Een intellectueel ondernemer in de zestiende eeuw

Door Marc van Oostendorp

 

Sommige boeken maken de lezer vreselijk jaloers. In ieder geval mij: wat moet het fijn zijn geweest om over dit onderwerp te schrijven! Om hier onderzoek naar te mogen doen, om hier een paar jaar over na te denken, om deze wereld te mogen verkennen! De woordenaar, het boek van de historica Sandra Langereis over de legendarische zestiende-eeuwse boekbinder, drukker, uitgever en kanthandelaar Christoffel Plantijn, is zo’n boek.

 

Plantijn was wat een uitgever hoort te zijn: een intellectueel entrepreneur. Aan de ene kant zat het ondernemerschap hem duidelijk in het bloed. Hij was niet bang om op zijn tijd groot financieel risico te nemen en hoewel het tijdens zijn loopbaan een aantal keer faliekant mis ging – bijvoorbeeld omdat de ‘Spaanse furie’ over Antwerpen trok en de plunderende Spaanse en Italiaanse soldaten ook zijn drukkerij niet spaarden –, liet hij de moed nooit zakken. Iedere keer stond hij weer op uit de puinhopen en wist zijn zaak opnieuw op te bouwen.

Sleutelfiguren

 

Zijn zaak had als basis een paar goedverkopende artikelen die inmiddels vergeten zijn het populaire mode-product kant en goedkoop drukwerk van almanakken en godsdienstige geschriften. Het geld dat hij daarmee verdiende, zette hij voor een groot deel in voor een aantal grootse culturele monumenten. Zoals het eerste wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands (dat van Kiliaan), en een gigantische meertalige wetenschappelijke editie van de bijbel, de Polyglot.

 

De woordenaar is een deel in een reeks boeken die sleutelfiguren heet, en dat beschrijft heel goed de invalshoek die Langereis gekozen heeft. Minder dan bijvoorbeeld een poging om Plantijns gedrag en levensloop psychologisch of anderszins te duiden, laat de schrijver zien hoe Plantijn middenin heel verschillende maar allemaal belangrijke ontwikkelingen stond.

Onafhankelijke schrijver

Zo laat ze zien hoe in de zestiende eeuw de aard van het boekmakersvak ingrijpend veranderde. Plantijn had in zijn jeugd nog de oude, lange leerschool van de knecht bij een gildemeester, in het boekbinden, meegemaakt, maar ontwikkelde zich tot een veelzijdige ondernemer die van het boekenvak een industrie maakte: hij leerde de kneepjes kennen van het zetten en het drukken, en bouwde uiteindelijk een bedrijf dat in omvang dat van een middeleeuws atelier verre oversteeg.

Omdat hij uitgever was, had hij bovendien contact met allerlei schrijvers en geleerden. Die kregen hun loon soms in natura uitbetaald: de woordenboekmaker Kiliaan woonde een groot deel van zijn leven in bij de familie Plantijn. In de tijd dat de Polyglot gemaakt werd, kwamen daar allerlei geleerden op het gebied van de klassieke talen bij. Zo zie je in dit boek eigenlijk ook het vak van onafhankelijke schrijver – niet verbonden aan klooster of universiteit – ontstaan. Een van Plantijns, zorgvuldige uitgezochte, schoonzonen werd later hoogleraar Hebreuws in Leiden. Er moeten daar aan tafel discussies van hoog niveau gevoerd zijn.

Excentriek

Het uitgeven van dergelijke boeken was bovendien niet bepaald politiek neutraal. Het was de tijd dat in Plantijns vaderland Frankrijk en in zijn zelfgekozen stad Antwerpen soms bloedige godsdiensttwisten woeden tussen met name katholieken en calvinisten. Vooral de katholieke overheid, zoals koning Filip II, bezag de uitgave van de bijbel in de brontalen – de Polyglot bevatte de bijbel in het Latijn, Grieks, Hebreeuws, Aramees en Syrisch – als zeer suspect: het enige woord van God was de zogenaamde Vulgaatvertaling van Hieronymus in het Latijn. De Hebreeuwse bijbel werd zelfs als blasfemisch gezien. Wanneer die afweek van de Vulgaat, lag dat volgens de katholieke kerk aan gekonkel van de Joden. De protestanten hechten er juist grote waarde aan dat er precieze vertalingen in de volkstaal werden gemaakt op basis van de oorspronkelijke teksten.

