hoofdstuk van haar boek schetst ze nog de ontstaanssituatie van de Spieghel en positioneert ze het werk binnen de grillige levensloop van de auteur. Het tweede tot en met het zesde hoofdstuk zijn vervolgens volledig gewijd aan de studie van de verspreiding van de Middelnederlandse tekst in de Lage Landen de periode van ca. 1460-1550 en stellen verschillende facetten van de overlevering centraal. Daarbij worden telkens drie aspecten onder de loep genomen die inherent zijn aan de handschriftelijke en gedrukte overlevering: de herkomst van de overleverde exemplaren, de andere teksten of Mitüberlieferung die de exemplaren bevatten en de uiterlijke vormgeving (indeling tekst, mise-en-page, paratekstuele elementen,…) of materiële tekst van de exemplaren. Eveneens is er aandacht voor het concept distributiekringen, organisaties of mechanismen die het mogelijk maakten om teksten te verspreiden. De rode lijn in dit overzicht wordt bovendien gevormd door de al dan niet nadrukkelijke aanwezigheid en invloed van de franciscaanse observantie, waarbij de minderbroeders-observanten soms louter passief de tekst lieten circuleren, maar zich vaak ook actief bezighielden met het aanpassen van Herps tekst vooraleer die voor verspreiding geschikt werd geacht. Het geheel vormt een vlot geschreven verslag van naarstig promotieonderzoek. Dlabačová weet in heldere bewoordingen de veelzijdigheid van de laatmiddeleeuwse religieuze leefwereld te schetsen, geeft duidelijk inzichten in de verspreidingsmogelijkheden van spirituele teksten en boeit de lezer van begin tot einde.

 

Misschien is het dan ook vruchtbaar om Herps en Dlabačová’s pennenvruchten eens met elkaar te vergelijken. Beide kunnen als pionierswerken worden beschouwd. Ze zijn helder op schrift gesteld en vormen handboeken in verschillende etappes over een opgang: bij Herp om een persoon die een mystieke opgang nastreeft, bij Dlabačová om een tekst die zijn opgang in West-Europa al heeft gemaakt. En waarom dan niet het rijtje verder aanvullen? Praten als Brugman, Schrijven als Herp, Onderzoeken als Dlabačová…?

 
Anna Dlabačová, Literatuur en observantie. De Spieghel der volcomenheit van Hendrik Herp en de dynamiek van laatmiddeleeuwse tekstverspreiding. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2014, Middeleeuwse Studies en Bronnen 149. ISBN: 9789087044183. Prijs: € 35,-. 
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.