De professionele manager is overal

In Amerika is het niet veel beter

Door Marc van Oostendorp

Je hoeft geen profeet te zijn om te zien waar de universiteit naartoe gaat: naar een bureaucratisch paradijs dat alleen nog managers in vaste dienst heeft, die eindeloos vergaderen. Tijdens die vergaderingen bespreken ze de nieuwste versie van hun strategische plan, dat het oude plan van anderhalf jaar geleden moet vervangen, of evalueren ze hun laatste heidagen. Tijdens die heidagen hebben de managers aan hun teamspirit gewerkt óf aan hun eigen persoonlijke groei, zodat ze nu met nog meer energie kunnen vergaderen en plannen.

 

En ergens in barakken lopen wat onderzoekers rond in tijdelijke dienst die in anderhalf jaar moeten promoveren en ondertussen drie hoorcolleges per dag moeten geven, aan groepen van minstens honderdvijftig studenten.

 

Ik dacht dat dit een typisch Europees verschijnsel was, dat de bureaucratisering een noodzakelijk gevolg was van het feit dat Europese universiteiten vrijwel allemaal staatsinstellingen zijn. Tot iemand me wees op het boek The Fall of the Faculty uit 2011 van de Amerikaanse politocoloog Benjamin Ginsberg.

Handlangers

In Amerika lijkt het, in ieder geval in Ginsbergs boek, allemaal nog net wat erger. En dan juist met name op de private universiteiten, zoals Ginsbergs eigen Johns Hopkins: de voortdurende toename van het aantal provosts, vice-provosts, deans en wat Ginsbergs deanlets en deanlings noemt – nooit werd de diminutief met meer woede gebruikt. De torenhoge salarissen die deze lieden zichzelf geven, de totale minachting voor het academische, het cynische misbruik van nobele doelen (bestrijden van racisme op de campus) om de eigen macht te vergroten (aanstellen van speciale deanlets die programma’s moeten verzinnen om racisme te voorkomen en daarbij kunnen ingrijpen op de academische vrijheid).

Er zijn natuurlijk verschillen tussen Amerika en Europa. Het grootste verschil is, denk ik, dat in Amerika een grote tegenstelling is geschapen tussen ‘administrators’ en ‘professors’, waarbij de eersten de laatsten proberen te verdringen. Dit heeft onder andere te maken met het Amerikaanse campussysteem: de administrators proberen de studenten wijs te maken dat ze ‘buiten de collegezaal’ ook van alles kunnen leren – sporten bijvoorbeeld, of cursussen time management, of cursussen omgaan met racisme, die allemaal niet door traditionele docenten worden aangeboden, maar door de handlangers van de ‘administrators’.

Betere baan


In Europa, of in ieder geval in Nederland, werkt het geloof ik niet zo. Hier worden de docenten niet zozeer weggewerkt, maar ze worden dusdanig onder allerlei formulieren en valorisatie- en andere eisen overstelpt dat ze zelf gedwongen worden ‘administrator’ te worden. Ginsberg moppert in zijn boek eloquent over van alles en nog wat maar niet over de absurde bureaucratische papierberg waaronder de gemiddelde Nederlandse academicus inmiddels moet bezwijken.

Het eindresultaat is natuurlijk hetzelfde: onder het mom van steeds betere kwaliteitscontrole, is er steeds minder tijd voor onderzoek en onderwijs.

Het is heel fijn om onder een olijfboom een schuimbekkend boek te lezen waarin iemand van leer trekt tegen alles wat vies en voos is in je eigen wereld, en Ginsberg doet dat bovendien op een verbluffend goed gedocumenteerde wijze. De concrete voorbeelden van presidents die anderhalf jaar in dienst zijn, in die tijd niet veel meer doen dan een uit vergelijkbare bronnen bij mekaar geplagieerde mission statement schrijven voor ze weer vertrekken naar een nóg betere baan op andere universiteit, vliegen je om de oren.

Paradijs

Het roept ook wel vragen op: zouden al die administrators nu zó cynisch in elkaar zitten dat het ze echt niets kan schelen? Is het enige wat ons te doen staat om al die lui zo snel mogelijk zonder pardon de tempel van de rede uit te ranselen? Zijn zij echt de bad guys zonder enige grijstinten?

Ik zou denken dat het zou helpen om de tegenstander niet alleen met hoon en woede te overladen, maar ook te proberen te begrijpen, om ze nog beter te kunnen bestrijden. Want bestrijden moeten we ze! Voor het te laat is en het bureaucratische paradijs definitief is aangebroken.

Benjamin Ginsberg. The Fall of the Faculty. The Rise of the All-Administrative University and Why it Matters. Oxford: Oxford University Press, 2011. Bestellen bij Athenaeum Boekhandel.

 

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

2 reacties op De professionele manager is overal

  1. Die zijn goed bezig. Uit het artikel blijkt verder dat Rotterdam een 'coördinator aansluiting vwo op het wetenschappelijk onderwijs' heeft. Die zijn ook goed bezig!

Reacties zijn gesloten.