Plantijn probeerde zijn bedrijf overeind te houden en sloot daarom wisselende coalities. Lange tijd probeerde hij de vrome katholiek Filip II te interesseren om zijn beschermheer te worden en bijvoorbeeld de Polyglot te ondersteunen. In andere tijden werkte hij juist samen met een coalitie van bekende Antwerpse protestante intellectuelen en weldoeners, zoals de excentrieke Becanus.

Collaboratie

Dat lukte uiteindelijk ook, zij het zeer halfhartig en voor veel te weinig geld: 12.000 gulden, terwijl Plantijn zelf 24.000 moest investeren. Waarbij Filip dan ook nog eens zoveel, deels perkamenten, presentexemplaren kreeg dat deze waarschijnlijk samen de waarde van 10.000 gulden overstegen. De Polyglot wordt nog steeds de ‘Koningsbijbel’ genoemd, en op Wikipedia staat bijvoorbeeld nog te lezen dat het in opdracht van Filip gemaakt is, maar Langereis laat zien dat dit niet klopt. De Polyglot was Plantijns project.

Vanwege de samenwerking met Filip wordt Plantijn op sommige weblogs ook anno 2014 nog steeds collaboratie verweten, maar Langereis laat overtuigend zien dat dit niet klopt. Niet alleen had Plantijn een bedrijf met tientallen werknemers dat hij overeind wilde houden, hij geloofde vooral ook oprecht in de redelijkheid, het geschreven woord en de discussie. Je kon met iedereen samenwerken die eraan wilde meewerken dat de kennis op de wereld vermenigvuldigd werd.

Italiaans papier

En zo komen allerlei aspecten van het zestiende-eeuwse leven in, vooral, Antwerpen, maar ook Parijs en Leiden vanzelf aan bod in de levensbeschrijving van een man die het van jonge wees (zijn ouders waren allebei gestorven voor hij veertien was) schopte tot een pater familias (al zijn vijf dochters én hun mannen werden zo goed en zo kwaad het ging ingeschakeld voor het familieimperium): intellectueel, cultureel, religieus, economisch, politiek.

Je zou als lezer willen dat je zo’n boek als dit had mogen schrijven. Je zou willen dat je daar een keer aan tafel had kunnen zitten, met al die geleerden die het Nederlands én de klassieke talen aan het ontdekken waren, temidden van Plantijns prachtige verzamelingen houtsneden, kopergravures en elegante letterontwerpen, zijn gigantische drukpersen, zijn voorraden atlassen, gebedenboeken, tractaten en almanaken, en zijn prachtige stapels Italiaans papier!

Sandra Langereis. De woordenaar. Christoffel Plantijn, ’s werelds grootste drukker en uitgever, 1520-1589. Amsterdam: Balans, 2014. Bestellen bij Athenaeum Boekhandel.

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Een intellectueel ondernemer in de zestiende eeuw

  1. Miet Ooms schreef:

    Ik heb het deze vakantie ook gelezen, en ik kan het alleen maar beamen: wat een tijd, wat een ondernemer, wat een netwerker! Wat je laatste opmerking betreft: gedeeltelijk kan dat nog. Het Plantin-Moretusmuseum is nog steeds ingericht als in de tijd van Plantijn (of eerder, van zijn schoonzoon Jan en kleinzoon Balthasar Moretus). De letterbakken, oude drukpersen, het boekenwinkeltje, de leeszalen, de correctorenkamer, het is er nog allemaal. Je ademt gewoon de geest van die tijd in.

  2. Miet Ooms schreef:

    Wel een opmerking: het boek is van dit jaar (2014), en niet van 1989, zoals jij schrijft. Hier vind je overigens nog een bespreking: http://cobra.be/cm/cobra/boek/1.1964770

Reacties zijn gesloten.